KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

Herziening bekostiging mbo

Brontekst

De heer Claassen (Groep Markuszower): Voorzitter. De herziening van de mbo-bekostiging heeft een begrijpelijk doel: meer stabiliteit en toegankelijk onderwijs, ook in regio's waar het aantal studenten daalt. Daar is volgens mij brede steun voor, maar juist omdat deze systematiek voor jaren bepalend wordt, moeten de verdeelregels uitlegbaar en toekomstbestendig zijn. Neem de toegankelijkheidsopslag. Die gaat naar instellingen waarvan minstens de helft van de studenten uit aangewezen krimpregio's komt. Die grens wordt eenmalig vastgesteld op basis van 2024. Dat kan leiden tot harde verschillen tussen instellingen die net boven of net onder die 50% uitkomen. Daarom vraag ik aan de minister waarom is gekozen voor een alles-of-nietsgrens en niet voor een geleidelijke afbouw. Kan zij per mbo-instelling inzichtelijk maken welk percentage van de studenten in 2024 afkomstig was uit de tien aangewezen arbeidsmarktregio's? Zijn er instellingen die net boven of net onder die grens van 50% zitten? Daarnaast wordt gekeken naar de instelling als geheel en niet naar afzonderlijke vestigingen. Een instelling kan dus een vestiging in een krimpregio hebben, maar geen opslag krijgen omdat zij ook veel studenten elders heeft. Is dan de gedachte dat de rest van de instelling die krimpvestiging zelf gaat financieren? Hoe voorkomt de minister dat hierdoor een ongelijk speelveld ontstaat met instellingen die die extra last niet hebben? Waarom is er niet gekozen voor een toets op vestigingsniveau? Ook het meetmoment roept vragen op. De selectie wordt eenmalig vastgesteld. Waarom wordt die niet periodiek herijkt? Regio's, studentenstromen en instellingen zijn aan veranderingen onderhevig en dat brengt mij bij de vaste voet. Die biedt stabiliteit. Daar zijn we positief over, maar tegelijkertijd legt die bestaande verhoudingen voor langere tijd vast. Waarom kiest de minister niet voor een periodieke herijking, bijvoorbeeld eens in de vijf of tien jaar, zodat de vaste voet blijft aansluiten bij instellingen die structureel sterk groeien of krimpen? De regering erkent bovendien dat de bekostiging van groeiende instellingen onder het nieuwe stelsel minder snel meegroeit. Hoe voorkomt de minister dat snel groeiende opleidingen daardoor onvoldoende middelen hebben voor extra docenten, lokalen en apparatuur? Kan de minister garanderen dat dat niet gebeurt? Want als dat wel gebeurt, is dat natuurlijk ruk. Voorzitter. Dan komt er 200 miljoen euro voor de regionale samenwerking. Kan de minister concreet aangeven welk deel daarvan rechtstreeks naar onderwijs, stages en begeleiding gaat welk deel naar overleg, projectorganisaties en andere overhead en welke meetbare resultaten daartegenover staan? Hoe voorkomt de minister dat een groot bedrag uiteindelijk opgaat aan overleg en bureaucratie, terwijl dat geld ook in het onderwijs zelf terecht kan komen? Vertrouwen is één, maar daadwerkelijke uitvoering is twee wat ons betreft. Meer lumpsum kan bureaucratie verminderen doordat niet iedere uitgave verantwoord moet worden en dat maakt een verschuiving van middelen naar de lumpsum aantrekkelijk, maar meer bestedingsvrijheid vraagt ook om zicht op waar dat geld dan precies terechtkomt. Hoe houdt de minister zicht op overhead zonder opnieuw een verantwoordingscircus op te tuigen? Kan zij toezeggen jaarlijks de effecten van deze wijzigingen aan de Kamer te rapporteren? De ervaringen met lumpsum kennen we namelijk uit het funderend onderwijs, waar de inzet van middelen afhankelijk is van hoe bestuurders met het geld willen omgaan. Ook binnen het hoger onderwijs zien we dat zogenaamde "afroming" van middelen op instellingsniveau best wispelturig is en vaak niet transparant voor de buitenwereld wordt gehanteerd. Voorzitter. Stabiliteit is wenselijk, maar zij mag niet omslaan in starheid. We vragen de minister daarom vooral om uit te leggen hoe deze nieuwe systematiek eerlijk blijft wanneer instellingen, regio's en dus ook benodigde behoeften in die regio's en studentenaantallen veranderen, zodat we niet over een paar jaar weer een heel systeem hoeven om te bouwen.

Versie 388effe4376fe1facfd09b962b1bcc69ed9e0dda1c39bdc7954c214d611d945e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.