Slachtofferbeleid
Brontekst
Versie f3d4c8281316c81b · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenStaatssecretaris Struycken: Ik begin met een antwoord op een niet gestelde vraag, namelijk met het herzien van een eerder antwoord. Want het blijkt dat ik me niet helemaal voldoende genuanceerd heb uitgelaten over de toekomst. Dat is altijd een uitdaging, natuurlijk. Dat gaat over artikel 12 en het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Dat onderwerp zal onze aandacht zeker nog uitvoerig krijgen. Ik wil het volgende corrigeren. Ik noemde eerder de driemaandentermijn met betrekking tot de beklagprocedure, maar die driemaandentermijn ziet op een onderdeel daarvan, namelijk op het indienen van het verslag door de advocaat-generaal. Dat is natuurlijk slechts een onderdeel van de beklagprocedure. In het nieuwe wetboek zoals het nu luidt, wordt geen termijn voor de hele artikel 12-procedure gesteld, wel dus die driemaandentermijn voor de advocaat-generaal, maar ook een termijn voor het beklag bij niet opsporen. Daar moet de officier van justitie binnen zes weken op beslissen. Dat is de termijn gesteld aan het beklag bij niet opsporen. Nou goed, het is duidelijk dat dit onderwerp bredere aandacht verdient wanneer we het nieuwe Wetboek van Strafvordering verder gaan bespreken. Voorzitter. Mevrouw Wijen-Nass legt de vinger op de gevoelige plek als het gaat om de suggestie van de heer Eerdmans. Dat heeft te maken met capaciteit en belasting van de strafrechtketen, en raakt overigens ook meer fundamenteel aan de positie van het slachtoffer in de toekomst en de verwachtingen die met betrekking daartoe kunnen bestaan. Dus het raakt eigenlijk aan het thema dat het voor slachtoffers duidelijker moet worden wat hun plaats is in de procedure op welk moment dan ook, wat ze kunnen doen als ze dat willen en wat daar de gevolgen van zijn. Dus het heeft te maken met helderheid, met duidelijkheid in het algemeen, maar specifiek ook met capaciteit bij de rechtsspraak. We nemen het mee. We nemen de suggestie van de heer Eerdmans graag mee daar waar we verder nadenken over mogelijkheden van reflectie op de uitspraak. Voorzitter. Mevrouw Palmen vroeg aandacht voor de signaalfunctie die ook gesignaleerd wordt in de belangrijke, zeer behulpzame brief van Slachtofferhulp Nederland, waarin allerlei belangrijke elementen naar voren komen. Er is op dit moment nog geen juridische basis voor de inspectie om toezicht te houden op slachtofferorganisaties, maar daar wordt aan gewerkt, want het zou goed zijn als de inspectie daar ook een controlerende rol in gaat krijgen. Ik kom, in omgekeerde volgorde dus, op de nadere opmerking van mevrouw Mutluer.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie