statement · 18 jun 2026 · Tweede Kamer
BHO
Brontekst
Minister Sjoerdsma: Voorzitter, dank u. Dank ook aan de leden voor de gestelde vragen. Uiteraard nogmaals dank aan de rapporteurs. We hebben het in het stukje met de rapporteurs nadrukkelijk gehad over de systematiek. Het is ook goed om het daarover te hebben. Ik zal in de introductie daar nog één enkele opmerking over maken. Het is echter ook goed om, zoals enkele van uw leden al hebben gedaan, kort stil te staan bij waar het om gaat, namelijk om mensen en om resultaten. Ik heb uw geluiden gehoord, maar op het gebied van handel, handelsmissies, van het aantal mensen dat is bereikt met ontwikkelingsprogramma's, of het nou duurzame voedselinterventies zijn, toegang tot schoon water of toegang tot anticonceptie, in de wijze waarop het Nederlandse bedrijfsleven wordt gepositioneerd, in hoe we Oekraïne helpen de winter door te komen — ik licht er maar een paar voorbeelden uit — hebben we resultaten geboekt om trots op te zijn. En procedureel: ik denk dat ontwikkelingssamenwerking — ik heb dat ook in eerdere debatten gezegd — behoort tot het meest geëvalueerde overheidsbeleid in Nederland. Het nawoord van de Algemene Rekenkamer bij het verantwoordingsonderzoek 2025 wil ik hier maar volledig citeren: "Met een zekere ironie stellen we vast dat er zo mogelijk soms meer inzicht ontstaat op resultaten van Nederlands belastinggeld in het buitenland dan op de resultaten van de besteding van het belastinggeld in het binnenland." Dat betekent niet dat we op onze lauweren gaan rusten, maar het betekent misschien wel dat het binnenland een beentje bij moet trekken om dezelfde standaard te halen die dit ministerie en anderen weten te halen. Voorzitter, dan de blokken van beantwoording. Ook omdat de vragen wat breder zijn dan alleen het jaarverslag zelf, heb ik de blokken handel, ontwikkelingssamenwerking, coherentie en overig. Ik begin met handel en een vraag van de heer Lohman over het belang van samenwerking met het mkb bij de planning van economische missies. MKB Nederland is natuurlijk een belangrijk onderdeel van VNO-NCW. Met hen brengen wij de voorbereiding, planning en organisatie van die missies in kaart. 57% van de deelnemers van deze missies betreft mkb-bedrijven. De bedrijfslevenprogramma's zijn in toenemende mate toegespitst op deelnemende mkb-bedrijven. Mijn eigen ervaring is dat het over het algemeen mkb-bedrijven zijn die daaraan deelnemen. Ik zie dat er nog iets van verwarring is, maar de blokjes zijn dus: handel, ontwikkelingssamenwerking, coherentie en overig. Mevrouw Kröger vroeg: hoe zorgt de minister ervoor dat Nederlandse bedrijven zich ook aan de OESO-richtlijnen houden? Wij verwachten van alle Nederlandse bedrijven die internationaal opereren dat zij de OESO-richtlijnen toepassen. Wij ondersteunen bedrijven daarbij op verschillende manieren: sectorale samenwerking samen met de SER — laatst hebben we met de voorzitter van de SER besproken dat wij onze ambities omhooggooien — en ondersteuning via de mvo-steunpunten en de subsidieregeling. In alle eerlijkheid moet ik zeggen dat ik merk dat bedrijven het ondersteunende geluid van de overheid hebben gemist dat dit van belang is. Ook daar zal ik mij persoonlijk voor inzetten, ook omdat ik vanuit uw Kamer ... Ik refereer maar aan een motie van de VVD over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat over mens en milieu, maar gaat ook weerbaarheid, en die combinatie is cruciaal. Dat is waarom het van groot belang is.
Versie 5811182c3eceed5e1cb197c66724abf647ebabe3eab970f772bdc8cbbafb0020 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.