Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM) (36774) Antwoord 1e termijn + rest
Brontekst
Versie e4c861610d1430d6 · officiële bronMinister Herbert: Dan vroeg meneer Claassen hoe ik het oordeel van de Raad van State weeg dat de reikwijdte onevenredig breed is als wordt gekozen voor een generieke bevoegdheid. Laat ik helder zijn, ik hecht eraan dat het een generiek instrument is, omdat dat het toekomstbestendig maakt. We weten namelijk nog niet in welke sectoren problematische fusies en overnames in de toekomst gaan plaatsvinden. We kennen nu voorbeelden — die zijn vaak genoemd — in de zorg, de dierenartsenzorg, de kinderopvang en de techsector, maar het speelt net zo goed in andere sectoren. Daarom acht ik het niet onevenredig om de inroepbevoegdheid generiek in de wet op te nemen. Ik hecht daarbij wel aan die balans tussen rechtszekerheid en effectiviteit. Daarom vind ik de toevoeging van die leidraad, de guidance, van de ACM en de beschikkingspraktijk heel goede toevoegingen die zorgen voor de juiste balans. Bovendien heb ik het volste vertrouwen dat de ACM met de ervaring en expertise die zij al heeft opgebouwd, op een gedegen en betrouwbare manier kan afwegen welke fusies en overnames zij in de toekomst gaat inroepen, en het daarmee niet, nogmaals, een gevaar is voor allerlei bedrijven. Dan zou ik iets willen zeggen over de capaciteit die dit vraagt van de ACM. De ACM heeft zelf gezegd dat zij verwacht dat haar toezichtkosten per saldo nauwelijks veranderen en dat zij deze nieuwe toevoeging budgetneutraal kan verhapstukken, op voorwaarde — dat heeft ze daarbij wel gezegd — dat de meldingsdrempels omhooggaan. Dat onderstreept het punt dat ik eerder heb gemaakt over de verhoging van de drempels. Zonder die verhoging komt er geen capaciteit vrij voor de inzet van de inroepbevoegdheid. Wat ik zou willen voorkomen, en ik vermoed dat u dat ook wilt, is dat dit voorstel ertoe zou leiden dat de effectiviteit van het ACM-toezicht op andere mededingingsterreinen afneemt, bijvoorbeeld het toezicht op kartels en het misbruik van economische machtsposities. De heer Van der Lee vroeg of de invoeringstoets al één jaar na invoering kan plaatsvinden. Dat vind ik een goed idee, want als blijkt dat de inroepbevoegdheid ten koste gaat van andere toezichtstaken, waar ik het net eigenlijk al over had, dan kan zo'n invoeringstoets ervoor zorgen dat er kan worden bijgestuurd. Het kabinet kan zich daarnaast ook vinden in de toegevoegde evaluatie, bijvoorbeeld na drie of na vijf jaar, waarin dan wordt gekeken naar de praktische uitwerking. Bijvoorbeeld de hoogte van de drempels kan dan weer bezien worden en hoe een en ander zich verhoudt tot het toezicht op andere mededingingsterreinen. Mevrouw Bühler vroeg of ik ook kan toezeggen om bij de invoeringstoets te kijken of de leidraad en de informele zienswijze voor ondernemers voldoende duidelijkheid bieden en wat de gevolgen zijn voor de uitvoering door de ACM. Zeker, dat zeg ik graag toe. Dat zullen we meenemen bij die invoeringstoets. Dan heb ik nog een paar restvragen, voordat ik naar de amendementen ga. Meneer Kisteman vroeg of ik geen signalen heb ontvangen van bijvoorbeeld VNO-NCW dat deze wet een rem zet op investeringen. Het is zo geweest dat er vanuit mijn departement op meerdere momenten in het proces ambtelijk gesproken is met ondernemers, ook met VNO-NCW. Deze ondernemers hebben in eerste instantie hun zorgen geuit over de gevolgen voor investeringen en investeringsbereidheid. Tegelijkertijd hebben we ook met elkaar geconstateerd dat natuurlijk lang niet alle fusies en overnames problematisch zijn. Sterker nog, de meeste zijn dat helemaal niet. Dat geldt ook als het gaat om grote bedrijven die kleine bedrijven overnemen. De toets in de Mededingingswet is leidend en wijzigt ook niet. In die bijeenkomsten met ondernemers is ook gekeken hoe verdere zorgen over onzekerheid voor bedrijven weggenomen zouden kunnen worden. Daar kwam ook dat idee uit van die duidelijke leidraad voor de ACM, de mogelijkheid om de ACM vooraf om guidance te vragen en het verhogen van die drempels. De heer Kisteman vroeg vervolgens ook hoe ik weeg wat de economische gevolgen zijn als de ACM de inroepbevoegdheid krijgt. Dan zou mijn basisstelling zijn dat goed functionerende markten juist heel goed zijn voor de economie en dat dit wetsvoorstel bijdraagt aan het verbeteren van de concurrentie binnen Nederland. Daarmee heeft het een positief effect op de economie. De ACM zal ook alleen fusies en overnames onderzoeken die in potentie een negatief effect op de economie hebben, zoals dat nu ook al de bedoeling is in de mededingingswetgeving. Meneer Prickaertz had nog een aantal vragen over de toetsing door de ACM. Zijn eerste vraag ging over de basis waarop de ACM kan besluiten of er sprake is van onwenselijke concentratie, dus hoe secuur ze daarin kunnen zijn. Het is zo dat de ACM bij het kijken naar marktmacht allereerst een afbakening doet van relevante markten, de markten waar dit aan de orde zou kunnen zijn. Dat is dus stap een. Nadat ze dat gedaan hebben, gaan zij onderzoeken of er onwenselijke marktmacht gaat ontstaan op deze markt. Dat is stap twee. Dat doen zij door zich te baseren op richtlijnen en bekendmakingen van de Europese Commissie. Ze kunnen dan specifieke marktkenmerken meenemen in die analyse, want dan is een markt voor kinderopvang echt iets anders dan een techmarkt, zoals we allemaal kunnen begrijpen. Dit wordt ook zichtbaar in de besluiten, die de ACM gemotiveerd moet nemen. Meneer Prickaertz vroeg ook hoe we gaan voorkomen dat we met één generieke norm alle sectoren over één kam scheren. Of er dus wel maatwerk is voor losse sectoren, vroeg hij. Hier zou ik willen bekrachtigen dat de ACM zelf de keuze maakt wanneer zij die bevoegdheid wil inzetten en dat dat altijd maatwerk is. Zij benutten daarvoor al die expertise die zij hebben en de informatie die hun ter beschikking staat. Als er dus geen probleem is in een sector of in een markt, ligt het niet voor de hand dat de ACM ingrijpt bij fusies of overnames. Ondanks dat er dus een generieke norm is, worden niet alle sectoren over één kam geschoren. Het is altijd maatwerk, niet per sector, maar zelfs per geval. Ten slotte was er een vraag van meneer Prickaertz over een meldpunt. Hij vroeg of dat de ACM zou kunnen helpen om meer inzicht te krijgen in mogelijke toekomstige marktconcentraties. Dat kan inderdaad helpen, zo'n meldpunt. Het is niet nodig om daar iets nieuws voor in te richten, want het bestaat al. De ACM ontvangt ook daadwerkelijk meldingen vanuit allerlei hoeken in de samenleving over marktproblemen en soms ook over fusies of overnames. Iedereen kan daar een melding doen of een klacht indienen. Marktpartijen kunnen ook informeel met de ACM bespreken of hun fusie mogelijk tot problemen zou kunnen leiden. Daar heb ik eerder al wat over gezegd. Tot slot. De ACM ontvangt veel signalen tijdens hun onderzoeken en door zelf de media in de gaten te houden. Zij hebben hierin dus ook een actief scannende rol. Voorzitter. Ik rond hiermee de toelichting op de kabinetsvisie en de beantwoording van enkele vragen af. Het kabinet is positief over dit voorstel. Wat ons betreft is het een waardevolle aanvulling op ons toezicht en zorgt het ervoor dat de randvoorwaarden voor beter werkende markten worden versterkt. Mijn suggesties zijn punten om het instrument dus scherper te richten en beter uitvoerbaar te maken, niet om het fundamenteel te veranderen. Ik dank daarmee meneer Bushoff nogmaals. Ik kijk uit naar het debat. Zal ik de amendementen meteen meenemen? Ja? Dan tik ik die snel af. Het amendement op stuk nr. 12 van mevrouw Bühler geef ik oordeel Kamer. Het amendement op stuk nr. 13 geef ik oordeel Kamer. U zult van mij begrijpen dat ik positief sta tegenover de beide amendementen, omdat ik net heb toegelicht waar mijn motivatie vandaan komt. Het amendement op stuk nr. 14 van meneer Claassen is een amendement waarbij meneer Bushoff al mooi heeft toegelicht dat er eigenlijk allerlei elementen in zitten die wat mij betreft net een andere appreciatie verdienen. Daardoor zou ik het geheel echter ontraden, juist omdat het als een geheel gepresenteerd is. Als ik daar toch ook wat verfijnder naar zou kijken, zou ik dezelfde afdronk hebben als meneer Bushoff. Ik heb namelijk geen bezwaar tegen het formaliseren van de invoeringstoets in het wetsvoorstel en ook niet tegen het vervroegen van de evaluatietermijn van vijf naar drie jaar. Ik wil dit amendement echter sterk ontraden, juist vanwege de toevoeging dat een inroepbevoegdheid alleen mag worden ingezet voor zover er sprake is van een fusie binnen een bij AMvB aangewezen sector. Dat zou nou net dit hele wetsvoorstel minder effectief maken. Meneer Bushoff heeft daar sterkere bewoordingen bij gebruikt, die ik eigenlijk ook onderschrijf. Dan het laatste amendement: dat op stuk nr. 15 van de heer Prickaertz. Ik vond het heel interessant hoe daarin eigenlijk, in de toenadering die meneer Bushoff deed, naar een preciezere vorm bewogen werd die ik vervolgens oordeel Kamer zou kunnen geven. In de vorm zoals het amendement nu voorligt zou ik het in mijn adviseursrol en in mijn formele appreciatie ontraden. Met de voorgestelde aanpassingen, eigenlijk precies zoals ze net zijn voorgesteld en waar ik meneer Prickaertz volgens mij bij zag knikken, zou ik oordeel Kamer geven. Daarmee ben ik door mijn beantwoording heen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.