KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Discriminatie, racisme en mensenrechten (CD d.d. 21/05)

Brontekst

Minister Heerma: De motie op stuk nr. 557 is de lange motie van de heer Ceder. Ik kan niet anders zeggen dan dat die ook zeer breed ondertekend is in de Kamer. Het was het hoofdonderwerp van de inbreng van de heer Ceder tijdens het commissiedebat. Ik wil deze motie oordeel Kamer geven. Het kabinet vindt het van belang om op een waardige manier stil te staan bij 75 jaar Molukkers in Nederland. Dit is een geschiedenis die erkenning verdient. Hiervoor dient een zorgvuldig proces te worden ingericht om te bezien hoe, in aanvulling op wat er al gebeurt, tegemoetgekomen kan worden aan de Molukse gemeenschap. Ik laat deze motie dus oordeel Kamer, indien ik de motie zo mag interpreteren dat de nationale agenda volgt uit de uitkomsten van het onafhankelijk onderzoek en het consultatietraject, en dat hierbij de primaire focus ligt op de periode rond de Tweede Wereldoorlog tot nu, mede gelet op de uitkomsten van een onderzoek, die binnen een jaar dienen te worden gepresenteerd. Dan de motie op stuk nr. 558 van de heer Schenk van Forum voor Democratie. Ik ga zeggen dat het oordeel op deze motie "overbodig" is. Binnen het Rijk wordt geen voorkeursbeleid bij aanname toegepast. Het beleid binnen het Rijk is toegespitst op gelijke kansen en het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie. De aanpak bij werving en selectie is gericht op objectieve werving en selectie op basis van functie-eisen die relevant zijn voor die specifieke functie. Deze motie is dus "overbodig". Dan de eerste motie van de heer Clemminck, op stuk nr. 559, met betrekking tot het opheffen van het bureau van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Deze motie moet ik ontraden. Uit de evaluatie van de NCDR, die uw Kamer in het najaar van 2024 heeft gekregen, volgt dat de NCDR een waardevolle aanvulling is op het stelsel voor de aanpak van discriminatie. Ik zie geen reden om dat instituut op te heffen. Het regeerakkoord zegt ook dat we de Nationaal Coördinator wettelijk gaan verankeren. Ik geef deze motie dus het oordeel "ontraden". Dan de motie op stuk nr. 560 van de heer Clemminck, over onderzoek laten doen naar religieuze en culturele achtergronden ten aanzien van haat richting Joden en lhbtiq+-personen. We hebben het hier in het commissiedebat ook over gehad. Ik wil deze motie ontraden. Discriminatie moet aangepakt worden, ongeacht de culturele achtergrond van mensen die zich hier schuldig aan maken. Ik ben dus geen voorstander van een apart onderzoek hiernaar. Dat was ook mijn antwoord in het commissiedebat. Ik geef deze motie dus het oordeel "ontraden". Dat zal de heer Clemminck niet verrassen. Dan de lange motie van de heer Clemminck, en inmiddels ook van het lid Keijzer, op stuk nr. 561, over het aanhouden van de aanpak. Ook deze motie moet ik ontraden. Het bestaan van moslimdiscriminatie is voldoende aangetoond in allerlei onderzoeken. In de kabinetsreactie op het Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie is al vermeld dat er waar nodig zowel generieke als specifieke inzet wordt gedaan. De NCDR heeft op grond van signalen en onderzoeken aangegeven aan de slag te gaan. Daarnaast is er grond om specifiek met een plan te komen. Het plan wordt aangeboden aan het kabinet. Daarna zal het kabinet gaan kiezen wat we gaan doen. Ik geef deze motie dus het oordeel "ontraden". Dan de motie op stuk nr. 562 van het lid Tseggai van de fractie van PRO. Ik geloof dat ik nu de eerste ben die de fractie officieel zo mag noemen; ik heb het stiekem al een paar keer smokkelend gedaan, gisteren tijdens het vorige tweeminutendebat. Deze motie verzoekt om — het is een onderwerp waar mevrouw Tseggai zich volgens mij al meerdere malen over geuit heeft — in lijn met de staatscommissie de coördinatie neer te leggen bij, in dit geval, de minister-president. Dat is niet wat de staatscommissie zegt. De coördinerende rol ligt bij het ministerie van BZK. Ik zal me onverminderd blijven inzetten op deze rol. Bij de invulling van deze rol neem ik de adviezen van de staatscommissie ter harte. Daar komt dus ook nog een uitgebreide kabinetsreactie op. Daarnaast geldt dat elk departement ook verantwoordelijk is voor de eigen portefeuille, zoals ook staat in artikel 44 van de Grondwet. Het verandert niets als je de coördinerende rol bij de minister-president neerlegt. Ik wil deze motie dus ontraden. Dan de motie …

Versie d4fc54330761ede6fab1593afab1bab453a31bc6012525a2b75ad736da1bac30 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.