Uitspraak · 6 okt 2026 · Tweede Kamer
Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)
Brontekst
Minister Herbert: Dan zal ik nu verdergaan met de werkwijzen en randvoorwaarden. Daar zijn veel vragen over gesteld. Wij stellen ons voor dat het NADI zo gaat werken dat op vraagstukken zogenaamde innovation directors worden aangesteld, mensen met status in het veld bij wie die vraag specifiek hoort, en dat die personen gaan selecteren welke teams aan de slag mogen met een eerste budget en in competitie met elkaar gaan werken aan hun eigen oplossing voor het vraagstuk dat neergelegd is. Wij stellen ons voor dat er dan iedere keer tussen beoordelingen faseafsluitingen zijn waarin eigenlijk weer wordt gekozen met welke teams en met welke oplossingsrichtingen men verdergaat. Daarbij wordt opnieuw gedacht vanuit "fail fast": bepaal snel waarvan je gelooft dat het niet gaat werken en zet door op waar de winnende elementen zitten. Dat proberen we zo veel mogelijk af te kijken van onze zusterorganisaties, zoals SPRIND; ik noem ze maar "zusterorganisaties". Daarom is het zo interessant om nu ook samen in zo'n challenge te stappen. Dan zien we daar weer andere dingen, bijvoorbeeld dat bij SPRIND geleerd is dat het ertoe doet dat het IP dat in dit soort trajecten ontstaat, blijft liggen bij het team. Daar zit namelijk hun reden om hier aan het eind ook een commercieel succes van te kunnen maken. Het is overigens ook interessant dat ze daar hebben afgesproken dat als het IP niet gebruikt gaat worden door een team dat eigenlijk wel tot een succesvolle oplossing is gekomen, de organisatie uiteindelijk de mogelijkheid heeft om het IP bij een andere partij neer te leggen; dat heb ik ook net gisteren geleerd. Dan vindt er dus eigenlijk een overdrachtsmoment plaats. Dit alles dient eigenlijk om te voorkomen dat er wel oplossingen zijn maar dat die niet naar de markt komen. Volgens mij noemde een van u dit als een zorg, want je wil dat die oplossingen wél naar de markt komen. Ik zeg daarmee niet dat dit is hoe we het gaan doen. Eigenlijk wil ik graag dat de mensen met kennis van zaken die hier nu het meest op aan het studeren zijn, juist hier nog wat dieper in duiken en dat we dan vastleggen hoe we het voor ons zien. Ik wil dit de Kamer in een brief doen toekomen. We hebben daarbij nu als een soort timing in ons hoofd dat we dit aan het eind van het jaar kunnen doen, dus met wat eigen ervaring en nog wat extra in het buitenland opgehaalde voorbeelden. Die snelheid van de oprichting, waar ik op gechallenged ben, raakt mij in mijn hart, omdat ik eigenlijk niet eens wil horen dat er pas in 2028 iets zou kunnen zijn; ik heb daar net al iets van laten blijken. Eigenlijk wil ik vooral weten wat we volgende week kunnen doen en wat we volgende maand kunnen doen, terwijl we ondertussen werken aan het naar de toekomst toe netjes borgen van de dingen, want natuurlijk moeten we dat netjes en zorgvuldig doen. Zo snel mogelijk; ik heb geleerd dat er sprake is van de langst mogelijke of denkbare looptijd als er een wet moet komen. Dat is nog niet helemaal zeker, maar het lijkt erop dat dat toch een verstandig idee is. Daar laat ik mij nog verder over adviseren; dat ga ik zeker met u delen. Dat vraagt eigenlijk de langste doorlooptijd, maar dat betekent niet dat we in de tussentijd niks kunnen doen. Sterker nog, ik laat me graag ook nog door u adviseren over wat er wél allemaal al mogelijk is, want daar zoek ik elke dag naar. Ik weet dat de co-founders, zoals we ze naar buiten noemen, daar even hard in mee zullen zoeken.
Versie 2e4bd917b436db3c1facef99f442a6ee1773b13255ff06dc697adc2bc36d3e79 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.