KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 mrt 2026 · Tweede Kamer

Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (36800-XVI) 1e TK

Brontekst

Mevrouw Synhaeve (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik zei net al tegen een aantal collega's dat ik echt een ochtendmens ben. Ik moet er dus even aan wennen dat ik hier nu om 20.00 uur 's avonds sta. Maar dat gaat vanzelf goedkomen. Allereerst natuurlijk mijn felicitaties aan collega Vliegenthart voor de indrukwekkende maidenspeech. Bij voorbaat ook mijn felicitaties voor de maidenspeech die nog zal komen. Voorzitter. De afgelopen weken ging ik op bezoek bij verschillende zorginstellingen, bij ziekenhuizen, bij wijkteams. Ik ging in gesprek met professionals, met ouders, met jongeren. Wat mij steeds weer opvalt, is hun enorme inzet en gedrevenheid. Mensen werken met hart en ziel. Maar ik zie ook hoe het vaak vastloopt. Professionals maken keuzes die eigenlijk niemand zou moeten maken, niet omdat zij tekortschieten, maar omdat het systeem tekortschiet. Ook vanavond staat ergens in Nederland een jeugdzorgwerker alleen op een groep van zes jongeren, hopend dat er geen crisis uitbreekt. Als dat gebeurt, moet je namelijk kiezen: ga je met de jongere mee in de ambulance, wetende dat dat voor de jongere weer een zeer traumatische ervaring zal zijn, of blijf je bij de groep? In een verpleeghuis maakt een verzorgende een vergelijkbare afweging: help je een bewoner nu met douchen, of reageer je eerst op de alarmbel van iemand verderop in de gang? Wie krijgt er aandacht, en wie moet er wachten? Dat is hoe het nu veel te vaak gaat. En toch zag ik ook iets anders. Ik zie dat het anders kan. Ik zie teams die de ruimte krijgen en daardoor veel betere zorg kunnen bieden. Ik zie teams die het vertrouwen gegund wordt en die dat vertrouwen allesbehalve beschamen. Voorzitter. In deze zaal gaat het vaak over de vraag: geven we meer of minder geld uit aan zorg? Alsof dat altijd de oplossing biedt. Feit is dat we meer geld uitgeven aan zorg dan ooit. Dat bedrag blijft stijgen, ook de komende jaren. We weten ook: meer geld gaat dit niet oplossen. We hebben nu al te weinig mensen om zorg te leveren. Als we zorg blijven leveren zoals we dat nu doen, dan zou in 2040 een op de vier mensen in Nederland in de zorg moeten werken. Ook nu zien we, nog even los van het arbeidsmarktvraagstuk, al dat juist mensen die de zorg het allerhardst nodig hebben, die nu niet krijgen. Kijk naar de voorbeelden die collega Westerveld net gaf. Als je een complexe geestelijkegezondheidszorgvraag hebt, sta je 32 weken op de wachtlijst, maar we weten allemaal dat dit zomaar de verkeerde wachtlijst zou kunnen zijn, dat je daarna naar de volgende gaat, en dat je dan zo een paar jaar verder bent en nog steeds niet geholpen bent. Voorzitter. Als we willen dat iedereen die zorg nodig heeft die ook krijgt, dan begint dat met een andere manier van kijken naar zorg. Veel van de vragen die nu in de zorg worden opgepakt, zijn eigenlijk helemaal geen zorgvragen maar samenlevingsvragen. Dat zie ik bij mij in de buurt elke week weer. Ik woon aan zo'n autovrij plein. Daar hebben we een gedeelde buurttuin. Dat is de plek waar ik hoor dat de buurvrouw een knieoperatie krijgt en we samen bekijken wie de boodschappen doet, wie gaat koken en wie elke dag even een stukje met haar gaat wandelen. Dat is de plek waar de weduwnaar zegt: ik voel me best wel alleen. Dan kan diegene een gesprek voeren met de POH-ggz, maar het is misschien een stuk effectiever als hij af en toe 's avonds bij ons komt eten. Dat is de plek waar ik zie dat ouders met jonge kinderen aangeven dat de zorg ze even te veel wordt, en dat de buren dan zeggen: "Weet je wat? Stuur de kinderen dan maar even naar ons toe." Daar is geen beschikking voor nodig. Daar is geen indicatie voor nodig. Zelfs als de zorgvraag intensiever is, zien we nog dat je heel veel kan doen buiten de zorg om. Ik was gisteren in Leiden, waar ik gesprekken voerde met getrainde jongvolwassenen, die met andere kinderen, met jongeren en met studenten in gesprek gaan over mentale problemen die ze ervaren. Zij gaven mij juist mee: maak dat niet allemaal "zorg", want het hoort ook bij het leven. Zullen we het daar ook over hebben met elkaar? Voorzitter. Natuurlijk zijn er momenten waarop die zorg er dan juist moet zijn en dat hebben we nu veel te weinig geregeld met elkaar. Dat betekent dat we ook kritisch moeten kijken naar hoe we het systeem hebben georganiseerd. Wat ons betreft doen we dat langs twee lijnen. Als eerste, en dat raakt aan de meest wezenlijke vraag: voor wie is die zorg bedoeld? Zorg is bedoeld voor die hulpvragen waarbij professionele hulp onmisbaar is. Dat betekent dat we ons moeten richten op de meest kwetsbare mensen. Op het moment dat wij er niet meer in slagen om onze meest kwetsbaren te beschermen, dan falen we in onze meest fundamentele opdracht: als Kamer, als organisaties, als professionals, als samenleving. In dat kader heb ik twee vragen aan het kabinet, want het kabinet is nu aan de slag met het uitwerken van de maatregelen uit het coalitieakkoord. Ik wil eigenlijk twee toezeggingen. Ten eerste: kan het kabinet toezeggen dat in de uitwerking van de plannen van het coalitieakkoord telkens expliciet wordt bekeken wat iets betekent voor de meest kwetsbare groep, en dat dat ook wordt teruggekoppeld aan ons als Kamer? Ten tweede: ik wil graag dat in de uitwerking van de voorstellen uit het coalitieakkoord eveneens gekeken wordt wat iets betekent per sector. Daarmee wil ik ook de zorgen erkennen die leven in de verschillende sectoren, waaronder de gehandicaptensector.

Versie 758ef6eb006ee2d9423860158db23be28a822f6deb86f05a1f0b3686bfba8864 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 04785337448c3640

12 okt 2026 · bc4ca97c95c11f1f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.