Belastingdienst
Brontekst
Versie 4830b8d6ead550d8 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenStaatssecretaris Van Oostenbruggen: Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Van Dijk. Zij zei dat we het al vaak gehad hebben over de hoge bedragen aan toeslagen die onterecht op de plank blijven liggen, wat armoede-intensiteit vergroot. De gegevens van de Belastingdienst, maar ook van banken en andere ketenpartijen zouden ingezet kunnen worden om de mensen gericht te identificeren en vervolgens te helpen. Ze vroeg of dit meegenomen kan worden in het onderzoek naar wettelijke grondslagen voor gegevensdeling. Dit is listig natuurlijk, want dit is een privacyvraag. Hierover is er natuurlijk een pilot geweest. We zijn, terecht denk ik, kritisch op hoe dat gaat met privacy. Maar bij een gerichte aanpak voor het vergroten van bestaanszekerheid wordt waar mogelijk zo veel mogelijk samenwerking gezocht, ook met SZW. Voor zover de vraag ziet op het verstrekken van gegevens door die andere ketenpartijen, ligt dit deels buiten mijn bevoegdheid. Niettemin hebben alternatieven de aandacht in interdepartementale onderzoeken naar verschillende mogelijkheden. Samenwerking krijgt dus de nodige aandacht bij een gerichte aanpak van armoedebestrijding. Het is goed te noemen dat we bijvoorbeeld wel stappen aan het zetten zijn samen met SZW op het gebied van proactieve dienstverlening. Die is vorig jaar in internetconsultatie gegaan. Dan kun je er dus veel over lezen. Hij is de afgelopen maanden naar de Raad van State gestuurd. Dat is een wet waarmee we volgens mij een grote stap zetten om niet-gebruik zo meteen tegen te gaan. Ik ben daar zelf eigenlijk wel enthousiast over. Dan ook nog een leuke vraag, van mevrouw Van Vroonhoven. Hoe staat het met het amendement inzage fiscaal dossier? Dat is grappig; hier ben ik toevallig afgelopen week nog mee bezig geweest. In de brief van 20 januari 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de resultaten van de uitvoeringsanalyses op het amendement recht op inzage in eigen fiscaal dossier op basis van artikel 66a van de AWR, en de conclusies hieruit. De conclusie is dat een goede inrichting van het recht op inzage in het eigen fiscale dossier goed mogelijk is en veel oplevert voor de Belastingdienst en de belastingplichtige. Het is echter niet mogelijk om dit gereed te hebben per 1 januari 2026. Daarom moet de huidige wetsformulering wat ons betreft aangepast worden, met daarin aanpaste implementatietermijnen. Om het inzagerecht te kunnen invoeren moeten eerst de juiste randvoorwaarden worden geschapen. Zo zijn aanzienlijke verbeteringen in de ICT-fundamenten en de informatiehuishouding nodig. Dit gaat jaren duren, want volledig inzicht in alles is natuurlijk lastig en listig te implementeren. Tegelijkertijd blijft het perspectief van waar we heen willen, duidelijk: burgers en bedrijven moeten zonder inspanning te weten kunnen komen wat de Belastingdienst van ze weet. Omdat we niet willen wachten en we naar het doel willen groeien, zijn we gestart met het werken aan de ontsluiting van de gegevens en de stukken van het belastingmiddel IH niet-winst. Dat is een hele grote groep belastingplichtigen. Hiernaast wordt een onlineomgeving ingericht, zodat deze stukken goed toegankelijk zijn voor de belastingplichtige zelf. Maar goed, "alles" is wel heel breed. We pakken dus als eerste een grote aan en gaan daar ook van leren. Het stap voor stap ingroeien doen we langs de lijn van verschillende belastingmiddelen. Het uitgangspunt is dat we alle aanwezige informatie beschikbaar stellen met respect voor de situaties waarin het niet kan of niet mag. We beperken dit tot een minimum. Parallel wordt er op dit moment als onderdeel van het Belastingplan 2026 ook gewerkt aan de benodigde aanpassingen van de wet. Dit wetsvoorstel moet de aanpak van dit groeimodel mogelijk maken, in lijn met de Kamerbrief. Welk belastingmiddel volgt op de IH niet-winst, wordt bepaald aan de hand van het praktijkonderzoek. In het praktijkonderzoek maken we gebruik van verschillende bronnen zoals bestaande informatieverzoeken, informatie bij de BelastingTelefoon, websitebezoeken et cetera. Dit onderzoek moet de behoeften van burgers en ondernemers beter inzichtelijk maken en moet ook duidelijk maken waar de behoefte het meeste ligt. Op basis van het praktijkonderzoek worden er dan weer routekaarten opgesteld die de volgorde van ontsluiting bepalen. Zo breiden we de informatiepositie van burgers en ondernemers in aanloop naar 2030 steeds verder uit en komen delen eerder beschikbaar. Mogelijke volgende belastingmiddelen die logisch zijn op dat pad, zijn de schenk- en erfbelasting en de autobelastingen. De concrete volgorde is afhankelijk van de portfolio-opdrachten in die ketens. Door de inzet van extra middelen voor 2025 en 2026 op het gebied van IV en de inzet van personeel bij de Belastingdienst wordt versnelling in het ingroeimodel mogelijk gemaakt. Hierdoor blijft de impact op het de volle IV-portfolio voor de eerste fase beperkt. Naast deze extra capaciteit worden de werkzaamheden voor IFD, inzage fiscaal dossier, dusdanig geprioriteerd dat de doelstellingen voor 2025 en 2026 haalbaar en uitvoerbaar zijn. In de komende jaren zal structureel tijd ingeruimd worden om in het meerjaren-IV-portfolio van de Belastingdienst structureel toe te werken naar volledige inzage in het fiscale dossier per 2030.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.