Goed bestuur en toezicht in de zorg (+ IGJ en zorgfraude)
Goed bestuur en toezicht in de zorg (+ IGJ en zorgfraude)
statement · 24 sep 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Tijmstra (CDA): Dank u wel, voorzitter. Het onderwerp van dit debat heeft in zich dat we met z'n allen inzoomen op wat er niet goed gaat in de zorg. Ik wil toch beginnen met uitspreken dat ook heel veel wél goed gaat in de zorg en dat heel veel zorgorganisaties iedere dag met heel veel inzet, deskundigheid en integriteit werken aan goede zorg in Nederland. We vinden het ook goed om te zien dat de minister zorgfraude vanaf dag één serieus neemt, snel met een aanpak is gekomen en met verdere aanscherping van de Wibz bezig is. Want we moeten scherp zijn op de kleine groep aanbieders die misbruik maakt van kwetsbare mensen en publiek geld. Mijn inbreng bestaat uit twee blokken: goed bestuur en toezicht en de aanpak van zorgfraude. Als het gaat over goed bestuur en toezicht, vindt het CDA het goed dat de minister met de Wibz werkt aan scherpere normen voor winstuitkering, waarbij de uitwassen van private equity worden aangepakt. Tegelijkertijd zullen wij bij de wetsbehandeling kritisch kijken naar de gevolgen voor de administratieve lasten, want wat het CDA betreft zetten we het aanpakken van de verkeerde prikkels en malafide constructies op één, zonder goede organisaties onevenredig te belasten met nog meer regeldruk. Goed bestuur betekent voor het CDA ook dat je verantwoordelijkheid neemt wanneer je als zorgaanbieder besluit te stoppen. In recente casussen van Co-Med en Villa ExpertCare zagen we hoe kwetsbaar cliënten worden als de overdracht van zorg niet tijdig en niet goed geregeld is. De IGJ kan aanbieders vragen zich in te spannen voor een passend alternatief en een plan voor continuïteit, maar onze zorg is of dit wel voldoende afdwingbaar is. Is in wet- en regelgeving concreet genoeg vastgelegd wat de verantwoordelijkheid van een zorgaanbieder is bij discontinuïteit van zorg? Is de minister bereid om te kijken of we dit niet beter met elkaar moeten regelen? Dan de aanpak van zorgfraude. Voor het CDA begint de aanpak van zorgfraude aan de voorkant met kritische toelating en achteraf met scherpe handhaving. Zorggeld is bedoeld voor de zorg, niet voor criminelen of malafide ondernemers. Daarom moeten we voorkomen dat verkeerde partijen überhaupt kunnen en zouden willen toetreden tot de zorgmarkt of na eerdere overtredingen eenvoudig opnieuw kunnen beginnen. Wij vinden het dus goed dat er strengere toetredingseisen en een uitbreiding van de vergunningsplicht komen. Daarmee wordt de drempel aan de voordeur verhoogd en wordt beter getoetst wie zorg mag aanbieden. Tegelijkertijd lezen we dat het wetsvoorstel naar verwachting pas in 2028 naar de Kamer komt. Mijn vraag aan de minister is: is het mogelijk om dit naar voren te halen? In de aanpak van fraude is daarnaast gegevensuitwisseling essentieel. Geen enkele partij kan dit alleen oplossen. Het is daarom frustrerend wanneer een partij signalen heeft over een malafide aanbieder, maar die kennis niet kan delen met andere partijen. Met de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg ligt er een wettelijke basis om dat wel te doen, namelijk via het Waarschuwingsregister, maar in de praktijk is dat register nog niet operationeel. Welke stappen zet de minister om ervoor te zorgen dat dit register zo snel mogelijk goed gebruikt kan worden? Hoe ondersteunt zij gemeenten daar actief bij? Ook de politie kan maar zeer beperkt of geen informatie delen, terwijl zij wel een belangrijke signalerende rol hebben bij vermoedens van zorgfraude en zorgcriminaliteit. Wanneer wordt de wettelijke mogelijkheid geregeld om politie-informatie bij vermoedens van zorgfraude te delen met de gemeente, de IGJ en de zorgkantoren? Tot slot nog een aantal vragen uit de praktijk. Verschillende partijen komen met goede inhoudelijke verbeterpunten. Zo geeft het CIZ aan dat een bredere bevoegdheid kan helpen bij het intrekken van een Wlz-indicatie op het moment dat er sprake is van fraude. De VNG geeft aan dat de wettelijke grondslag voor toezicht anders is geregeld in de Jeugdwet dan in de Wmo, en dat dat het voor toezichthouders in de praktijk heel moeilijk maakt. Rechercheurs bij de inspecties geven aan dat meer ruimte in het verschoningsrecht veel bureaucratie scheelt, waardoor ze meer zaken kunnen behandelen. Mijn vraag aan de minister is: op welke plek worden al dit soort signalen uit het veld besproken en opgepakt? Er komt de komende tijd namelijk veel wetgeving naar de Kamer op allerlei verschillende onderdelen. Mogelijk kan een aantal zaken hiervan meteen meegenomen worden, zodat we ook de snelheid kunnen behouden. Dank u wel.
Versie 4961e4a1a2d15669feb619929336b5f953a617f5a88224fb724da3d826ead22b · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Goed bestuur en toezicht in de zorg (+ IGJ en zorgfraude)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.