statement · 24 sep 2026 · Tweede Kamer
Integriteit openbaar bestuur
Brontekst
Minister Heerma: Ik heb in mijn antwoord geprobeerd iets meer balans te houden dan de heer Flach nu doet, en dat mag ook. Er is volgens mij bij GRECO ook begrip voor de context per land. Maar neem even het lobbyregister. De roep komt niet alleen van GRECO, maar is veel breder. Volgens mij zegt GRECO bijvoorbeeld dat er transparantie moet zijn rondom lobby, maar GRECO schrijft niet voor dat dat per se volgens het Ierse model moet. Dat is een discussie die juist met het parlement heeft plaatsgevonden. Als je het hebt over begrippen, dan ging de wens van de Kamermeerderheid in de vorige periode, voorafgaand aan het huidige coalitieakkoord, dus verder dan wat GRECO zegt. Wat ik probeer terug te geven hier in het debat, waar ik gelukkig tot op heden ook enig begrip voor terugkrijg, is: de dilemma's die erachter wegkomen, zijn soms ingewikkelder; daarom is het zorgvuldig doen geen kwestie van iets vooruitduwen, maar als je het goed doet, moet je het goed doen. Ik ga toch zeggen: volgens mij is daar begrip voor, ook vanuit GRECO. Het is ook goed dat je zo nu en dan de spiegel voorgeschoteld krijgt, van "hier zou je meer kunnen doen en dat doen andere landen wel", vanuit een verdrag waar we ingestapt zijn. Dat is niet altijd een leuke boodschap om te krijgen. Ik vind het niet erg dat dat gebeurt. Dat houdt onszelf ook scherp. De CDA-fractie vroeg of ik wilde toezeggen dat het in 2025 afgeronde denktraject Kwaliteit voor integriteit mee wordt genomen in de kwaliteitseisen voor integriteitsonderzoeken tijdens de zittingsperiode en vroeg ook naar een tijdpad. Dit najaar kom ik met een brief waarin ik het tot nu toe doorlopen traject uitgebreid inhoudelijk belicht op basis van het denktraject Kwaliteit voor integriteit. Ik zal daarbij ook twee wetenschappelijke onderzoeken betrekken die zijn gedaan. In een tweede brief, eind dit jaar, schets ik op basis van die stevige inhoudelijke basis een vervolgtraject. Daarin breng ik duidelijke keuzes naar voren voor de manier van borging en de inhoud van de kwaliteitseisen. Het CDA vroeg ook welke bescherming onze bestuurders krijgen en hoe zij worden bijgestaan. De ondersteuning bij vermoedens van integriteitsschending is primair een lokale aangelegenheid. In vrijwel alle gevallen valt de betreffende politieke ambtsdrager terug op ondersteuning vanuit het ambtelijk apparaat. Om de verantwoordelijkheden en handelingsperspectieven goed in beeld te brengen heeft mijn ministerie de Handreiking voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschending uitgebracht. Die handreiking breng ik ook actief onder de aandacht van gemeentes en provincies. Ik zie trouwens dat ik hier deels ook al bij de lokale politiek ben; die pak ik dus in dit blokje mee. Het CDA vroeg ook naar de collegebeschermingspolis. Daar werd, dacht ik, door de VVD ook naar gevraagd. Ik zie geen herkenning; dan is dat een verkeerde herinnering van mij. De meeste gemeenten, zeker zo'n 80%, maken op vrijwillige basis gebruik van de VNG-collegebeschermingspolis en -rechtsbijstandsverzekering. Op dit moment is er bij vermoeden van niet-integer gedrag geen juridische basis voor een vergoeding van de ondersteuning op kosten van het overheidsorgaan. Mijn ministerie heeft in 2024 met de koepels en beroepsverenigingen gekeken naar de mogelijkheid om die wel te regelen, maar dat bleek toen te complex. Wel wil ik bezien of ik gemeenten kan aansporen om dat percentage richting de 100% te krijgen. Ik blijf dit onderwerp daarom aandacht geven in mijn gesprekken met de koepels en belangengroepen. Mevrouw Tseggai vroeg naar de duidelijkheid over openbare agenda's. Mijn ambtsvoorgangers hebben de afgelopen jaren stappen gezet om de openbaarheid van agenda's van bewindspersonen te verbeteren. Ik blijf me daar ook voor inzetten. Ik zal de aansporing die ik hier krijg van mevrouw Tseggai — die is terecht; het is goed om daar scherp op te blijven — overbrengen richting collega's. Op basis van de vraag van mevrouw Tseggai heb ik er ook alle vertrouwen in dat we daarin scherp gehouden worden. Dit komt dus naast het lobbyregister, want dat is niet voldoende. Mevrouw Tseggai vroeg ook naar de aanbeveling van de GRECO over het periodiek openbaar maken van financiële belangen van bewindspersonen: is de minister van plan daar uitvoering aan te geven? Het korte antwoord op die vraag is nee. Het geldende kader voor financiële en zakelijke belangen is vastgesteld in de brief van minister-president Schoof van september 2025. Er is geen voornemen om dat weer aan te passen. In de formatie draagt een aantredende bewindspersoon zorg voor een voorziening ten aanzien van mogelijk tegenstrijdige belangen die gedurende de hele ambtstermijn voldoen. Na afronding van de formatie informeert de formateur de Tweede Kamer over de zakelijke en financiële belangen van de aantredende bewindspersoon, inclusief eventueel getroffen voorzieningen. Ik ga hier wat aan toevoegen over het eerder geschetste dilemma over hoever je gaat met transparantie en of er nog mensen te vinden zijn die het ambt willen bekleden. Volgens mij is het aangescherpt. Het is verbeterd. Ik heb dus geen voornemen om een voorstel te doen om daar verder in te gaan.
Versie 93b2a8fa43bca735dd4a2f9790f5a7c0a026fe1673d9f0537b216d05436d45f7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.