Materieel (voortzetting van het commissiedebat van 3 juni)
Materieel (voortzetting van het commissiedebat van 3 juni)
statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer
Staatssecretaris Boswijk: Het is buitengewoon frustrerend dat dat Europese initiatief is gestrand, maar wat mij betreft kan dat niet het eindstation zijn. Ik vind eerlijk gezegd dat wij hier alsnog moeten kijken hoe wij, niet alleen als Nederland, maar breed met onze counterparts, dit toch kunnen doen. Ik zeg er echter ook meteen bij: er is dus geen garantie dat dat alternatieve Europese systeem er op korte termijn komt. Dat brengt me weer terug bij wat ik eerder zei. Ik heb niet de luxe, noch de tijd om te zeggen dat we zelf voor alternatieven zorgen als het in Europa op dit moment niet lukt. Wij focussen ons nu even heel erg op Amerika. We kunnen er alle kwalificaties aan geven, maar dat is nog steeds onze bondgenoot. Die heeft ontzettend veel kennis. Wij kunnen als Nederland zeggen "daar willen we niks meer mee te maken hebben", maar er zijn ook nog andere continenten op deze aarde. Daar gaat de kennisontwikkeling ook nog steeds hard door. Ik vind het niet verantwoord dat we dan niks gaan doen, dat we dan niet onze kennis blijven ontwikkelen en dat we deze kans niet pakken. Tegelijkertijd snap ik de vraag in hoeverre je dan ooit toekomt aan afhankelijkheden afbouwen. Ik ga zo meteen in op de vraag die onder anderen de heer Dassen daarover stelt. We zitten nu eenmaal in de ingewikkelde positie dat we niet kunnen zeggen dat we niks meer met bepaalde bondgenoten te maken willen hebben, terwijl we ondertussen geen alternatieven hebben. Het is wat mij betreft en-en. Ik ga vanavond richting Duitsland voor een afspraak met mijn counterpart. Daar ga ik het hier ook over hebben. Volgende week rond deze tijd kom ik terug uit Parijs. Daar ga ik het hier ook over hebben. Onze relatie met de Amerikanen is zo ontiegelijk belangrijk dat wij aan de Amerikanen moeten laten zien: jullie hebben ons nodig. Om te laten zien dat de Amerikanen ons nodig hebben, moeten wij als Europa meer onze eigen broek op gaan houden. Ik vind het ook frustrerend dat zo'n Duits-Frans initiatief strandt, maar ik vind het dan niet verantwoord om te zeggen: dan doen wij als Nederland niks. Wij zijn als Nederland gewoon echt te klein qua schaal en qua financiële middelen om te zeggen: dan gaan we het helemaal zelf doen. Ik ga verder, voorzitter. Ik wil het even goed hebben over de punten die de heer Dassen aanhaalde, over de data. Hoe zit het daar nou mee? Het gebruik en de uitwisseling van data gebeurt op onze voorwaarden. Bij de toepassing hanteren wij ons eigen normenkader. Ik ben even de afkorting kwijt, maar er is een overeenkomst gesloten, destijds geïnitieerd door minister Brekelmans, meen ik, over verantwoord omgaan met AI. Aan die voorwaarden houdt Nederland zich. Tegelijkertijd moeten we ons ook realiseren dat het deelnemen aan het onderzoeksprogramma ons geen verplichtingen geeft om uiteindelijk over te gaan tot de afname; die vraag stelden de heer Dassen en de heer Van Baarle. Dit is nog een onderzoeksfase, wat ons de mogelijkheid geeft om in de keuken te kijken. Wat voor kennisontwikkeling vindt daar plaats? Kunnen wij hiervan leren? Ik denk dat het stom zou zijn als we die kans niet zouden pakken. Dat neemt niet weg dat ik de gedachte snap die de heer Dassen eerder deelde, van: in hoeverre wordt het een selffulfilling prophecy? Dat echoot ook in mijn hoofd, dus dat neem ik natuurlijk mee, ook in de gesprekken van aankomende week in zowel Duitsland als Frankrijk. Dan hadden de heer Van Baarle, mevrouw Piri en mevrouw Nanninga vragen gesteld over de afhankelijkheden rond Israël. Ze hadden wel allemaal een net iets andere strekking.
Versie 99cc50aefbf8e33ac4dc76c935d236f62516e01690efeb32b84b62544e240f6a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Materieel (voortzetting van het commissiedebat van 3 juni)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.