Uitspraak · 17 apr 2024 · Tweede Kamer
Inzet algoritmes en data-ethiek
Brontekst
Staatssecretaris Van Rij: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal specifiek ingaan op de vragen die gesteld zijn naar aanleiding van het advies van de landsadvocaat. Dat wilde ik als volgt doen: eerst even het proces, dan het advies van de landsadvocaat en dan de vervolgstappen. Collega Aukje de Vries en ondergetekende zijn al langere tijd bezig met het maken van een wetsontwerp, namelijk het wetsvoorstel Wet waarborgen gegevensverwerking Belastingdienst, Toeslagen en Douane, ook wel afgekort als WGBTD. Ik moet zelf altijd weer even nalezen waar het voor staat, vandaar dat ik het ook voluit heb gezegd. Daarover hebben we de Kamer in verschillende voorgangsrapportages ingelicht. Dat gaat over de AVG, de Algemene verordening gegevensbescherming, maar ook over de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en over de Archiefwet. In het kader van het voorbereiden van die wetgeving hebben wij natuurlijk ambtelijk ook de uitspraak van het Hof van Justitie van 7 december jongstleden geconstateerd. Dat is het zogenaamde SCHUFA-arrest, en er was natuurlijk al een conclusie gewezen in maart vorig jaar. Dat heeft er bij ons direct aanleiding toe gegeven advies te vragen aan de landsadvocaat. Dat advies hebben wij in eerste instantie gekregen op 31 januari en zo heb ik dat ook beantwoord op schriftelijke vragen van NSC. Wij hebben daar gesprekken over gehad. We hebben ook wat verduidelijkende en aanvullende vragen gesteld. We hebben ook de ambtelijke commissie publieke dienstverleners of uitvoeringsorganisaties hiervan op de hoogte gesteld. We hebben het ook aan de orde gesteld in februari in de ministeriële commissie uitvoeringsorganisaties publieke dienstverlening. Wij beseften natuurlijk dat we al met een wetgevingstraject bezig zijn, maar niet de collega-beleidsdepartementen daarmee wilden verrassen. Met name de ministeries van SZW, OCW en VWS hebben aangegeven in die vergaderingen niet alleen in de inhoud van het advies van de landsadvocaat geïnteresseerd te zijn, maar daar ook opvattingen over te hebben. Dat is allemaal terechtgekomen in aanvullende vragen. Dat heeft geleid tot het advies van 12 maart. Dan het advies zelf. De landsadvocaat geeft in dat advies aan en bouwt zeer zorgvuldig op dat het profileringsbegrip in de AVG ruim moet worden uitgelegd. Dat is wel een uitleg die een stuk ruimer is dan voor die tijd. Daar heeft de landsadvocaat ook argumenten voor. Een van de vragen ging over selectiecriteria. We hebben aan de landsadvocaat de selectiecriteria voorgelegd die de Belastingdienst altijd hanteert. Ik heb nog meegemaakt dat er geen automatisering was, toen ik in 1983 begon. Ik ben nog van dat tijdperk. Toen waren er ook selectiecriteria. Ik geloof dat de heer Van Baarle het op een bepaald moment samenvatte. Nu zijn we natuurlijk met automatisering bezig. We ontkomen daar niet aan. Als we de automatisering moeten stopzetten bij alleen al 10 miljoen aangiftes inkomstenbelasting, die geautomatiseerd verwerkt worden op basis van vooraf ingevulde aangiftes, dan komen de belastingcentjes niet binnen. Het gaat natuurlijk om die selectiecriteria. Bij die selectiecriteria heeft de landsadvocaat over profilering gezegd dat van de tien er twee niet voldoen. Dat had te maken met leeftijd. Dat heeft er gewoon mee te maken dat je bijvoorbeeld bij een jonggehandicaptenkorting naar de leeftijd moet kijken of naar een bepaalde reserveringsruimte. Maar de overige voldoen wel. Dat is een behoorlijk ruime uitleg. De volgende vraag waar de landsadvocaat op is ingegaan, is de volgende. Je hebt in eerste instantie de eerste fase: de aangiftes worden geautomatiseerd ingediend. Vervolgens worden er een aantal "uitgeworpen"; dat is de terminologie. Ik geloof dat de heer Krul het over een "ping" had, maar dit is de terminologie binnen de Belastingdienst. Dat is dan op basis van die selectiecriteria. Dat wil niet per definitie zeggen — helemaal niet, zelfs — dat de gedachte is: o, er is een fout gemaakt in de aangifte; dit kan de eerste stap zijn voor een fraudeonderzoek. Heel veel mensen maken fouten. In een van die selectiecriteria staat bijvoorbeeld iets over de situatie dat iemand voor de eerste keer zijn aangifte inkomstenbelasting invult omdat diegene een eigen huis gekocht heeft en recht op renteaftrek heeft. De ervaring leert dat heel veel mensen daarbij fouten maken, omdat dat de eerste keer is. Dan krijg je een vragenbrief. Dat gebeurde ook in de tijd dat er nog geen automatisering was. Heel vaak is dat juist in het belang van de belastingplichtige, want als je een niet goed ingevulde aangifte hebt, dan hoor je liever van de Belastingdienst waar het dan niet goed is, in plaats van dat je een heel hoge aanslag, een navorderingstraject of nog erger krijgt. Zo is er ook het voorbeeld van een oudere dame. Die had bij het invullen van haar aangiftebiljet het knopje voor de buitengewone lastenaftrek zorgkosten te lang ingedrukt. In plaats van 4.000 kwam er 4 miljoen uit. Zij was ontzettend blij dat ze een telefoontje kreeg van de Belastingdienst met de vraag: klopt dit wel? Natuurlijk zijn er ook situaties waarin er niet zomaar "foutjes" door belastingplichtigen worden gemaakt, maar waarin er bewúst fouten worden gemaakt. Dat kan dan wel degelijk aanleiding geven tot niet alleen een vragenbrief, maar ook een vervolgonderzoek. Ik kom op wat de landsadvocaat heeft gezegd. Wat betreft artikel 22 van de AVG gaat het om de vraag: wanneer is er nou sprake van een besluit met rechtsgevolgen? Wat betreft automatisering worden de twee stappen die ik net beschreef, als één gezien. Als er dan ook nog eens een keer sprake kan zijn van het "anderszins in aanmerkelijke mate treffen", doet zich de vraag voor of de werkwijze die wij thans hanteren, met die open norm, in strijd zou zijn met het huidige artikel 22 van de AVG en met artikel 40 van de Uitvoeringswet AVG. Waar baseert de landsadvocaat zich op? Dit is trouwens ook echt een beetje onontgonnen terrein. De jurisprudentie ontwikkelt zich dus ook. Die jurisprudentie ontwikkelt zich heel vaak in private situaties. Je hebt te maken met het aspect dat je ook nog een publieke dienstverlener bent, die ook nog naar andere zaken moet kijken dan alleen die mogelijke fraudesituaties. Denk aan dat SCHUFA-arrest. Dat is allemaal nog onduidelijk qua jurisprudentie. We nemen het advies van de landsadvocaat natuurlijk ongelofelijk serieus. Maar zij baseren zich met name op het volgende. Er is, op basis van artikel 29 van de AVG, een Europees Comité voor gegevensbescherming. Dat brengt richtsnoeren uit, die door de rechter worden gebruikt bij de interpretatie van deze wetgeving. Dat zijn richtsnoeren. De landsadvocaat kan natuurlijk ook niet anders doen. Een deel van die wetgeving heeft ook te maken met die richtsnoeren. Wij hebben het volgende gemeend. De consequenties van dit advies kunnen verregaand zijn. Hier werd ook al naar gevraagd. Wij dachten: "We gaan niet over één nacht ijs. Dan vragen we aan de Autoriteit Persoonsgegevens zélf om hier het licht over te laten schijnen." Uiteindelijk is die namelijk de autoriteit met de onafhankelijke en objectieve deskundigheid wat betreft de interpretatie van deze wetgeving. Die vraag hebben we neergelegd bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Wij verwachten daar eind mei een antwoord op. Wij hadden in het antwoord op de schriftelijke vraag van NSC ook nog gezegd dat het onze bedoeling is om twee onafhankelijke wetenschappers daarover om advies te vragen. Die zijn niet eerder beschikbaar dan augustus of september. Dat vinden wij te laat. In nauwe samenspraak met de staatssecretaris van BZK — ze heeft daar zojuist zelf ook al wat over gezegd — hebben wij nu het idee om, nadat we het advies van de AP hebben, in ieder geval als ministerie van Financiën, met name collega De Vries en ikzelf, de vervolgstap te zetten. Die vervolgstap is dan toch: wetgeving voorbereiden, die niet alleen op de AVG betrekking heeft. Dat heb ik ook al eerder gezegd. We willen de Wet waarborgen gegevensverwerking Belastingdienst, Toeslagen en Douane rapido in gang zetten. Dan komen we uiteraard ook bij uw Kamer terug. Het is namelijk wel van cruciaal belang dat hiervoor een goede wettelijke grondslag komt. Dat loopt natuurlijk parallel aan wat de andere departementen wel of niet zullen doen. Want nogmaals, het gaat bij ons niet alleen om de AVG, maar ook om die andere onderwerpen. Voorzitter. Volgens mij heb ik nu behoorlijk wat vragen beantwoord. Er was nog één vraag, van de heer Krul. Tenzij je met nieuwe wetgeving zou komen, zou de consequentie van het advies in extremis kunnen zijn dat je ten aanzien van de handhaving geen gerichte controle meer kan doen. Dan zou je het met aselecte steekproeven moeten doen. Dat doet iets met de voorbeelden die ik net noemde: aftrekbaarheid van de hypotheekrente in de situatie dat je voor de eerste keer een huis koopt, zorgkosten of die directeur-grootaandeelhouder in box 2. Ik heb ook al gezegd wat dit eventueel betekent voor andere departementen en dat we in goed overleg zijn. Voorzitter. Dan is er alleen nog de vraag van de heer Krul over welke gevolgen deze uitspraak heeft voor het witwastoezicht, waarbij banken op basis van geautomatiseerde signalen onderzoek doen. Daarbij moet ik even tekstvast zijn. Dat zit namelijk in de portefeuille van de minister van Financiën. Daar ben ik dus niet dagelijks mee bezig. Poortwachters wat betreft de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de Wwft, dienen altijd aan cliëntonderzoek en transactiemonitoring te doen. Er is een breed scala aan poortwachters, van banken tot advocaten. Een deel van dat proces is geautomatiseerd. Dat is efficiënter voor banken en klanten. De Nederlandsche Bank houdt Wwft-toezicht op banken. Dat is bekend. Deze wet verplicht alle poortwachters om een risicogebaseerd onderzoek te doen en voor elke cliënt een zelfstandige afweging te maken. De minister van Financiën heeft aangegeven met DNB in gesprek te zullen gaan over de processen van banken. Daar waar de Belastingdienst taken uitvoert in het kader van het toezicht op de Wwft, wordt geïnventariseerd in hoeverre daarvoor gebruik wordt gemaakt van geautomatiseerde selectietechnieken. Hierover wordt u schriftelijk nog nader geïnformeerd; dat gebeurt ook omdat er een verzoek ligt van het lid Idsinga om hiervan een overzicht op te leveren. Voorzitter. Ik heb nog één laatste opmerking. Als er echt sprake is van fraude of als er aanwijzingen van fraude zijn, hebben we natuurlijk altijd nog de Wet politiegegevens. Op basis van die wet, die de FIOD veel ruimere bevoegdheden geeft, kan er natuurlijk altijd een onderzoek worden ingesteld. Daar was ook een vraag over gesteld, dacht ik.
Versie d7f0f2bd850e617ffe9cb0429962cee6562c9adc4bae73526373fb90abe09322 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.