KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Materieel (voortzetting van het commissiedebat van 3 juni)

Brontekst

Staatssecretaris Boswijk: Indien u het mij toestaat: ik kom later echt nog op dit specifieke punt terug. Anders krijg ik weer het verwijt dat ik een chaoot ben; dat wil natuurlijk niet. Het is een terecht punt. Ik kom daar zo even in detail op terug, ook omdat er exact over dit punt nog een vraag is gesteld. Voorzitter. Om te zorgen dat het geen selffulfilling prophecy gaat worden, zullen we als Nederland en als Europa echt onze eigen capaciteit moeten gaan ontwikkelen. Sterker nog, wat mij betreft moeten we nog veel ambitieuzer zijn. Wij hebben in Nederland ook kennis en kunde die in heel de wereld schaars zijn. Kunnen wij geen wederzijdse afhankelijkheden gaan creëren? Ik denk dat dat kan. Dit was even de korte inleiding voor dit blokje. Voorzitter. Ik ga nu beginnen met de vragen die gesteld zijn door mevrouw Piri, de heer Dassen en de heer De Groot. Mevrouw Piri vroeg: voor hoeveel miljarden aan aankoop vanuit de VS wil het kabinet werk maken van militaire autonomie in relatie tot de VS? De heer Dassen vroeg: hoe houdt de staatssecretaris vol dat hij investeert in Amerikaanse wapensystemen terwijl we ook moeten gaan afbouwen? De heer De Groot vroeg: hoe stuurt de staatssecretaris op het uitsluiten van niet-Europese leveranciers zodat we autonoom kunnen opereren? Voorzitter. In reactie op de vragen van mevrouw Piri, de heer Dassen en de heer De Groot over de strategische autonomie en de VS, zeg ik het volgende. De capaciteiten van de VS zijn op dit moment op meerdere gebieden nog onmisbaar. Dat gaat over structurele afhankelijkheden in de gehele keten van het militaire vermogen. Er zijn drie belangrijke sporen waarop dit kabinet wil inzetten. Daar is de Kamer ook over geïnformeerd. Eén. Het afbouwen van afhankelijkheden door invulling te geven aan een NAVO-capaciteitsdoelstelling en daarmee een sterkere Europese pijler bouwen. Er is al een bepaalde verdeling in de wapensystemen waar wij als Europese NAVO-landen veel meer zelf voor moeten zorgen. Als Nederland trekken wij in de laatste jaren ook een behoorlijk been bij. Dat zult u zo meteen ook zien in de Defensienota. Dat moeten we als Nederland niet alleen doen; dat moeten meerdere Europese NAVO-landen doen. In dat licht vonden vrij recent de "NAVO 3.0"-gesprekken plaats, om dat veel gestructureerder te doen. Het tweede spoor is de gezamenlijke capaciteitsontwikkeling in Europees verband door vraagbundeling op negen concrete capaciteiten, de priority capability areas. Nederland heeft hierin een coördinerende rol wat betreft drones en counterdrones en militaire mobiliteit. Dat zijn natuurlijk twee vrij logische onderwerpen, omdat wij met de kennis die wij opdoen in Oekraïne, dankzij onze steun aan Oekraïne, in grote mate veel specialiteiten op dit gebied hebben. Militaire mobiliteit spreekt voor zich. Wij spelen natuurlijk ook een belangrijke rol in de troepenbeweging in Europa. De overige PCA's hebben betrekking op lucht- en raketverdediging, artilleriesystemen, missiles en munitie, cyber en elektronische oorlogsvoering, strategische enablers voor gevechtskracht op land en maritieme capaciteiten. Van de negen areas heeft Nederland dus de coördinerende rol op de onderwerpen drones en couterdrones en militaire mobiliteit. Eigenlijk is het gewoon een hele pragmatische samenwerking. We kijken samen met onze Europese bondgenoten hoe we aan vraagbundeling kunnen doen en hoe we gezamenlijk kunnen produceren. Dat vindt op dit moment al plaats. Het derde spoor is dat we de industrie en het innoverend vermogen nationaal en in Europees verband extra moeten gaan versterken. Dat doen we onder andere door gerichter in te kopen en door veel meer Europees in te kopen. Daar hebben we het ook net even over gehad. We doen dat ook door minder aanbestedingen te doen en meer in partnerschappen te denken, zodat we daar veel meer op kunnen gaan sturen. De heer Dassen refereerde terecht aan het coalitieakkoord, waarin het streven staat van 50% inkoop bij Nederlandse of Europese ondernemers en 40% gezamenlijke aanschaf met Europese partners. Over de voortgang daarvan hebben we het in het vorige debat ook al gehad. In de Stand van Defensie gaan we duidelijk labelen waar welke wapensystemen precies vandaan komen en met welke landen we dat doen, zodat ook de Kamer en ikzelf veel duidelijker en makkelijker kunnen gaan sturen op hoever we zijn richting die 50% en die 40%. Ik denk dat dat een hele terechte vraag was, waar uw Kamer in het eerste deel van het debat al een toezegging op heeft gekregen. Ik kijk dus persoonlijk ook erg uit naar de Stand van Defensie in het najaar, zodat we hier nog veel meer gevoel bij gaan krijgen. In het licht van het hiervoor genoemde maakte de heer Dassen een terechte opmerking. Die heeft hij eerder ook gemaakt tijdens het begrotingsdebat. Die opmerking ging over de licentieproductie. Daar heb ik hem ook wel nagepraat in de zin dat het natuurlijk niet zo kan zijn dat we zo meteen zeggen: we hebben 50% geproduceerd en dat viel allemaal onder licentieproductie. Dat zou je dan namelijk als een soort creatief boekhouden kunnen bestempelen. Ik zeg daar niet bij dat dat niet gaat gebeuren. Deels zal er licentieproductie gaan plaatsvinden, maar het kan natuurlijk niet de inzet zijn om daar die hele 50% op in te stellen. Wat mij betreft zou dat een klein onderdeel moeten zijn voor capaciteiten die wij op de korte termijn simpelweg nog niet hebben. Je kan dan denken aan bijvoorbeeld luchtverdediging of stingers. Ik noem maar wat.

Versie 99cc50aefbf8e33ac4dc76c935d236f62516e01690efeb32b84b62544e240f6a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.