Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)
Brontekst
Versie 2e4bd917b436db3c · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Herbert: Veel dank voor dit leuke gesprek. Ik weet niet of ik dat woord mag gebruiken, maar het voelt wel gewoon echt zo. Het is heerlijk om het te hebben over iets waar we volgens mij gezamenlijk enthousiast over zijn en om te proberen om elkaars gedachten goed te begrijpen en aan te scherpen. Ik heb daar dingen uit meegenomen die mij helpen. Ik weet waar antwoorden op moeten komen in die brief. Om dan te beginnen bij wat meneer Van den Berg aan het eind zei: laten we niet wachten. Dat klopt. Ik hoop dat iedereen tot nu toe al ervaren heeft dat we vooral niet aan het wachten zijn. Sinds de aankondiging is geweest, gebeuren er namelijk de hele tijd dingen. Dat is de spirit. Precies waar de heer Van den Berg toe oproept, zal ook gebeuren, namelijk: terwijl we ondertussen kijken of we aan de achterkant nog dingen moeten regelen, zijn we aan de voorkant al dingen aan het doen. Ik denk dat het voor ons allemaal fijn is als we aan de achterkant iets inrichten waarmee we voorkomen dat datgene verpest wordt wat we nu zo mooi bedenken. Het "op afstand zetten" vraagt bijvoorbeeld wel om een actie. Ik ga er zeker alles aan doen om alles wat niet nodig is, ook niet te gaan doen. Het gaat er uiteindelijk niet om dat er een NADI staat waar we trots op zijn. Het gaat erom dat er daarmee allemaal dingen gebeuren. Daarmee kom ik terug op de vraag van mevrouw Martens-America. Zij vroeg mij of ik durf te beloven dat het al eerder kan dan halverwege 2028. Ik weet inmiddels al dat het op z'n minst in het eerste kwartaal van 2028 zal zijn, gelet op alles wat er qua reguliere tijden geldt voor een wet. Nogmaals, als iets niet nodig is, gaan we het ook niet doen, maar als iets wel nodig is, zal het om het eerste kwartaal van 2028 gaan. Volgens mij gaat het dan vooral om de vraag of de Kamer iets kan doen waardoor de reguliere termijnen misschien korter worden en we dingen nog sneller voor elkaar kunnen krijgen. Ik zou het allemaal prima vinden. Maar nogmaals: mijn doel is niet om straks een wet af te hebben. Mijn doel is dat er elke week dingen gebeuren waarvan wij denken: dit is de goede spirit. Het gebeurt zo snel mogelijk. Dat beloof ik. Daar mag u mij ook aan houden. Ik teken dus voor die ambitie, mevrouw Martens-America. Dan de rapportages waar mevrouw Oualhadj naar vroeg. Zij gaf aan dat het interessant zou zijn om die niet alleen te laten gaan over de klassieke dingen waar rapportages gewoonlijk over gaan, maar vooral breder te kijken. Ik heb al gezien dat er inspiratie te halen is uit het buitenland. Ik wil daar graag ook mijn ideeën nog wat verder over laten vormen, met inspiratie van de co-founders. Dit is iets wat ik echt in die brief zal laten terugkomen. Maar ik beloof hierbij al dat dit breder zal zijn dan alleen maar euro's of — wat kan het verder zijn? — tempo of zo. Het moet gaan over impact. Ik heb u goed gehoord. U vraagt: hoe zorgen we ervoor dat er openheid is wat betreft de uitkomsten van zaken? Het laatste ding. Dit zeg ik zonder de discussie over te willen doen. Volgens mij hebben we samen goed door dat er een fine line is tussen wel of niet iets meegeven over waar die vraagstukken over moeten gaan. Ik hecht eraan om nog een keer te herhalen wat ik eerder al gezegd heb over hoe de domeinen nu gedefinieerd of aangewezen zijn in het rapport-Wennink. Het gaat om een drie-eenheid van dingen. Eén: het feit dat we nu al onderscheidende kennis in Nederland hebben op een bepaald terrein; dat is dus een kans. Twee: op dat domein wordt er enorme groei voorspeld, gegeven wat er aan vraag te verwachten is; dat is dus de economische kant. Drie: het is iets waarmee je je positie kunt innemen in een wereld die onrustig is en waarin je dus een positie moet hebben, al is het maar om daarmee een onderhandelingspositie te hebben in zaken waarbij je ook een eenzijdige afhankelijkheid naar andere delen hebt. Weerbaarheid, groeikansen en onderscheidend vermogen in de basis; dat is dus waar nu die vier domeinen gedefinieerd zijn. Dat gaat dus verder dan alleen maatschappelijke opgaves. Net als u herken ik dat er onwijs veel ruimte zit in die domeinen. Tegelijkertijd voelen wij volgens mij allemaal dat wij, naar de toekomst kijkend, ook niet te restrictief willen zijn. Hoe doe je dit nou precies? Ik ga daar nog een keer goed over nadenken, dit debat gehoord hebbend, maar ik ga mij hier vooral ook over laten challengen door mensen uit het veld waar het NADI over gaat, namelijk over die hooginnovatieve wereld. Wat mij betreft zou dit de afsluiting kunnen zijn, voorzitter.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.