het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen
het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen
statement · 5 mrt 2025 · Tweede Kamer
Mevrouw Dral (VVD): Dank u wel, voorzitter. We debatteren vandaag over een bijzonder verdrietige zaak. Dit is tevens mijn maidenspeech in deze Kamer, en dat voelt dubbel. Ik hou mijn maidenspeech kort en sta open voor interrupties. Ik ben opgegroeid in een klein dorp aan de rand van Amsterdam. Als klein kind had ik alle natuur en vrijheid om me heen om me uit te leven. Ik had dieren, zat op sport en mocht altijd vriendjes en vriendinnetjes mee naar huis nemen. Iedereen was welkom en at mee. Leuke vakanties, gezellige feestdagen. Mijn ouders vonden het belangrijk dat we als kind leerden delen met anderen. Het motto was dan ook: eerst een ander, dan jezelf. Daar heb ik veel van geleerd. We mochten veel, maar wat niet mocht, mocht ook echt niet. Er waren duidelijke grenzen. Dat gaf stabiliteit en veiligheid. Met mijn ouders kon ik overal over praten. Ik vertrouwde ze door dik en dun. Dat is nog steeds zo. Door die veilige achtergrond heb ik me kunnen ontwikkelen tot een gelukkig en tevreden mens. Dat gun ik anderen ook. Vooral daarom ben ik op 19-jarige leeftijd de politiek ingegaan, om anderen die het minder hebben te helpen en iets te gunnen. Daar voel ik mij verantwoordelijk voor. Het liefdevolle voorbeeld van mijn ouders blijft daarbij mijn inspiratie en drive. Mijn eigen achtergrond staat haaks op de verschrikkelijke zaak die we vandaag bespreken. Toen ik de stukken doornam, vroeg ik me af hoe intens angstig, alleen en in de steek gelaten het meisje zich moet hebben gevoeld. Ik kan en wil eigenlijk niet begrijpen dat een kind dit wordt aangedaan. Het moet ook afschuwelijk zijn voor de familie van dit meisje. Voorzitter. Een 10-jarig pleegmeisje werd in mei vorig jaar zwaargewond opgenomen in het ziekenhuis. De pleegouders worden ervan verdacht het letsel te hebben toegebracht. Dit geval vervult de VVD met afschuw. Ons medeleven gaat uit naar het meisje en haar familie. De VVD vindt dit zo'n ernstig voorval binnen de jeugdbescherming dat dit nooit meer mag gebeuren. Bij de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren, is er een helaas een rode draad in vergelijking met andere ernstige incidenten uit het verleden: Jolène, Famke, Savanna, Ruben en Julian, baby Hannah. Ook toen zijn de betrokkenen niet gehoord, werkten de instanties langs elkaar heen en kwamen signalen niet op de juiste plek of zelfs compleet niet aan. Het draait om gebrek aan samenwerking en het niet opvolgen van geldende protocollen en richtlijnen. De kern in al die gevallen: te veel verschillende mensen in te veel organisaties die te weinig of in elk geval niet genoeg met elkaar samenwerken, met desastreuze gevolgen voor de bescherming van het kind. Een aantal zaken vallen op. Tussen de betrokken organisaties lopen verantwoordelijkheden in elkaar over. Er bestaan tegelijkertijd leemten in het toezicht. Een voorbeeld. Enver ging over de pleegouders en maakte daarbij grote fouten. De WSS had als voogd gezag over het kind, maar had geen mandaat om de handelwijze van Enver te wijzigen. Dit kende geen correctiemechanisme. Binnen de jeugdzorg hebben verder alleen jeugdzorgbegeleiders een plicht tot een SKJ-registratie. Teammanagers en hoger management, waaronder bestuurders, hebben die plicht niet. Ze kijken de facto dus niet mee op de individuele dossiers. In theorie staat de totale organisatie aan de lat voor de kernopgave: de bescherming van het kind. Praktisch berust dit echter alleen bij jeugdzorgbegeleiders, die beschikken over een SKJ-registratie. Het rapport bevestigt dit beeld van onvoldoende intern toezicht. De conclusie van de VVD is dat het probleem binnen de jeugdzorg niet zit in het vergroten van het aantal richtlijnen of protocollen en ook niet alleen in nog meer financiële impulsen. Het zit in hoe het systeem is ingericht: grote verantwoordelijkheden laag binnen de organisatie met onvoldoende toezicht, medewerkers zonder het juiste profiel gezien hun verantwoordelijkheid, geen afdoende feitenonderzoek c.q. waarheidsvinding, en onvoldoende afbakening van de doelgroep. Om dit effectief te corrigeren, moeten er fundamenteel dingen worden aangepast. Het gaat dan vooral om een logische herschikking van het beschikbare potentieel en van de werkwijze en samenwerking binnen de keten en de beschikbare middelen, en om een scherpe afbakening van welke kinderen echt begeleiding nodig hebben en welke begeleiding dan precies nodig is. De VVD waardeert dat de staatssecretarissen snel na ontvangst van het rapport voortvarend actie hebben ondernomen. De VVD houdt echter zorgen. De WSS heeft inmiddels alle pleegzorgdossiers getoetst en vond geen aanwijzingen dat de veiligheid van andere kinderen in het geding is. De conclusie is echter ook dat ernstige tekortkomingen niet aan het licht zijn gekomen door het ontbreken van toezicht binnen en tussen organisaties op het volgen van protocollen en richtlijnen. De vraag is dan wat er uit de dossiers valt af te leiden. In het geval van het pleegmeisje kon je de fouten niet per definitie uit het dossier afleiden. Bij die stand van zaken is mijn vraag aan de staatssecretaris of een dossieronderzoek nog wel antwoord kan geven op de vraag of de veiligheid van de kinderen in het geding is. In het geval van het pleegmeisje is er op ten minste 23 cruciale momenten niet conform, of regelmatig zelfs helemaal niet, gehandeld volgens richtlijnen en protocollen. Dit werd niet gecorrigeerd door adequaat toezicht. Heeft de staatssecretaris er een verklaring voor waar dit niet handelen door de betrokken professionals door werd veroorzaakt? En is de staatssecretaris het met mij eens dat er met urgentie moet worden gekeken naar dit toezicht? Om zich een beeld te vormen van de risico's in de pleegzorg heeft de IGJ over een langere periode meldingen in de pleegzorgsector bekeken. Op basis daarvan gaat de IGJ thematisch onderzoek uitvoeren binnen alle 29 pleegzorgaanbieders. Mijn vraag is: over welk beeld praten we nu, dat aanleiding is voor thematisch onderzoek bij pleegzorgaanbieders? In 2021 zijn al twee Syrische broertjes wegens mishandeling uit het pleeggezin geplaatst. De medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming was hiervan op de hoogte, maar heeft in het kader van de herscreening van het gezin besloten dat geen aanvullend onderzoek nodig was en heeft zonder het vereiste multidisciplinair overleg de verklaring van geen bezwaar afgegeven. Dit werd intern niet gesignaleerd. Kan de staatssecretaris aangeven hoe deze gang van zaken zich verhoudt tot de interne werkwijze van de Raad voor de Kinderbescherming? De rechtbank Rotterdam constateerde in december 2023 dat volgens de Raad voor de Kinderbescherming het pleegmeisje het fijn had bij de pleegouders, dat haar gedrag zich bij hen goed ontwikkelde en dat de pleegouders liefdevol en zorgzaam waren voor haar. Het rapport laat zich op dit punt niet uit. Ik hoor dus graag van de staatssecretaris op basis waarvan de Raad voor de Kinderbescherming dit heeft kunnen concluderen. Voorzitter, tot slot. De VVD realiseert zich ten zeerste dat ondanks deze vreselijke gebeurtenissen talloze pleegouders in Nederland zich met heel veel liefde inzetten voor de bij hen ondergebrachte pleegkinderen. Dank u wel.
Versie 41b41163feccb005028c6307b39c0cef3cf27c2e703b2e42bf7e7006b6273ff4 · Officiële bron.
het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.