KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 18 jun 2026 · Tweede Kamer

BHO

Brontekst

De heer Verkuijlen (VVD): Dank u wel, voorzitter. Laat ik nog iets zeggen over de verhitte discussie waar mevrouw Kröger het over had. Misschien moet ik even een misvatting de wereld uit helpen. Het is niet zo dat de VVD tegen ontwikkelingssamenwerking is; wij maken alleen keuzes om daar minder geld aan uit te geven. Daarbinnen ... Daarbinnen, mevrouw Kröger, maken wij andere keuzes. Dat even vooraf. Voorzitter. Ik wil vandaag stilstaan bij twee onderwerpen die op het eerste gezicht verschillend lijken, maar die in werkelijkheid nauw met elkaar samenhangen: de doorvoer van strategische goederen en de toekomst van ons beleid op het gebied van hulp en handel. Voorzitter. Nederland heeft terecht een stevig exportcontrolebeleid voor strategische goederen, maar als de Rekenkamer constateert dat we onvoldoende zicht hebben op de werking van het systeem, moeten we onszelf de vraag stellen: hoe kunnen we vaststellen dat het beleid daadwerkelijk doet wat het beoogt te doen? Voor de VVD staat echter ook een andere vraag centraal: hoe voorkomen we dat goederen en technologie die in Nederland zijn ontwikkeld, uiteindelijk bijdragen aan de Russische oorlogsmachine? De minister stelt dat aanvullende controles op doorvoer disproportioneel zouden zijn en dat bovendien een duidelijke wettelijke basis ontbreekt. Ik kan die juridische en praktische bezwaren deels volgen, maar juist daarom wil ik van de minister weten hoe hij vaststelt dat het huidige systeem effectief is. Kan de minister aangeven op basis van welke concrete indicatoren hij concludeert dat het huidige stelsel voldoende werkt? Welke gegevens heeft hij over naleving, risico's, omzeilingsroutes en mogelijke sanctieontwijking bij de doorvoer van dual-usegoederen? Voorzitter. De Financial Times berichtte dat Nederlandse technologie nog altijd wordt aangetroffen in Russische Kh-101-kruisraketten. De complexiteit van mondiale waardeketens ontslaat Nederlandse ondernemers niet van hun verantwoordelijkheid. Bedrijven moeten actief eigenaarschap tonen, kritisch kijken naar hun distributienetwerken en hun due diligence serieus nemen. Wat de VVD betreft is dit geen kwestie van overheid tegenover bedrijfsleven. Dit vraagt juist om samenwerking. De overheid beschikt over informatie over sanctierisico's, geopolitieke ontwikkelingen en ontwijkingsconstructies die individuele bedrijven vaak niet hebben. Daarom vraag ik de minister of hij bereid is om op korte termijn een structureel overleg met de Nederlandse chipsector te organiseren, gericht op sanctienaleving, ketentransparantie en het voorkomen van doorvoer naar Rusland. Welke concrete ondersteuning biedt het kabinet momenteel aan bedrijven die willen voorkomen dat hun producten via derde landen alsnog in Rusland terechtkomen? Dit brengt mij direct bij de positie van onze defensie-industrie en strategische industrie. We moeten onze eigen ondernemers niet onnodig de pas afsnijden. Mijn fractie blijft signalen ontvangen dat Nederland een aanzienlijk restrictievere exportcontroletoetsing hanteert dan andere partnerlanden, zoals Duitsland en Frankrijk. Dit zet onze defensieondernemers op een flinke achterstand. Het vermindert hun concurrentiepositie en maakt hen in de ogen van buitenlandse partners onbetrouwbaar. Om onze defensie-industrie te laten groeien, moeten onze bedrijven kunnen exporteren en handelen. Is de minister zich bewust van deze scheve verhoudingen? Is hij bereid deze nationale kop weg te nemen, zodat we weer toe gaan naar een gelijk speelveld, een level playing field, in Europa? Voorzitter. De VVD is ervan overtuigd dat duurzame ontwikkeling uiteindelijk niet voortkomt uit permanente afhankelijkheid van hulp, maar uit economische groei, ondernemerschap en sterke instituties. Klassieke ontwikkelingshulp heeft in sommige gevallen te lang geleid tot afhankelijkheid van subsidies en donorfinanciering. Dat moeten we durven benoemen. Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking valt of staat met de integriteit en doelmatigheid van de bestedingen. Er bestaat in onze samenleving al brede scepsis over het nut van deze miljardenstroom. Dat draagvlak brokkelt in sneltreinvaart volledig af wanneer we geconfronteerd worden met dieptrieste misstanden bij organisaties die wij in Nederland met belastinggeld steunen. Het recente, schokkende en wat mij betreft ontluisterende, nieuws over systematisch seksueel misbruik en uitbuiting van Sudanese vluchtelingen door medewerkers van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad toont aan dat de huidige toezichtkaders tekortschieten. Dat is voor ons onacceptabel. Het kabinet heeft de plicht om te voorkomen dat er Nederlands belastinggeld vloeit naar of samengewerkt wordt met organisaties waarbinnen zulk ernstig wangedrag plaatsvindt, of die op wat voor wijze dan ook gelieerd zijn aan terrorisme. Hoe gaat de minister er vanaf vandaag op toezien dat onze partnerorganisaties keiharde, aantoonbare maatregelen nemen om dit soort mensonterend misbruik te voorkomen? Voorzitter. Nederland is een handelsnatie. Onze welvaart wordt over de grens verdiend. Door nieuwe handelsrelaties aan te gaan, bouwen we onze afhankelijkheden af en vergroten we de keuze voor Nederlandse consumenten. Het is dan ook een uitstekende zaak dat de EU-Mercosur-overeenkomst uiteindelijk is aangenomen. We kijken met gezonde ambitie uit naar de voortgang en naar positief nieuws over de handelsbesprekingen met Indonesië, India en Australië. Maar het tempo in Brussel is vaak laag. De tijd die verstrijkt tussen een politiek akkoord en de uiteindelijke ratificatie is onacceptabel. Een belangrijke oorzaak hiervan is de langdurige procedure van legal scrubbing bij de verplichting om verdragsteksten in alle 24 officiële EU-talen te vertalen. Wat de VVD betreft beginnen we in de eerste fase direct met één werkbare Engelse versie. Deze procedurele vertragingen kosten onze exporteurs kostbare tijd en marktaandeel. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is hij bereid om zich er in Brussel hard voor te maken dat de verplichte vertalingen in de beginfase omzeild worden, zodat we verdragen sneller kunnen toepassen op basis van de geaccordeerde Engelse tekst? Voorzitter. Ook dichter bij huis liggen er kansen om handelsbarrières te slechten. Sinds het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie worden onze exporteurs geconfronteerd met aanzienlijke grenscontroles en administratieve rompslomp aan de overkant van het Kanaal. Het verminderen van deze handelsbelemmeringen levert direct tastbare voordelen op voor onze ondernemers. Het drukt de kosten, versnelt de doorloop van goederen, versterkt de ketenweerbaarheid en vergroot de keuzevrijheid voor de consument. Ik wil de minister daarom in algemene zin vragen hoe op dit moment de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk lopen om deze handelsbarrières weg te nemen. Welke prioriteiten stelt het kabinet hierin? Welke kansen ziet de minister om op korte termijn concrete stappen te zetten? Voorzitter. Nederland heeft belang bij een buitenlandbeleid dat onze veiligheid versterkt, onze economische kansen vergroot en tegelijkertijd bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. Dat vraagt om effectieve sanctiehandhaving, sterke samenhang met het bedrijfsleven en een ontwikkelingsbeleid dat landen uiteindelijk minder afhankelijk maakt van hulp en meer in staat stelt om op eigen kracht te groeien. Dat is de koers die de VVD voorstaat. Dank u wel, voorzitter.

Versie 5811182c3eceed5e1cb197c66724abf647ebabe3eab970f772bdc8cbbafb0020 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

BHO

BHO

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.