Digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in het funderend onderwijs
Digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in het funderend onderwijs
statement · 9 apr 2026 · Tweede Kamer
De heer Claassen (Groep Markuszower): Voorzitter. Digitalisering heeft de afgelopen decennia een steeds grotere plaats ingenomen in het onderwijs. Tablets, laptops en digitale platforms worden vaak gezien als vanzelfsprekende modernisering. Wij kijken eerst naar de effecten op de leerprestaties. Lezen, schrijven en rekenen vormen de cognitieve, maar ook psychomotorische basis. Juist bij deze vaardigheden zien we dat intensief gebruik van digitale leermiddelen ongewenste effecten heeft. Schermgebruik leidt tot versnipperde aandacht, verleidt tot oppervlakkig lezen en bemoeilijkt de verwerking van informatie. Dat schrijven ook Clinton (2019), Delgado (2018) en recent Chen (2025) in hun onderzoek. Leraren signaleren dat leerlingen minder geconcentreerd werken en moeite hebben met duurzame kennisopbouw. Zo wordt voorkennis niet bestendig, wat zorgt voor achterstanden en gebrekkige opbrengsten. Internationale ervaringen bevestigen deze ontwikkelingen. Zweden voerde jarenlang een vergaande digitaliseringsstrategie. Daarna ontstonden zorgen over dalende leesvaardigheid en slechter tekstbegrip. Diaz heeft daarover in 2024 geschreven. De Zweedse overheid besloot daarom om opnieuw te investeren in papieren schoolboeken voor alle leerlingen en meer nadruk te leggen op handschrift. Entholm (2023) en Underk (2026) hebben daarover geschreven. Dit was een reactie op dalende scores in de PIRLS (2016-2021) en in de PISA, waarbij overmatig schermgebruik werd gelinkt aan verminderde concentratie en dieper begrip. Wij kiezen voor onderwijs dat zich richt op bewezen effectieve didactiek. Papieren leermiddelen ondersteunen concentratie en gestructureerde kennisopbouw beter dan digitale tekst, vooral bij complexe langere teksten, Clinton & Peras (2023). Digitale middelen kunnen ondersteunend worden ingezet, maar wel gekaderd en doelgericht. Eerst een stevige cognitieve basis, daarna aanvullende digitale toepassingen. Deze volgorde sluit aan bij hoe leerlingen leren volgens cognitieve leertheorieën. De leermiddelenmarkt vraagt eveneens aandacht. Scholen krijgen regelmatig combinatiepakketten aangeboden waarin digitale licenties standaard zijn opgenomen. Deze constructies stimuleren schermgebruik en beperken de keuzevrijheid. Scholen betalen voor digitale onderdelen die soms nauwelijks worden gebruikt. Onderwijsinhoud hoort leidend te zijn. Wij vragen de staatssecretaris hoe zij voorkomt dat scholen via licentieconstructies richting digitalisering worden gestuurd en hoe echte keuzevrijheid wordt geborgd. Het aangekondigde kwaliteitskader voor leermiddelen kan hierbij richting geven. Leermiddelen dienen evidence informed te zijn. Het is allemaal niet zo ingewikkeld. Er is genoeg expertise en kennis over wat werkt en wat niet. Wat werkt zijn gestructureerde lesprogramma's met expliciete directe instructies; Ripley et al (2009) en Rosenshine (1995) schreven daarover. Papieren rekenmethodes met herhaling en kennisrijke leerlijnen die duurzaam begrip opbouwen. Dit is ouderwets goed onderwijs waarin leerlingen zich focussen en inspannen, verzorgd door een uitstekende leraar. Kan de staatssecretaris uitleggen hoe zij digitaliserend onderwijs verenigt met de noodzaak tot meer evidence informed materiaal? Ook willen we nadrukkelijk ingaan op het curriculum digitale vaardigheden. Digitale ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op. Een curriculum dat nu wordt vastgesteld kan binnen enkele jaren compleet achterhaald zijn. Daarom is een dynamische en flexibele curriculumontwikkeling noodzakelijk, wat tegenwoordig ook "responsieve curriculumontwikkeling" heet, wat door Vreuls et al (2023) nadrukkelijk is gerapporteerd. We pleiten voor een structuur waarin digitale vaardigheden periodiek worden geactualiseerd op basis van technologische ontwikkelingen en onderwijspraktijk. Is de staatssecretaris bereid de mogelijkheden hiertoe te onderzoeken? Voorzitter. Wij kiezen voor een duidelijke volgorde. Eerst investeren in lezen, schrijven en rekenen, en in rust en concentratie in de klas, en daarna gericht inzetten van digitale middelen ter ondersteuning. Tegelijkertijd willen we ervoor zorgen dat een flexibel curriculum met digitale vaardigheden meebeweegt met technologische ontwikkelingen zonder de basisvaardigheden te verdringen. Die koers zouden wij het liefst willen volgen.
Versie 128faa0d27ee6a9a0bcf80747bef618161517527ab54e8742f9e0b5d452856da · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in het funderend onderwijs
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.