KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

het wetsvoorstel Vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering), Boeken 3 en 4

10 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c4721d695e63787e · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

De heer Knigge: Het is misschien toch wel goed om dat motiveringsvoorschrift, waar alle aandacht zich op richt, dus artikel 4.3.22, lid 1, een beetje in het perspectief te plaatsen van alle motiveringsvoorschriften die in deze titel zijn opgenomen. Wat hier geformuleerd wordt, is het uitgangspunt, zou je kunnen zeggen, maar dat is niet het enige motiveringsvoorschrift. Het gaat om de bewijsbeslissing. De twee belangrijkste beslissingen zijn de vraag of het feit bewezen kan worden en de vraag welke sanctie er moet worden opgelegd. Die zijn allebei voorzien van uitvoerige motiveringsvoorschriften. De motivering voor de beslissing over de op te leggen straf, is dus uitvoerig beregeld in artikel 4.3.25. Dat geldt ook voor de beslissing over de vraag of het feit bewezen kan worden. Ook die is uitvoerig beregeld in zowel artikel 4.3.23 als artikel 4.3.24. Het geldt dus zeker niet dat die beslissingen niet gemotiveerd hoeven te worden, als sowieso wel begrijpelijk is waarom een verdachte veroordeeld zou moeten worden en welke straf moet worden opgelegd. Die beslissingen moet altijd van een stevige motivering zijn voorzien. Bij alle motiveringseisen is richtinggevend dat ze een begrijpelijke beslissing moeten opleveren. De specifieke functie van 4.3.22, lid 1, heeft nou juist te maken met de beslissingen op de formele vragen, dus de vraag of de tenlastelegging geldig is, of de rechter bevoegd is en of de officier van justitie ontvankelijk is. Naar geldend recht hoeven daarover in het vonnis geen beslissingen te worden opgenomen, als daar verder niks over te doen is geweest, dus als er geen verweer is gevoerd en er niks op wijst dat de feitomschrijving in de tenlastelegging niet deugt. Als er niks op wijst dat de rechter niet bevoegd zou zijn om over het feit te oordelen, mag de rechter daar in het vonnis gewoon over zwijgen. Die beslissing hoeft daardoor dus ook niet gemotiveerd te worden, want beslissingen die niet in het vonnis staan, kun je niet motiveren. Dat is in dit wetboek veranderd. Daar staat dus dat ook de beslissingen op de formele vragen steeds in het vonnis moeten worden opgenomen. Moet je dit dan in gevallen die vanzelfsprekend zijn, bijvoorbeeld als de rechter vanzelfsprekend bevoegd is om over het feit te oordelen, omdat het in de zittingsplaats is begaan, nog gaan zeggen? Nee, zegt artikel 4.3.22, lid 1: voor de begrijpelijkheid van de beslissing is de motivering hier niet nodig. Dat is de specifieke functie van dit motiveringsvoorschrift. Daarnaast heb je dus nog twee andere vragen. De tweede materiële vraag is de vraag of het bewezen verklaarde feit een strafbaar feit oplevert. In de meeste gevallen is dat volkomen vanzelfsprekend. Als je diefstal ten laste hebt gelegd en bewezen hebt verklaard, dan behoeft de beslissing van de rechter dat dit diefstal oplevert, geen motivering zolang daarover geen verweer is gevoerd of wat dan ook. Nu schrijft de wet wel voor dat je dat met redenen moet omkleden, maar in de praktijk leidt dat altijd tot non-motiveringen. Het is diefstal omdat het diefstal oplevert. Daarover zegt artikel 4.3.22 dat zo'n non-motivering achterwege kan blijven als de beslissing dat het diefstal is, zonder meer begrijpelijk is. Hetzelfde geldt voor de beslissing dat de verdachte strafbaar is. Als geen beroep is gedaan op een strafuitsluitingsgrond en niets in het dossier op de aanwezigheid van strafuitsluitingsgronden wijst, dan is de beslissing dat de verdachte strafbaar is zó begrijpelijk dat je die niet hoeft te motiveren. Dat is specifiek de functie: je hoeft niet te motiveren als dat voor de begrijpelijkheid van de beslissing niet noodzakelijk is. Dat raakt dus niet aan de motiveringsplicht die geldt voor de eerste en vierde materiële vraag, de vraag of het feit bewezen is dan wel de vraag welke sanctie moet worden opgelegd. Die moeten altijd stevig worden gemotiveerd. Daar is niks in veranderd. Ook is niet veranderd dat je op verweren en op uitdrukkelijk onderbouwde standpunten moet reageren. Dat staat allemaal in 4.3.22, tweede en derde lid. U moet zich dus niet blindstaren, zou ik zeggen, op dat eerste lid. De motiveringsplicht is veel breder dan die aangezet in het Wetboek van Strafvordering. Dan nog even een kleine opmerking over de functies van de motivering. Die staan ook nu niet in de wet. Er staat dat je het met redenen moet omkleden, en waarom dat zou moeten. Dat is een theorie die wijselijk niet in het wetboek is neergelegd. Ik moet zeggen dat de zorg van de heer Sneller in het verleden — ik praat dan over 30 jaar geleden of zoiets — begrijpelijker zou zijn dan nu het geval is. Ik zei al even dat de Hoge Raad dacht alleen maar te hoeven controleren of het wettig bewijs geleverd was, maar niet of het bewijs ook betrouwbaar was en of de rechter op grond daarvan een overtuiging had kunnen bekomen. De motiveringen richtten zich dus geheel op de controle door de Hoge Raad. Uitleggen waarom de rechter overtuigd is, hoefde niet, want de Hoge Raad controleerde dat toch niet. Dat leidde juist tot heel magere motiveringen die uitsluitend waren gericht op controle, op de controleerbaarheid van de beslissing door de Hoge Raad. Sinds het begin van deze eeuw is door de rechtspraak zelf, dus van onderop — dus niet omdat de Hoge Raad dat verordonneerde, maar van onderop — het zogenaamde PROMIS-traject gestart. Daarbij zei de rechtspraak zelf: deze magere vorm van motiveren is niet meer van deze tijd; wij moeten juist ook tegenover de verdachte, het slachtoffer en de samenleving uitleggen waarom de beslissing luidt zoals die luidt. Op basis daarvan is een motiveringspraktijk ontwikkeld die juist veel meer dan vroeger recht doet aan de drie functies van de motivering.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 99ef692764ed3ecd

13 okt 2026 · ab480c71076d1cc6

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.