BHO
BHO
statement · 18 jun 2026 · Tweede Kamer
Minister Sjoerdsma: Het is wel goed om te zeggen, zoals ook eerder aan de Kamer is gecommuniceerd, dat die doelstelling in 2023 voor het laatst gemonitord is. Daarmee is dus niet gezegd dat dit ook de huidige stand van zaken is. Dat komt door de komst van Europese wet- en regelgeving. Dit jaar gaan wij de imvo-wetgeving evalueren. De uitkomsten zal ik uiteraard gebruiken om te bepalen hoe we dit beleid kunnen versterken. Ik zal ook bekijken of er misschien een andere indicator is die iets beter werkt dan deze. Maar heel precies zijn een aantal zaken van groot belang. We zullen daar op korte termijn, denk ik, wat uitgebreider bij de Kamer op terugkomen. Dat gaat over het narratief wat we hierover vertellen: mens, milieu en weerbaarheid, ook vanuit de overheid. Dat gaat ook over steun vanuit de overheid richting de SER als het gaat over de sectorale samenwerking. Daar zie ik nu nog ruimte om twee sectoren toe te voegen; dat is essentieel. Ik was anderhalve week geleden bij een grote groep bedrijven, variërend van multinationals tot Fairphone, bij wijze van spreken, die onderdeel zijn van de ComPAct, om samen met die bedrijven het enthousiasme dat ze hebben te gebruiken om weer andere bedrijven in Nederland in de positieve zin van het woord te infecteren om zich hier ook aan te houden. Ik denk ook in alle eerlijkheid dat we zelfs zonder deze plannen van de zijde van het kabinet in toenemende mate zullen zien dat bedrijven zich aan deze richtlijnen willen gaan houden, omdat het ook simpelweg eigenbelang is. Voorzitter. Dan zijn we bij de heer Verkuijlen, die het had over het stelsel voor de exportcontrole, met name op strategische goederen. Daar wil ik een paar dingen over zeggen. De exportcontrole op strategische goederen is niet hetzelfde als het tegengaan van omzeiling van Europese sancties tegen Rusland met betrekking tot kritieke goederen. Beide zijn een grote prioriteit; laat dat helder zijn. Maar op strategische exportcontrole hebben we hele grote grip, omdat we daarvoor een kader hebben en omdat vergunningen simpelweg langs mijn ministerie moeten. Die aanvragen worden, afhankelijk van het soort, toegekend of afgewezen, maar daarop staat de nationale veiligheid in hoofdletters, dikgedrukte letters, geschreven. Hetzelfde geldt natuurlijk voor omzeiling. Het tegengaan daarvan is een topprioriteit. Dat proberen wij op een veelvoud van manieren te doen: diplomatiek natuurlijk, maar ook via de douane. Die is behoorlijk effectief, getuige de grote douaneactie van vorige week. Die heeft de heer Verkuijlen ook gezien, denk ik. Ook geven we actieve voorlichting aan Nederlandse bedrijven. Ik zeg dat ook omdat omzeiling van deze sancties strafbaar is. Daar staat een heel serieuze strafmaat op. Als mij hierover iets wordt gevraagd, probeer ik ook continu te benadrukken dat die strafmaat zo sterk is, omdat ik ervan uitga dat die ook een afschrikwekkende werking heeft op hoe bedrijven hiernaar kijken. Voorzitter. De volgende vraag neem ik meteen mee. Er zijn ook gesprekken met de chipsector over dit soort zaken. Ik kan u vertellen dat er op alle niveaus, van technisch, politiek tot CEO-niveau, ontzettend regelmatig contact tussen is de Nederlandse overheid en de chipsector precies over dit soort zaken, omdat daar ook een heel groot gezamenlijk belang zit. De heer Verkuijlen vroeg ook naar signalen dat Nederland een restrictiever wapenexportbeleid zou hanteren dan Duitsland. Wij toetsen zorgvuldig, maar over de gehele linie absoluut niet restrictiever dan andere landen. Wij zetten in op convergentie van de toepassing van de Europese gemeenschappelijke wapenexportcriteria. Dat doen we ook zelf heel actief door bijvoorbeeld nadrukkelijk meer informatie te delen met andere lidstaten over de toepassing. Wij hebben ons ook met succes hardgemaakt voor de herziening van die criteria. Tot slot wil Nederland toetreden tot het Verdrag van Aken. Ik denk dat dat ook voor een deel tegemoet zal komen aan de vraag van de heer Verkuijlen. De heer Verkuijlen had in het kader van handel ook een belangrijke vraag over handelsverdragen en legal scrubbing. Hij vroeg of de eerste versies van handelsverdragen niet in bijvoorbeeld slechts één taal zouden kunnen worden gepresenteerd. Ik heb daar toevallig bij de laatste Handelsraad ook over gesproken en ik heb de Commissie vriendelijk verzocht om dat te doen, omdat het enorm veel tijd kan schelen. Dat is absoluut waar. Wij willen dat proces versnellen. Ik moet daarbij wel zeggen, zonder dat ik die landen in een kwaad hoekje wil plaatsen, dat er natuurlijk landen in de Unie zijn die misschien toch in het bijzonder eraan hechten dat dit ook in hun eigen taal plaatsvindt. Maar wij zijn ervan overtuigd dat ook daar een creatieve oplossing mogelijk is en dat we dat zouden moeten doen. De Commissie is daar overigens ook hartstochtelijk van overtuigd. De heer Verkuijlen had ook een vraag over de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk en het verminderen van de handelsbarrières. Ik moet daar twee dingen over zeggen. Eén. Het Verenigd Koninkrijk heeft zelf gekozen voor de brexit. De consequenties daarvan zijn dat er handelsbarrières zijn. Dat vindt Nederland, het kabinet, niet leuk. Dat vindt het Nederlands bedrijfsleven niet leuk. We kunnen de consequentie van de politieke keuze die in het Verenigd Koninkrijk is gemaakt, echter niet geheel wegnemen. Er is wel een positief momentum in het Verenigd Koninkrijk over het aanhalen van de banden op economisch terrein, waarbij vooral wordt ingezet op de integriteit van de interne markt, het behoud van het gelijke speelveld, maar natuurlijk ook de ondeelbaarheid van de vier vrijheden. Daar wringt de schoen soms. Op 22 juni is er weer een top EU-VK. Ik hoop dat we dan wat stappen kunnen zetten. Ik weet dat de heer Verkuijlen ernaar uitkijkt, maar dat doet het kabinet ook. De heer Lohman vroeg naar het rapport over de exporten van de Nederlandse agrifood naar kwetsbare markten: of daar niet een periodiek monitoringskader voor zou moeten komen. In alle eerlijkheid, op basis van het rapport dat de heer Lohman aanhaalt, zien wij dat niet. Dat heeft eigenlijk te maken met het feit dat in dit onderzoek de meest dominante en potentieel ook meest problematische exportstromen zijn geanalyseerd, met als uitkomst — en de heer Lohman verwoordde dat zelf zeer treffend, vond ik — dat er geen structureel negatieve effecten zijn gevonden. En ik denk dat ook de onderzoekers de eventuele negatieve effecten van andere, kleinere exportstromen onwaarschijnlijk achten, of hooguit zeer beperkt. Dan zien wij de noodzaak van een aanvullend niet, gelet op wat de onderzoekers zelf constateren.
Versie 5811182c3eceed5e1cb197c66724abf647ebabe3eab970f772bdc8cbbafb0020 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
BHO
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.