Financiële markten
Brontekst
Versie ab760e25c2d736ed · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Heinen: Dank u wel, en ook dank voor alle vragen die zijn gesteld. Ik vind het mooi om te zien dat in het jaar dat we in deze verhoudingen met elkaar het debat aangaan, de toon is veranderd naar een positievere grondhouding over onze mooie financiële sector en het belang en behoud ervan. Vanuit die grondhouding kunnen we kijken hoe we zowel de sector als de positie van de consument kunnen versterken. Naar mijn gevoel staan we aan dezelfde kant van het touw te trekken. Het maakt me blij om dat te zien. We zitten wel een beetje in een tussenfase, want we hebben aan de start als kabinet ons doorkijkje gegeven van hoe wij tegen een aantal zaken aankijken en welk beleid we aankondigen. We zitten nu in de fase van het uitwerken daarvan. Het debat over die visiebrief hebben we al gevoerd. We zijn het nu aan het uitwerken. Bij een aantal antwoorden ga ik vertellen dat er nog onderzoek loopt, dat we in gesprek zijn met de Europese Commissie, en dat we de wetgeving in voorbereiding of consultatie hebben, omdat we precies in de fase zitten van het vertalen van de visie naar beleid en wet- en regelgeving. Dat even als aftrap. Dan zijn er een aantal vragen gesteld. Die loop ik in de volgende volgorde af. Ik begin bij de regelgeving, waar een aantal vragen over zijn gesteld, dan ga ik naar de toezichtkosten, betalen en sparen, enkele vragen over hypotheken, en dan naar wat ik als de categorie overig beschouw. Ik begin bij de meer fundamentele vraag van de heer Idsinga. Hij zei de brief van een jaar geleden over de visie op de financiële sector te hebben gelezen — daar hebben we het debat al over gevoerd — en vroeg begrijpelijkerwijs met enig ongeduld hoe het daar nu mee staat. Kortgezegd, we zijn bezig die visie op al die onderwerpen uit te werken. Eerder ben ik al ingegaan op de doelstelling en de tijdslijn van de kwartalen waarin onderzoeken en wet- en regelgeving naar uw Kamer komen. Zo heb ik u in oktober vorig jaar geïnformeerd over de spaarmarkt en de reactie daarop. Op 17 maart is de inzet op de kapitaalmarktunie gedeeld. Daar zijn we nu ook in Europa mee bezig. In april heb ik u een brief gestuurd over de evaluatie van de beloningsregels. Daar is een aantal vragen over gesteld waar ik straks nader op inga. Op 14 mei heb ik uw Kamer geïnformeerd over de anti-witwasaanpak. Daar hebben we met elkaar ook al een aantal debatten over gevoerd, waarin ik ook de tussenstand heb gegeven en heb aangegeven hoe ik u op de hoogte ga houden van de vorderingen. Ook in Europees verband zet ik stappen en daarover rapporteer ik in alle verslagen van de Ecofin-Raad. Een daarvan is bijvoorbeeld de BaaS-betaalrekening. Ik kom daar straks op, omdat daarover specifiek een aantal vragen zijn gesteld. We zijn er druk mee aan de slag. Ik ga er graag mee verder, maar er komen ook nog verkiezingen tussendoor. We gaan het zien. Dit is een breed gedeelde agenda, dus ongeacht de uitslag denk ik dat we hierop goede vorderingen kunnen maken. En dat is positief. Dan ga ik naar de meer specifieke vragen. Ik begin bij de regelgeving, want die ligt bij de Kamer het meest voorop als ik de vragen zo zie. Allereerst is een aantal vragen over de beloningsregels gesteld. We hebben u een overzicht doen toekomen over koppen op Europese regelgeving. We hebben in het hoofdlijnenakkoord ook afgesproken dat we koppen op Europese wetgeving willen verwijderen. We hebben uw Kamer ook een onderzoek doen toekomen over de bonuswetgeving. Ik ben blij met de vragen die u hierover heeft gesteld. De heer Idsinga trapte deze discussie terecht af. U heeft gelijk, we zien dat in de hele regulering van de variabele beloningen de financiële sector aan het vastlopen is. We wisten al dat het de positie van de financiële sector schaadt als het gaat om investeringen die hier niet worden gedaan. Dat gaat om partijen die zich hier niet vestigen vanwege deze regels. Maar we zien ook partijen vertrekken. Dat zie ik voornamelijk gebeuren in de fintechsector. Ik heb veel gesprekken met partijen gevoerd het afgelopen jaar. Eigenlijk lopen ze allemaal aan tegen precies het punt dat de heer Idsinga en de heer Faddegon naar voren hebben gebracht: "Ja, ik kan niet eens een IT'er aannemen. En wat verschilt mijn bedrijf, als ik bijvoorbeeld een fintech-betaalinstelling heb, met dat van Booking.com en Bol.com? Dat zijn allemaal bedrijven die IT'ers in dienst moeten hebben en wij lopen achter ten opzichte van andere bedrijven. Dat is unfair." Ik denk dat dit ook nooit het idee achter de invoering van deze regels is geweest. Je ziet nu dus dat de bedrijfsvoering vastloopt. Zonder partijen bij de naam te noemen, hebben in ieder geval partijen bij mij al aangekondigd Nederland te gaan verlaten vanwege deze regelgeving. Dit is eeuwig zonde. We willen traditionele en grote bedrijven hier hebben, maar er ontstaan in Nederland nieuwe bedrijven — we zijn daar ongelofelijk succesvol in — en die raken we ook weer kwijt, puur omdat iemand een IT'er niet kan aannemen vanwege knellende wet- en regelgeving. Ik vind dat eeuwig zonde. Ik had als voornemen — helaas ben ik nu demissionair en staan we aan de vooravond van verkiezingen — om met u te kijken of we naar een fintechagenda kunnen gaan waarin we in ieder geval met elkaar de discussie kunnen aangaan over de bonuswetgeving. Wat is de diepte van de wetgeving? Hoe diep gaat het in een organisatie? Ik heb het dan niet over de topmanagers, maar gewoon over de IT'ers op de werkvloer, om het zo maar even plat te zeggen. De reikwijdte van de wetgeving is ooit ontstaan bij banken om te voorkomen dat daar onnodige risico's werden aangegaan. Maar we zien de regels nu ook bij betaalinstellingen en verzekeraars neerslaan. Daar waren die nooit voor bedoeld, maar ze lopen hier nu ook tegen aan. Ik proef bij de Kamer bereidheid om ook hiernaar te kijken. Ik denk dat er urgentie op dit dossier zit, omdat ik partijen op dit moment zie vertrekken. Dat gaat met een hoog tempo. Het houdt mij 's nachts wakker als ik zie hoe bedrijven nu Nederland aan het verlaten zijn. En we kunnen dit gewoon aanpassen. Dus ik zou zeggen: laten we een keer met elkaar het goede doen en kijken of we hierop op korte termijn een stap kunnen zetten. Dat gaan we in dit debat, denk ik, niet uitdebatteren, maar ik ben wel bereid om zo dadelijk of later met u het gesprek aan te gaan over hoe we op korte termijn quick fixes kunnen uitvoeren. We hebben natuurlijk ook nog een breder debat om een hele mooie sector ruimte te bieden om te kunnen ondernemen en door te groeien.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.