Jeugdbeleid
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Synhaeve (D66): Dank u wel, voorzitter. Als we willen weten hoe Nederland er over twintig jaar uitziet, moeten we kijken naar hoe we nu omgaan met onze jongeren. Daar is nog een wereld te winnen. Ik begin met dieper ingaan op hoe we de zorg nu hebben georganiseerd voor de jongeren met de meest complexe zorgvragen, te beginnen met een-op-eenplaatsingen. Daar hebben we in het debat vorige week ook over gesproken. De conclusie was toen dat we niet weten om hoeveel kinderen het gaat, dat we niet weten waar ze zitten, dat we niet weten of ze worden begeleid door een deskundige professional en dat we aan het eind van de rit dus niet weten of ze veilig zijn. Ik denk dat we twee dingen moeten doen. De minister geeft dat deels ook aan in haar brief. Ze geeft aan deze kinderen in kaart te willen brengen. Dat is top. Bij dezen doe ik een voorstel voor hoe we dat volgens mij moeten concretiseren. Ik denk dat de Tweede Kamer ieder kwartaal inzicht moet hebben in hoeveel kinderen een-op-eenbegeleiding krijgen, waar deze kinderen zitten, hoelang ze deze begeleiding al krijgen, of ze onderwijs of dagbesteding hebben, of ze behandeling ontvangen, of ze toegang hebben tot een vertrouwenspersoon, of aanbieders werken met gecertificeerd personeel en of de veiligheid van deze kinderen geborgd is. Daarnaast is er 77 miljoen vrijgemaakt of beschikbaar voor de alternatieve gesloten jeugdzorg. Dat is heel goed, maar ik zie daar ook een levensgroot risico. De vorige keer, toen we eigenlijk al heel lang wisten dat jongeren in de gesloten jeugdzorg schade opliepen, erkenden we dat. We hebben gezegd: we moeten het anders doen. We zijn dat met z'n allen "JeugdzorgPlus" gaan noemen. De facto is er heel weinig gewijzigd. Ik zie een levensgroot risico dat we aanbieders hebben die hun hand opsteken en zeggen "deze vorm van zorg kan ik bieden", terwijl er eigenlijk wezenlijk niks verandert in hoe we de zorg bieden voor deze kinderen en jongeren. De minister gaf in haar brief al aan dat ze op de doorbraakaanpak gaat zitten. Ik denk dat dat uitstekend is. Mijn verzoek aan de minister zou zijn: ga daar dan alsjeblieft ook bovenop zitten. We hebben zo veel regie nodig om ervoor te zorgen dat het wezenlijk anders wordt. Deze kinderen hebben voorafgaand vaak al — wat was het? — gemiddeld zeven doorplaatsingen gehad. In die stappen ervoor moeten we het verschil gaan moeten met elkaar. Dan de gezinshuizen. De minister geeft in haar reactie op mijn schriftelijke vragen aan dat ze een aantal van de punten die ik noem, niet herkent. Ik ga even een paar punten uitlichten. Dat zijn signalen die ik ontvang. Ik noem bijvoorbeeld het signaal over een gezinshuis met twee gezinshuisouders die op hetzelfde moment, dus tegelijkertijd, elf kinderen in crisis opvangen en die daarvoor €300 per 24 uur per kind krijgen. Ik kan me geen enkele situatie voorstellen waarin dit een veilige omgeving zou zijn voor deze elf kinderen. Een ander signaal dat wij krijgen, is dat aspirant-pleegouders soms worden afgewezen omdat ze geen verklaring van geen bezwaar kunnen voorleggen, maar wel een gezinshuis kunnen starten, omdat daarvoor alleen een verklaring omtrent gedrag nodig is, terwijl gezinshuiszorg juist een veel intensievere doelgroep omvat. Ik ontvang ook signalen van gezinshuizen die moeten stoppen omdat de veiligheid van kinderen niet gegarandeerd is, maar die vervolgens tientallen kilometers verderop wel gewoon opnieuw kunnen beginnen. Die signalen zijn heel wezenlijk. We moeten ons daar heel veel zorgen om maken, denk ik. Hoe pakken we dit aan? Ik zei vorige week al in het debat dat de meest effectieve manier is het op voorhand veel strenger toetsen. Ik weet dat men veel bezig is met het aanscherpen van de kwaliteitscriteria voor gezinshuizen. Daarover twee vragen. Als eerste: kan de minister garanderen dat de kwaliteitscriteria voor gezinshuizen niet worden afgezwakt? De tweede vraag: kan de minister garanderen dat de toetsing van de kwaliteitscriteria door een onafhankelijke instantie gebeurt, en niet bijvoorbeeld door de brancheorganisatie die er baat bij heeft om meer gezinshuizen te hebben? Dan het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Het is heel goed dat dit kabinet ervoor gezorgd heeft dat Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en gecertificeerde instellingen weer aan tafel zitten. Een vraag aan de staatssecretaris en de minister is: welke stappen zijn in de afgelopen periode gezet en welke stappen worden in de komende periode verwacht? Wellicht kan daar in deze termijn op gereageerd worden en kunnen we daarna ook nog een wat uitgebreider antwoord ontvangen. Voorzitter. Ik heb het tot nu toe heel veel gehad over de jeugdzorg. Dat is terecht, omdat daarbij heel grote zorgen zijn. Maar dit is natuurlijk het jeugddebat, dat breed gaat over jeugd. Kinderen verdienen niet alleen goede bescherming op het moment dat het niet goed met ze gaat en wanneer zij zorg nodig hebben; ze hebben ook het recht om gehoord te worden bij de overheidsvoorstellen die hen raken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Zeker. Ik hoor graag van de minister hoe zij kijkt naar de oproep van de Kinderombudsman om veel vaker de kinderrechtentoets toe te passen. Daar lopen een aantal pilots voor. Ik hoor graag wanneer de inzichten van die pilots beschikbaar zijn en breed gedeeld kunnen worden. Ik rond af, voorzitter. Kinderen hebben recht op bescherming, op gehoord worden, op gezien worden. Laten we daar mooie stappen in zetten met elkaar.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Gaat het in de basis snel genoeg? Nee, zeker niet, want anders hadden we nu niet al die misstanden gehad. Volgens mij vragen we ons daarvan allemaal af: welk punt zullen wij uitlichten in onze eigen bijdrage? Denk ik dat er goede stappen worden gezet? Absoluut. Zaak is om nu door te pakken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Volgens mij zijn dit verschillende vragen in één. Ik denk dat gezinshuizen een fantastische vorm van zorg bieden en dat dat voor heel veel kinderen echt een ontzettend goede plek is om te zitten, juist omdat de geboden zorg veel intensiever is dan de zorg die vanuit de pleegzorg nodig is. Het is logisch dat daar dan ook een andere vergoeding tegenover staat. Dat was volgens mij uw laatste vraag. Heb ik ook een mening over het aantal kinderen? Jazeker. Volgens mij wordt nu een maximum van zes tot acht gehanteerd. Ik vind het aan de sector om te bepalen wat passend is. Op het moment dat daar veel meer kinderen worden geplaatst, moet je je wel afvragen of dat nog een gezinshuis is. Ik kan me voorstellen dat het dan een andere vorm van residentiële zorg is.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Ik gaf het al aan in mijn eigen bijdrage: de grote winst zit echt in het op voorhand veel beter toetsen van jeugdzorgaanbieders en dus ook van gezinshuizen. Zonder enige twijfel kun je daarmee het beste de veiligheid van de meest kwetsbare kinderen garanderen. Het lijkt me niet meer dan vanzelfsprekend dat de inspectie vervolgens ook op verschillende plekken langsgaat.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Ons uitgangspunt is dat kinderen met de meest complexe problematiek de beste zorg moeten krijgen. Als we kijken naar de manier waarop de jeugdzorg is georganiseerd en gefinancierd, dan zien we dat het sinds 2015 van 3 miljard naar meer dan 8 miljard is gegaan. Aan het geld ligt het niet. We pompen er alleen maar meer geld in. We pompen geld in een lege fietsband en zijn vervolgens verbaasd dat de fiets nog steeds niet fietst. Meer geld is wat ons betreft dus niet de oplossing. Waar zit de groei? Het gaat vooral om lichte vormen van zorg voor mensen die dat vaak prima zelf kunnen betalen, of die in ieder geval een deel zelf kunnen betalen. Daarom vinden we het ook niet gek om te kijken naar een eigen bijdrage in de jeugdzorg. Maar ik zie het risico daarvan ook. We moeten heel goed kijken of de mensen met veel minder inkomen nog steeds zorg kunnen krijgen en of ze niet op voorhand afhaken. Dat hebben we ook meegegeven in het vorige debat: ga daar in de uitwerking heel zorgvuldig mee om, zodat we dat als Kamer kunnen beoordelen. Maar het uitgangspunt is dat we ervoor moeten zorgen dat de zorg weer beschikbaar komt voor de kinderen die dat het allerhardst nodig hebben maar die dat nu niet krijgen. Daar gaat mijn bijdrage over.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Dan ga ik toch mijn reactie van net herhalen, met overigens één aanvulling; dat is ook onmiddellijk een vraag richting de minister. Volgens mij wordt juist bij het wetsvoorstel rond de eigen bijdrage de kinderrechtentoets uitgevoerd om te kijken wat het voor kinderen betekent, dus juist voor de meest kwetsbaren. Dat zullen wij meewegen wanneer het wetsvoorstel hier zal worden behandeld.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Volgens mij kijkt die kinderrechtentoets heel breed naar wat in potentie een positieve en negatieve impact heeft. Dat wordt meegenomen in de weging. Ik merk dat ook bij mijn eigen kind-eerst-initiatiefwet. De kinderrechtentoets bestaat uit vier stappen om het heel zorgvuldig te doorlopen met elkaar. Dat zal hier niet anders zijn. Zoals ik net al zei: de weging van wat het uiteindelijk voor de meest kwetsbare groep betekent, gaan we maken op het moment dat het voorstel er ligt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Het onderdeel over pleeggezinnen en het behoud van pleeggezinnen is ook mij uit het hart gegrepen. Ik denk namelijk dat we heel veel aandacht hebben voor de werving van nieuwe pleeggezinnen, maar dat we ook veel meer aandacht zouden moeten hebben voor het behoud van de huidige pleegouders. We zien namelijk dat veel pleegouders tussentijds afhaken. Ik heb daarom eerder het voorstel gedaan om Mockingbird Nederland onder de aandacht te brengen en breed uit te rollen. Dat is echt een manier waarop pleegouders elkaar kunnen ondersteunen in het netwerk. Het werkt bewezen effectief. Volgens mij zijn er alleen maar positieve verhalen. Ik zag ook op de sociale media dat de minister en de staatssecretaris naar een plek zijn geweest waar ze met pleegouders in gesprek zijn gegaan. Is de heer Hamstra het met mij eens dat dat juist initiatieven zijn die we veel meer ruimte zouden moeten geven en zouden moeten willen ondersteunen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Ik hoor mevrouw Van Meetelen zeggen dat de minister ervoor verantwoordelijk is om per casus te bekijken of wel de goede zorg in wordt gezet. Dat lijkt mij niet de goede invulling van stelselverantwoordelijkheid.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Ik wil even terug naar de een-op-eenplaatsingen. Ik hoorde de VVD zeggen: tellen is eigenlijk niet interessant, want de aantallen doen er niet toe. Maar voor de zomer waren het nog ongeveer 400 jongeren en na de zomer waren het ineens ongeveer 800 jongeren; eigenlijk weten we het nog niet. Mijn kernpunt was natuurlijk: we weten niet om hoeveel jongeren het gaat, maar we weten vooral niet of er gekwalificeerd personeel is en of ze veilig zijn. Onderschrijft de VVD dat dat wel degelijk de kernvraag zou moeten zijn?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Ik onderschrijf natuurlijk volledig dat het toezicht op orde moet zijn. Is de SP het met mij eens dat een van de redenen waarom deze misstanden zo lang konden doorgaan, is dat er onvoldoende geluisterd is naar de kinderen en jongeren, die al veel eerder signalen afgaven dat het niet oké was wat daar gebeurde? Het is heel knap om al te zien dat het niet oké is als je er middenin zit. Moeten we niet veel wezenlijker kijken hoe we omgaan met de signalen van kinderen en jongeren die op een plek zitten waar ze veilig zouden moeten zijn onder onze zorg, maar dat niet zijn?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Dank voor alvast deze beantwoording. Ik heb ten eerste een vraag over de gezinshuizen. Zoals ik net al zei, zijn er heel veel plekken waar gezinshuizen echt fantastische zorg bieden en op die manier een groot verschil maken in de levens van kinderen. Dat neemt niet weg dat er ook een aantal plekken zijn waar we daar grote zorgen over hebben. Ik begrijp dat de kwaliteitscriteria uiteindelijk aan de sector zijn. Tezelfdertijd willen we veel meer aan de voorkant toetsen op de kwaliteit van deze gezinshuizen. Ik zou dus willen dat we gewoon heel kritisch mogen kijken naar wat dan voorgesteld wordt. Ik vind het overigens heel fijn dat de minister aangeeft te zullen kijken naar wie die toetsing gaat vormgeven. Dan specifiek mijn vraag over de een-op-eenplaatsingen. Ook hierbij geldt natuurlijk dat ik echt geloof dat voor een aantal kinderen in de tijdelijkheid dat de beste oplossing kan zijn. De minister gaf aan dat begin 2027 de monitor komt. Maar ik denk dat er hier twee niveaus zijn. Enerzijds heb je het niveau van de vraag of deze kinderen op dit moment veilig zijn. Dan is begin 2027 heel ver weg. Daarnaast heb je het niveau waar je dit natuurlijk gebruikt als ingang om te kijken waar er welk zorgaanbod mist. Dan snap ik heel goed dat je zegt begin 2027 weer op de lijn te komen. Kan de minister daarop reflecteren?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Ik snap dat dat beeld dan nog niet helemaal compleet is omdat je nu nog bezig bent, en ik snap ook dat de bovenregionale expertiseteams daar een rol in hebben. Maar kan de minister dan wel de Kamer informeren over wat de eerste beelden opleveren?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Ik wil nog even terugkomen op Handle with Care, naar aanleiding van de motie die we daarover hebben ingediend. Als de politie een melding krijgt over huiselijk geweld en er kinderen bij betrokken zijn, dan moet het vanuit Veilig Thuis mogelijk zijn om ook de school te informeren. We weten dat dat heel positieve effecten heeft op kinderen. Verschillende regio's geven echter aan dat ze daarvoor een wijziging van de Wmo nodig hebben. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Wil ze die gegevensuitwisseling mogelijk maken? Dat mag ook in de tweede termijn, als dat makkelijker is. Ik weet niet zeker of mijn vraag over de kinderrechtentoets beantwoord is.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Oké. Excuses.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording van de zijde van het kabinet. In essentie zitten we hier om te zorgen dat de kinderen met de meest complexe zorgvragen de zorg krijgen die nodig is. Volgens mij hebben we daar vandaag een goed debat over gevoerd met elkaar. We zullen er ook nog op terugkomen in het tweeminutendebat. Daarnaast wil ik nog even markeren dat dit natuurlijk eigenlijk een breed jeugddebat was. Daarin hebben we volgens mij één vraag gesteld, namelijk over de kinderrechtentoets, die breed ging over jeugd. Die wil ik er nog even uitlichten, want ik denk dat we daar echt een wereld te winnen hebben, niet zozeer door die toets an sich, maar omdat die ons verplicht om bij alle nieuwe keuzes die we maken na te denken wat dat betekent voor kinderen. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →