KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 24 apr 2025 · Tweede Kamer

Juridische beroepen

Brontekst

Staatssecretaris Struycken: Voorzitter, dank u wel. Ik prijs me gelukkig om hier met uw Kamer bijeen te komen. Het gaat vandaag namelijk om de juridische beroepen. Die zijn mij dierbaar. Advocaten, notarissen en deurwaarders zijn dienaren van onze rechtsstaat. Het zijn drie klassieke juridische beroepsgroepen, die ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en hun eigen wettelijke rol een cruciale rol spelen in de rechtsstaat. Ze zorgen ervoor dat de rechtsstaat dagelijks kan functioneren. Daar mogen we trots op zijn. Naast de klassieke juridische beroepen zijn er ook nog andere beroepen die evenzeer van groot belang zijn, maar op andere vlakken. Daarbij denk ik aan de incassodienstverlening, die onze aandacht heeft, maar ook aan de curatele, het bewind en het mentorschap. Dat is vandaag niet genoemd, maar ik wil het wel graag genoemd hebben. Het blijft essentieel om te werken aan goede samenwerking binnen het stelsel. Daarbij denk ik vooral aan de tolken en vertalers, met wie ik de afgelopen tijd intensief contact heb gehad. Het is namelijk een gezamenlijk belang om het stelsel beter te maken. Voorzitter. De blokjes zijn vandaag erg voor de hand liggend: we lopen gewoon de beroepsgroepen af. Ik vermeld toch even dat ik begin met de advocatuur, inclusief het toezicht, en de sociale advocatuur. Dan zal ik het hebben over het notariaat, dan over letselschade, dan over tolken en vertalers. Dan zijn er nog een aantal andere vragen, waaronder over de landsadvocaat en wat ik maar even de "legeboedelproblematiek" noem, voor zover die raakt aan de juridische beroepsgroepen. Over de advocatuur. Evident geldt dat de advocatuur een bijzondere positie inneemt in onze rechtsorde. Ze is een van de hoekstenen van de rechtsstaat. Ze biedt toegang tot het recht, zowel voor de minder als voor de meer gefortuneerden, met inbegrip van het bedrijfsleven, zowel voor Nederlanders als voor niet-Nederlanders, zowel voor mensen en bedrijven in Nederland als voor bedrijven die daarbuiten gevestigd zijn. Onze rechtsstaat is er voor hen allen. Het is van belang dat die goed functioneert en dat we oog hebben voor ieder van die verschillende justitiabelen. De advocatuur is zo van belang dat ik uitzie naar de dag van 13 mei, waarop ik naar Luxemburg reis, om daar voor Nederland als een van de eerste landen het verdrag van de Raad van Europa ter bescherming van het advocatenberoep te tekenen. Dat verdrag verandert voor ons niet zo heel veel, maar het is wel een heel belangrijk signaal voor alle lidstaten van de Raad van Europa die besluiten te tekenen, maar ook voor landen daarbuiten. Dat verdrag is namelijk een signaal in Nederland, maar ook in de rest van de wereld. Uiteindelijk staat dat allemaal in het teken van de bescherming van de advocatuur als hoeksteen van onze rechtsstaat. De wettelijke kernwaarden voor de advocatuur zeggen het ook: cliënten van advocaten moeten erop kunnen vertrouwen dat de advocaat onafhankelijk, partijdig — de advocaat is er immers voor de cliënt; de gerechtvaardigde belangen van de cliënt zijn prioriteit voor de advocaat — deskundig en integer is, en optreedt als vertrouwenspersoon. De advocaat moet dus in vrijheid kunnen optreden, zo nodig ook tegen de overheid. Deze rol veronderstelt dat de advocaat bij de beroepsuitoefening niet onderworpen is aan het afleggen van verantwoording aan de rijksoverheid. Bovendien veronderstelt die rol dat diezelfde overheid voldoende afstand bewaart ten opzichte van de advocatuur. In mijn brief van 17 februari heb ik u geïnformeerd over het onderzoek dat ik de NOvA laat uitvoeren naar de kaders en inrichtingsmodaliteiten voor het klacht- en tuchtrecht en voor het toezicht op de advocatuur. Ik ben blij dat de NOvA op dit punt haar verantwoordelijkheid neemt en op basis van onderzoek zelf op één lijn tracht te komen voor de inrichting van het toezichtsmodel. Ik vind het van belang dat het veld zelf eerst op één lijn komt. Ik heb bij de NOvA het belang van voortvarendheid benadrukt. Ik verwacht dat de NOvA medio september een advies aan mij zal kunnen uitbrengen, zodat ik me in de maanden daarna kan beraden op de stappen die we moeten zetten. Ik ben me heel bewust van de motie-Ellian over de inrichting van het toezicht. Ik heb de NOvA meegegeven dat de motie-Ellian leidend zou moeten zijn bij het advies dat die mij zal geven over de inrichting van het toezichtsmodel, maar ik heb de NOvA ook de vrijheid gegeven om te komen met de kaders waarbinnen zij dat toezicht zelf ziet. We weten dat er binnen de NOvA een mate van verdeeldheid bestaat, dat de landelijke raad en de lokale dekens onlangs niet op één lijn zijn gaan zitten. Ik heb de hoop uitgesproken dat dat anders zal worden in de komende zomer, zodat we op die basis voortvarend met wetgeving te werk kunnen gaan. Ik signaleer daarbij wel dat de huidige conceptwetgeving op een bepaald model is gebaseerd. Als we langs die lijst verdergaan, kan dat wetsvoorstel vrij snel worden ingediend. Als we daar echter grote veranderingen in moeten aanbrengen, mogelijk omdat de motie-Ellian daartoe noopt, dan zullen we wat meer tijd nodig hebben om met het wetsontwerp voor het toezicht naar uw Kamer te komen. Daar zal het dus een beetje van afhangen.

Versie ec24f9cd710f8fb3fe2d1f61407183dd16651e1a3af6480cd8b999aec1f87c06 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · c09f6e974c67c9b5

13 okt 2026 · 3ea37933441e5f49

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.