OCW-begroting, onderdeel Media
OCW-begroting, onderdeel Media
statement · 26 jan 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Oualhadj (D66): Dank u wel, voorzitter. Onlangs stopte de iconische presentator Frits Spits na 52 jaar met radio maken. In zijn programma De Taalstaat bracht hij ongelofelijk veel verschillende onderwerpen samen: van het taalgebruik op sociale media tot de taal van de Dichter der Nederlanden. Ik was niet alleen liefhebber van het programma, maar genoot ook van de manier waarop hij het presenteerde. Zelf ben ik in mijn studententijd namelijk ook radiomaker geweest bij FunX. Daar ontdekte ik het verschil tussen wat de luisteraar hoort en wat erachter zit. Een uitzending lijkt vanzelf te gaan, maar achter elke minuut zit voorbereiding, zoals in de redactie en de keuzes. Welke feiten kloppen? Wie moet je vooraf spreken? Die nieuwsgierigheid naar journalistiek bracht me later naar de redactie van PowNews. Ook daar was het de kunst om met een groot team elke dag een verhaal rond te krijgen. Het zijn drie programma's met elk een heel ander geluid en een andere doelgroep, maar er is ook een grote overkomst: betrokken en gepassioneerde makers die op eigen, onafhankelijke wijze verhalen vertellen die er voor Nederland toe doen. We kunnen er trots op zijn dat we in Nederland publieke en commerciële omroepen hebben die zo'n rijk media-aanbod creëren, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Daar gaat dit debat wat mij betreft vandaag over. Ik wil graag twee onderwerpen uitlichten. Aan de ene kant wil ik het hebben over hoe we ervoor zorgen dat journalisten vrij en veilig hun werk kunnen doen. Aan de andere kant wil ik het hebben over hoe we bouwen aan een mediastelsel dat heel Nederland bedient met betrouwbaar nieuws, cultuur en educatie. Ik begin bij onafhankelijkheid. Journalisten krijgen steeds vaker te maken met intimidatie, doxing, bedreiging en haatcampagnes, soms op straat en soms zelfs aan de voordeur. Bovendien zien we dat online bedreigingen en druk ook uit het buitenland kunnen komen. Dat is niet alleen een enorme dreiging voor de journalistiek; het is ook een probleem van ons. Wie zich bedreigd voelt, gaat namelijk risico's mijden en wie risico's mijdt, publiceert minder. En wie minder publiceert, laat misstanden langer bestaan. Zo wordt onze democratie verzwakt. Dat wordt ook uitgedrukt in cijfers. Afgelopen jaar kwamen er 262 meldingen binnen bij PersVeilig, 262 meldingen! Daarom vraag ik de minister daar drie dingen over. Vindt deze minister dat de meldingen die bij PersVeilig binnenkomen incidenten zijn of ziet hij een trend, en hoe duidt hij die dan? Erkent de minister dat deze gemelde zaken de journalistieke onafhankelijkheid onder druk zetten en daarmee onze democratie schaden? Deelt de minister de stelling dat intimidatie en doxing van journalisten schadelijk zijn voor de persvrijheid, en wat doet de minister hier dan aan? Voorzitter. Persveiligheid gaat ook over het klimaat waarin journalisten werken. Wij willen dat journalisten de vrijheid voelen om schurende verhalen te kunnen maken, om de macht te bekritiseren en om belangrijke thema's aan te raken waarvan anderen misschien liever hebben dat ze onberoerd blijven. Dat brengt ons bij een simpele vraag: wat is de rol van dit kabinet in het beschermen van een klimaat waarin kritische journalistiek kan floreren? Begrijp me niet verkeerd: zoals ik eerder heb gezegd en ik hier nog een keer herhaal, zijn journalisten niet gevrijwaard van kritiek en moet je de publieke omroep natuurlijk kritisch kunnen bevragen. Er is echter een groot verschil tussen kritiek en verdachtmaking. Kritiek gaat over feiten, aanwijsbaar en controleerbaar. Ongefundeerde verdachtmakingen, zelfs subtiel gebracht, suggereren kwade trouw. Dat heeft een heel concreet gevolg: het maakt het vertrouwen in onze journalistiek en daarmee in onze instituties fragieler. Een vicepremier heeft een verantwoordelijkheid in het beschermen van de fundamenten van de rechtsstaat. Daar hoort persvrijheid ook bij. Juist vanwege de machtspositie van een vicepremier moet deze te allen tijde voorkomen dat ook maar de schijn van politieke druk ontstaat. Onafhankelijke journalistiek betekent dat er geen enkele journalist, van hoofdredacteur tot stagiair, ook maar hoeft te denken: als ik deze bewindspersoon tegen het hoofd stoot, kost dat me straks ruimte, geld of toegang, dus laat ik het maar niet doen. Daarom stelde ik samen met collega …
Versie 2f59c6c59896cbfeccb558044c2a637117f5a7d8640eb2cde4f0ad0f9c5dd019 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
OCW-begroting, onderdeel Media
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.