KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 1 apr 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (36670)

Brontekst

De heer Boomsma (JA21): Mevrouw Van der Plas zei het al: zonder vakmensen zijn wij helemaal nergens. We behandelen nu de Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt, oftewel de Wet Vaba. Dat is maar goed ook, want het was bijna een hamerstuk geweest. Veel dank aan mevrouw Tseggai dat zij zo scherp was om het te onthameren, want er is best wel wat over te zeggen. In het wetsvoorstel staat veel over flexibilisering, compactere opleidingen, innovatieve en hybride leercontexten en een robuust stelsel. Maar dat lijkt allemaal toch neer te komen op minder onderwijs begeleid door een docent. De fractie van JA21 denkt dat minder lesuren en kortere opleidingen niet altijd hand in hand gaan met het behoud van de kwaliteit. Hoe zorgen we er nou voor dat we er echt voor waken dat de kwaliteit op orde blijft? Mevrouw Biekman stelde ook al een vraag over de inspectie; daar wil ik me graag bij aansluiten. We hebben natuurlijk ook te maken met dalende leerprestaties, met name als het gaat om basisvaardigheden. We hebben het er als nieuwe onderwijswoordvoerders nu al een paar maanden over gehad, maar nog niet specifiek in de context van het mbo. Als we het hebben over het mbo, dan gaat het dus niet over de kwaliteit van het onderwijs, maar meer over hoe ze zo snel mogelijk de arbeidsmarkt op kunnen. Dat is begrijpelijk om allerlei redenen, ook gezien de tekorten, maar deze studenten zijn er natuurlijk net zo goed bij gebaat dat de basisvaardigheden gewoon op orde zijn als ze dat diploma hebben en dat ze gewoon goed kunnen lezen, schrijven en rekenen. Die neiging om veel buiten de mbo-instellingen af te handelen, is al langer zichtbaar. Ik sprak mbo'ers die hun opleiding volgen op het niveau van de beroepsbegeleidende leerweg, de bbl. Die werken vier dagen per week, en dan hebben ze nog maar een paar uurtjes les aan het einde van de week. Nog niet zo heel lang geleden was dat nog gewoon een hele dag van half negen tot vijf. Het probleem is dat de kans best aanwezig is dat zo'n student toch al niet zo'n goede basis heeft gekregen waar die vandaan komt als het gaat om die basisvaardigheden. Wat ons betreft zou de norm dus niet moeten zijn dat je naar een paar uur per week gaat. Met de Wet Vaba dreigt nu dat er wel een redelijke kans is dat dat gaat gebeuren. Het is ook logisch; mbo-instellingen moeten goed op de kosten letten. Minder contacturen aanbieden, levert besparingen op. Hoe meer Vaba-flexibiliteit, hoe minder docenten en lokalen je nodig hebt. Dat hebben we ook begrepen uit verschillende gesprekken. Er zijn ook veel opmerkingen over geweest bij de inspraak op deze wet. Sommige docenten in het mbo beleven gewoon een soort déjà vu. Begin deze eeuw liepen mbo'ers bij bepaalde instellingen 25% van hun onderwijstijd stage. Daar was iedereen toen heel tevreden over. Toen werd opeens besloten dat dit 40% van de onderwijstijd moest worden. Daar had eigenlijk niemand om gevraagd. Dat was dan vaak een idee van bestuurders, want studenten op een stage zijn gratis en studenten die les moeten krijgen natuurlijk niet. Naar wat docenten ervan vonden, werd eigenlijk niet geluisterd op dat moment. Er stond, zo hebben wij gehoord van een docent van een instelling, namelijk al een hele nieuwe campus in de steigers, eentje die precies geschikt was voor die 40% stage-uren. Dus dit soort prikkels, dit soort dingen spelen gewoon wel. Twee jaar later werd er dan ingegrepen. Sommige studenten zagen hun docent nog nauwelijks twee dagen per week en toen kregen we dus die norm van 1.000 klokuren, die dan nu wordt geflexibiliseerd. Dit wetsvoorstel moet die beroepsopleiding beter later aansluiten op de behoeftes van de studenten. De studenten krijgen meer mogelijkheden om een programma te kiezen dat past bij hun wensen. Maar is de minister het ermee eens dat wat studenten graag willen — dat is vaak zo veel mogelijk die school uit en andere dingen doen — niet altijd ook het beste is voor ze en dat eigenlijk de docenten degenen zijn die dat het beste kunnen beoordelen? Op papier is dat nu nog steeds wel geregeld. In het wetsvoorstel staat dat de instellingen en de onderwijsteams zelf de ruimte krijgen om te bepalen hoe ze die flexibele uren dan in gaan vullen. Dat moeten ze ook vastleggen en dat moeten ze gaan verantwoorden. Studenten zelf hebben niet direct zeggenschap daarover. Klopt het dat er weliswaar nog steeds een norm van 1.000 uur is, maar dat ze 500 daarvan zonder begeleiding kunnen uitvoeren in sommige gevallen of in enkele gevallen? In ieder geval neemt dus overal het aantal flexibele uren heel sterk toe. Misschien zou dat heel goed kunnen werken als je echt fantastische bedrijven hebt, heel goede projecten met heel betrokken mensen. In sommige gevallen kan het heel goed uitwerken, maar ziet de minister ook gewoon de risico's — die norm van 1.000 is er niet voor niks gekomen — dat mbo-instellingen toch in de verleiding komen om dit ook op een bepaalde manier als een bezuiniging te gaan zien of dat het toch ten koste gaat van kwaliteit? Wij willen in ieder geval dat risico zo veel mogelijk beperken. Eén manier om dat te kunnen doen, denken wij, is ervoor zorgen dat docenten zo veel mogelijk zelf die zeggenschap behouden. Daarom hebben we een amendement ingediend om dus in de wet op te nemen dat onderwijsteams het altijd zelf mogen bepalen, dat die het laatste woord hebben, met de autonomie die zij hebben vanuit hun professioneel statuut en met hun ervaring en inzicht, over of en in hoeverre studenten gebruik kunnen maken van de flexibiliseringsmogelijkheden van de Vaba, zodat het niet zo is dat de bestuurder dat alleen met de or kan aftikken als het ware. Dan tot slot. Ik zit bijna aan de vijf minuten. Nee, ik ben al over de vijf minuten heen. Ik heb nog één andere vraag en die gaat over niet-bekostigde opleidingen. Die kunnen dus nu een dwangsom krijgen als ze de gegevens niet leveren. Hoe vaak gebeurt dat nu eigenlijk al? Het wordt nu dus mogelijk om die verkorte opleidingen met publiek geld te gaan aanbieden. Dat wordt nu dus meer door de niet-bekostigde instellingen gedaan. Zal dat leiden tot een verschuiving, denkt de minister? En, zo ja, wat zijn de effecten daarvan? Tot zover.

Versie 57da611e1d06a0906280f7f59c33048f4d984e08ed70b2e28818fd208a686b15 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · cd922fa0e7c326e2

12 okt 2026 · 29f4dcbc14cc9964

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.