KamerkringInloggen
Uitspraak

Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) (36512)

25 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8ece90102c088789 · officiële bron

De heer Peter de Groot (VVD): Voorzitter. Ik was op pagina 2 van mijn bijdrage en ik heb er nog een paar, dus ik ga snel verder. Ik was bezig met de bouwlocaties. Ik wilde er toch maar wat noemen: Rijnenburg, Almere Pampus, Gnephoek. Juist bij die locaties is namelijk gebleken dat het soms nodig is om als Rijk, als minister, bij bestuurlijk getreuzel, zeg ik maar even tegen de heer Van Houwelingen, door te kunnen pakken. We zien het in Rijnenburg. Ja, daar zegt Utrecht gewoon: we bouwen nu alleen nog binnenstedelijk, voor de stad. Maar voor de middengroepen is het bouwen in Rijnenburg gewoon heel erg nodig, want daar kan je 25.000 woningen bouwen. Dat is harde noodzaak, omdat daar dus juist die eengezinswoningen en betaalbare koopwoningen kunnen worden gebouwd, iets wat niet makkelijk binnenstedelijk kan en wat Utrecht nu dus ook niet doet. Dat bouwt daar sociale huur en middenhuur en niet betaalbare koop en dat is toch echt een groot probleem. Vandaag bij de stemmingen is mijn motie aangenomen die de minister verzoekt om in gesprek te gaan met de gemeente Utrecht om eerder dan in 2035 te gaan bouwen in Rijnenburg. Ik zal een klein stukje overslaan, omdat we het daar al over gehad hebben. Het uitschakelen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is ook een notoire wens van de VVD, ondersteund met moties. Het zit in het wetsvoorstel; dat is heel goed, zou ik willen zeggen. Maar is dit voldoende om de termijn voordat er gebouwd wordt terug te brengen van tien jaar naar zeven jaar? Daarvoor is wat ons betreft misschien wat meer nodig. Het recht op bezwaar maken weegt nu soms zwaarder dan het recht op het hebben van een woning. De VVD komt daarom met een aanvullend voorstel om de drempel voor het maken van bezwaar te verhogen. De kosten die gepaard gaan met het maken van bezwaar vormen nu namelijk geen hobbel, geen gedachtesprong als: "Zou ik dat bezwaar nou wel maken? Is het punt dat ik maak wel echt terecht?" Daarom komt de VVD met het voorstel om de griffiekosten flink te verhogen. Het amendement van mijn collega Meulenkamp wil de griffiekosten in het bestuursrecht voor bestuurlijke zaken ten aanzien van omgevingsplan, omgevingsvergunningen, bestemmingsplan en projectbesluiten flink verhogen. Voorzitter. Naast het aanwijzen van locaties en naast sneller bouwen dwingt deze wet ook af wat er gebouwd moet worden. Daar is de VVD over te spreken. Gemeenten moeten in feite verplicht nadenken over welk bouwprogramma nodig is voor haar inwoners. Ik had daar net een interruptiedebatje over met de heer Vijlbrief. Het is na te zoeken dat ongeveer de helft van de gemeenten nog geen woningbouwplan, geen woonvisie of iets dergelijks met een andere naam heeft, wat eigenlijk wel heel erg hard nodig is, want alleen sturen op aantallen, huurprijzen en koopprijzen is echt onvoldoende. Alleen door na te denken over wat er nodig is, komen er meer woningen voor bijvoorbeeld senioren, voor alleenstaande starters — ik zag daar ook een amendement over — voor middengroepen in middelgrote steden en ga zo maar door. Dit wetsvoorstel vraagt aan elke gemeente een zogenaamd volkshuisvestingsprogramma. De VVD hoopt wel dat dit in de praktijk niet tot een enorme bureaucratie gaat leiden. Noem het daarom een "slim woningbouwplan" dat rekening houdt met wat mensen nodig hebben om goed te kunnen wonen. Voorzitter. Dan kom ik terecht bij de betaalbaarheidseisen, die worden geregeld in de onderliggende instructieregels van deze wet: "twee derde betaalbaar". Het is een begrip geworden in deze Kamer, als een vast gegeven in alle debatten. Ik wil me even wenden tot de heer Grinwis, die in deze Kamer een soort founding father is voor dat begrip "twee derde betaalbaar", al was hij vandaag wel een beetje lelijk over een paar dingen. Maar toch wat complimenten, want het is hem toch maar gelukt om dat "twee derde betaalbaar" de afgelopen jaren als een soort van vast gegeven in deze Kamer vast te houden. De vraag is daarbij wel of het allemaal uitvoerbaar is. Die vraag heeft de heer Grinwis zelf trouwens ook vaak gesteld. Je kan een mooie ambitie hebben, maar als deze strandt bij de eerste stappen in de uitvoering, dan leidt dat tot discussies over onrendabele toppen en over wie de rekening moet betalen. Natuurlijk ziet de VVD de absolute noodzaak van het aanvullen van de woningvoorraad met betaalbare huur en koop, vanuit het perspectief dat de woningmarkt een voorraadmarkt is waar doorstroming ook belangrijk is. We zien als geen ander dat wat je bouwt net zo belangrijk is als hoe betaalbaar het is. Maar als de prijs van "twee derde betaalbaar" niet uitkomt, dan hebben we hard gewerkt maar niets bereikt. Dan zal deze wet toch een beetje falen; tenminste, dan zou die instructieregel niet werken. Mijn vraag aan de minister is dus: is dit wel uitvoerbaar met wat we willen bouwen en waar we dat op dit moment eigenlijk denken te doen? Ik vraag dit, omdat we de laatste tijd veel projecten hebben zien stranden vanwege de goede bedoelingen van de overheid, van de politiek. Kijk bijvoorbeeld naar de middenhuur: allemaal goede bedoelingen — er is vandaag weer een motie aangenomen om vooral geen wijzigingen in de wet aan te brengen — maar hoe meer de overheid ingrijpt, hoe meer subsidie er mee moet. Dat is de werkelijkheid. Hoe meer de overheid ingrijpt, hoe meer onzekerheid over bouwen en investeringen. Ik heb daar nog een praktische vraag over. Hoe gaat dat dan? Worden lopende plannen en bouwprojecten afdwingbaar direct gewijzigd door deze wet of mogen lopende bouwplannen eerst netjes worden afgemaakt voordat deze wet of instructieregel gaat gelden? Want namens de VVD zeg ik dat ik niet zou willen dat bouwprojecten die nu in de steigers staan, niet doorgaan omdat we nu in deze Kamer toevallig een wet behandelen of aannemen. Voorzitter. Het zal u niet verbazen dat de VVD meer kansen voor betaalbaar bouwen ziet aan de randen van steden en buiten de steden, omdat bouwen in de stad gewoon extreem duur is. De VVD wil dan ook meer betaalbare koopwoningen zien. Ik gaf dat vorige week in het debat over de begroting ook al aan. Er is hier in de Kamer veelal een eenzijdige discussie over het herverdelen van de bestaande woningvoorraad, vaak de huurvoorraad, en over het benodigde percentage sociale woningbouw, zoals we ook vandaag hebben gezien. Er zijn vooral veel voorstellen — en er wordt vooral beleid gemaakt — voor de corporatiesector en het verder reguleren van de huurmarkt, terwijl een overgrote meerderheid van de Nederlanders aangeeft het liefst een koopwoning te willen bezitten. Het koophuis is en blijft wat dat betreft de heilige graal van de woningmarkt, vindt de VVD. De VVD ziet graag dat de koopwoning weer een normaal onderdeel gaat worden van beleid en politieke discussie en van het beeld dat mensen in het land hebben van wat ze kunnen bereiken met het hebben van een woning. Dat is precies wat deze wet niet helemaal in- en uitademt. Er zijn namelijk verplichte percentages opgenomen voor nieuwbouw van sociale huurwoningen en voor het middensegment huur en koop, maar er is geen sturing op echte betaalbare koopwoningen. Betaalbare koopwoningen zijn koopwoningen die mensen ook echt met hun salaris kunnen betalen. Zeg dat je een goed gezamenlijk inkomen hebt, tussen de €50.000 en €80.000. Als je een woning wilt kunnen kopen, moet je daar echt een hypotheek voor kunnen krijgen waarmee je die woning kan betalen. Dan heb je het dus over een koopwoning van tussen de twee en drieënhalve ton, terwijl we hier een betaalbaarheidsgrens van net iets boven de vier ton hebben. Daar zit een enorm gat tussen. Voorzitter. Het middensegment is niet geregeld in deze wet. Qua instructieregels waarnaar wordt verwezen, spreken we eigenlijk alleen en enkel over 40% bouwen in het middensegment. Dan krijg je dus wat er in Utrecht gebeurt. Daar bouwen we dus wel heel veel betaalbaar, maar het gaat alleen over sociale huur en middenhuur. De betaalbare koop is nergens terug te vinden. Je weet dus niet, wilde ik maar zeggen, hoeveel echt betaalbare koopwoningen je krijgt met deze wet. Je weet ook niet hoeveel van de beschikbare middelen uit de rijkspot besteed gaan worden aan het echt realiseren van betaalbare koopwoningen. Daarom wil de VVD dat er in de onderliggende regels wordt opgenomen dat van de twee derde betaalbaar, net zoals nu 30% sociaal moet zijn, 25% betaalbare koopwoningen moet zijn. Dat is overigens nog onder de voorraad die we in de betaalbarekoopsector zouden moeten hebben in Nederland, want die is hoger. Ik heb het even opgezocht. ABF Research — ik kijk nog even naar de heer Grinwis — zegt: 29% sociaal, 8% midden en 27% koop. Ik kan u vertellen dat ik denk dat er nu, wat zal het zijn, 3% à 4% betaalbare koop beschikbaar is, als we even goed gaan rondkijken. We hebben daar dus nog wel echt wat te doen. De VVD zou dus graag zien dat we echt iets opnemen om die betaalbare koopwoningen af te kunnen dwingen en te kunnen realiseren, vooral ook in de steden. Ik kom daarvoor in de tweede termijn met een aantal moties over 25% — ik heb het al genoemd — maar ook om voldoende rijksmiddelen naar betaalbare koopwoningen te laten gaan. Een klein succes dat daar al aan bijdraagt, is de lancering van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen gisteren. Dat is ook al genoemd. Ik heb er samen met de heer Grinwis voor gezorgd dat er in drie jaarschijven in totaal 100 miljoen bij elkaar is gespaard. Ik heb gezien dat de minister gisteren in Amersfoort is geweest om het fonds te lanceren. Daar worden koopstarters blij van. Koopstarters worden daar echt mee geholpen. Het haalt koopstarters hopelijk sneller over een drempel om toch te gaan voor een betaalbare koopwoning. Dat is belangrijk voor starters en mensen die in de bloei van hun leven zitten en voor gezinnen. Je kunt het zo gek niet maken, maar het fonds moet wel groter worden. Dat wil ik er nog maar even bij zeggen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 03960b050fffa93c

13 okt 2026 · e2bf826ce66051d3

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.