KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 5 feb 2026 · Tweede Kamer

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (36800-VII) (voortzetting)

Brontekst

De heer Martin Bosma (PVV): Voorzitter, dank u wel. Het was gisteren toch een debat met een zeker historisch belang. Dan heb ik het over de korte interruptie die ik mocht hebben met heer Sneller, want ik vroeg de heer Sneller of zijn partij nog steeds voorstander is van de gekozen burgemeester. Een gekozen burgemeester is niet zomaar iets voor D66. Het is een van de zogenaamde kroonjuwelen. Ik heb nog even het prachtige boekje "Daarom D66" van Hans Gruijters erbij gepakt. Daarin worden de gekozen burgemeester maar ook de gekozen minister-president als "cruciaal" beschreven in de ideeënrijkdom van de toen startende partij. De heer Sneller gaf aan dat de gekozen burgemeester geen onderdeel meer uitmaakt van het verkiezingsprogramma van D66, omdat de leden hebben besloten dat het anders moet. Ik heb dat nog even opgezocht. In de krant staat argumentatie van de mensen die op het D66-congres aanwezig waren. Zij zeiden: "Als je een gekozen burgemeester hebt, kun je iemand krijgen als Trump." Aha, men is dus tegen de gekozen burgemeester omdat de verkiezingen een verkeerde uitslag hebben en niet de juiste mensen opleveren. Verkiezingen vindt men bij D66 blijkbaar dus alleen leuk als de juiste partijen winnen. Anders is D66 blijkbaar tegen verkiezingen. Historisch gezien is dit van groot belang. Het verbaast ons niet, want de "kroonjuwelen" van D66 waren nooit de kroonjuwelen. D66 is opgericht in de kelder van een reclamebureau, het reclamebureau FHV, en D66 is bedacht door Martin Veltman, de man die ook "Heerlijk helder Heineken" heeft bedacht. Hij adviseerde Hans van Mierlo toen: "Weet je wat je moet doen? Je moet focussen op die staatsrechtelijke dingen. Je moet niet een hele waaier aan programmapunten hebben. Fixeer je op dat staatsrecht." Dat is gebeurd. Vele mensen wisten dat het een reclamestunt was en dat is nu gewoon duidelijk geworden, maar de korte interruptie die ik gisteren mocht hebben, is vooral pikant in verband met de vraag waarom de heer Sneller hier in de Kamer nu niet meer het standpunt te berde zal brengen dat er een gekozen burgemeester moet komen. Dat is niet omdat de heer Sneller over het strand liep en dacht: hé, dat is misschien toch niet een goed idee; ik heb een andere mening. Nee, het zijn de leden die de heer Sneller dwingen tot een ander standpunt. Dat is raar; dat is vreemd. Ik ben gisteren even teruggegaan in de geschiedenis, mevrouw de voorzitter, met uw welnemen. Ik heb nog eens gememoreerd dat Thorbecke een tegenstander was van politieke partijen. Daarom staan de politieke partijen niet in de Grondwet van 1848, want Thorbecke zei: als we politieke partijen gaan hebben, hebben we geen volksvertegenwoordigers meer maar partijvertegenwoordigers. Dat is dus exact wat er gebeurd is. De Kamerleden die we hier hadden, kwamen bij elkaar in kiesverenigingen. Die kiesverenigingen waren losse verbanden van mensen die gewoon contact met elkaar hadden. Mijn favoriete kiesvereniging heette "Redding door bezuiniging" uit Zutphen. Vervolgens werden dat ledenpartijen. Het kwaad is geschied in 1879, want toen heeft Kuyper de ARP opgericht. Die ARP zei tegen de mensen in de Tweede Kamer die ARP-lid waren: je moet op die en die manier stemmen. Toen kregen we dus eigenlijk het begin van de particratie. De partijbobo's werden dus dominant. Later is het districtenstelsel afgeschaft en in 1917 kregen we de evenredige kiesvertegenwoordiging. Dat betekent dat de partijbaasjes nog veel machtiger werden, want die waren de controle kwijt op die lokale kiesverenigingen, die gewoon zelf met kandidaten kwamen. Toen kwam ook nog het amendement-Alberda erdoorheen, waardoor voorkeurstemmen eigenlijk geen zin meer hadden. Daarmee was de particratie compleet. Het werden de partijbaasjes die uitmaakten wie er op de lijst kwamen. De kiezers hadden daar niets over te zeggen. Het waren de partijbaasjes die bepaalden wat er in verkiezingsprogramma's geschreven werd. Dat moesten Kamerleden dus maar uitvoeren. Dit staat natuurlijk haaks op de Grondwet. In de Grondwet staat artikel 69, lid 3. Er stond altijd heel mooi: zonder last en ruggenspraak. Wij hebben een zelfstandig mandaat; zo zou het moeten zijn, maar dat hebben we dus niet meer. We hebben een dubbelmandaat: we moeten ons buigen richting de kiezers, maar sommigen in dit huis moeten ook buigen richting hun ledenpartij. Dat staat natuurlijk haaks op dat grondwetsartikel. Dat betekent ook dat er beloften zijn gedaan. Dat was 1917, de vestiging van de particratie. Is er ooit verzet geweest tegen die particratie? Jazeker, want op 30 april 1966 kwamen in Hotel Krasnapolsky te Amsterdam 25 jonge mannen bij elkaar, licht kakkineus, meestal lid van de VPRO. Zij zeiden: "Dit is helemaal verkeerd." Ze waren te beschaafd voor Provo en niet socialistisch genoeg voor Nieuw Links. Ze verzonnen een politieke partij; dat werd D66. D66 ontstond op grond van de strijd tegen de particratie. Toen ik gisteren de heer Sneller hoorde, moest ik meteen denken aan een citaat uit het Appèl, het geschrift dat ten grondslag ligt aan D66. Daarin staat het citaat: "De parlementariër heeft slechts een band met zijn partij, want die heeft hem op een verkiesbare plaats gesteld. En als zijn partij moet schipperen met verkiezingsbeloften, dan schippert hij mee." Ik stel vast dat de cirkel rond is. D66 is nu zelf een particratische partij geworden. De leden zijn oppermachtig. De band met de kiezers is er niet meer. De band is er met de ledenpartij.

Versie a824279d29cfbf3c54c58ba196fbd89e4a8751050dc1575676c12b3c50e75672 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.