Goed bestuur en toezicht in de zorg (+ IGJ en zorgfraude)
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Tijmstra (CDA): Ik heb een andere vraag. Ik hoorde mevrouw Wendel spreken over regeldruk. Ze haalde een aantal voorbeelden aan, die gelukkig niet voor alle zorgaanbieders gelden. De aanpak van zorgfraude en de aanscherping van de Wibz hebben in zich dat die regeldruk vergroot wordt voor heel veel organisaties. Dat is een punt waar het CDA scherp op is. We willen daar een goede balans in houden. Hoe kijkt mevrouw Wendel daarnaar?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tijmstra (CDA): Dank u wel, voorzitter. Het onderwerp van dit debat heeft in zich dat we met z'n allen inzoomen op wat er niet goed gaat in de zorg. Ik wil toch beginnen met uitspreken dat ook heel veel wél goed gaat in de zorg en dat heel veel zorgorganisaties iedere dag met heel veel inzet, deskundigheid en integriteit werken aan goede zorg in Nederland. We vinden het ook goed om te zien dat de minister zorgfraude vanaf dag één serieus neemt, snel met een aanpak is gekomen en met verdere aanscherping van de Wibz bezig is. Want we moeten scherp zijn op de kleine groep aanbieders die misbruik maakt van kwetsbare mensen en publiek geld. Mijn inbreng bestaat uit twee blokken: goed bestuur en toezicht en de aanpak van zorgfraude. Als het gaat over goed bestuur en toezicht, vindt het CDA het goed dat de minister met de Wibz werkt aan scherpere normen voor winstuitkering, waarbij de uitwassen van private equity worden aangepakt. Tegelijkertijd zullen wij bij de wetsbehandeling kritisch kijken naar de gevolgen voor de administratieve lasten, want wat het CDA betreft zetten we het aanpakken van de verkeerde prikkels en malafide constructies op één, zonder goede organisaties onevenredig te belasten met nog meer regeldruk. Goed bestuur betekent voor het CDA ook dat je verantwoordelijkheid neemt wanneer je als zorgaanbieder besluit te stoppen. In recente casussen van Co-Med en Villa ExpertCare zagen we hoe kwetsbaar cliënten worden als de overdracht van zorg niet tijdig en niet goed geregeld is. De IGJ kan aanbieders vragen zich in te spannen voor een passend alternatief en een plan voor continuïteit, maar onze zorg is of dit wel voldoende afdwingbaar is. Is in wet- en regelgeving concreet genoeg vastgelegd wat de verantwoordelijkheid van een zorgaanbieder is bij discontinuïteit van zorg? Is de minister bereid om te kijken of we dit niet beter met elkaar moeten regelen? Dan de aanpak van zorgfraude. Voor het CDA begint de aanpak van zorgfraude aan de voorkant met kritische toelating en achteraf met scherpe handhaving. Zorggeld is bedoeld voor de zorg, niet voor criminelen of malafide ondernemers. Daarom moeten we voorkomen dat verkeerde partijen überhaupt kunnen en zouden willen toetreden tot de zorgmarkt of na eerdere overtredingen eenvoudig opnieuw kunnen beginnen. Wij vinden het dus goed dat er strengere toetredingseisen en een uitbreiding van de vergunningsplicht komen. Daarmee wordt de drempel aan de voordeur verhoogd en wordt beter getoetst wie zorg mag aanbieden. Tegelijkertijd lezen we dat het wetsvoorstel naar verwachting pas in 2028 naar de Kamer komt. Mijn vraag aan de minister is: is het mogelijk om dit naar voren te halen? In de aanpak van fraude is daarnaast gegevensuitwisseling essentieel. Geen enkele partij kan dit alleen oplossen. Het is daarom frustrerend wanneer een partij signalen heeft over een malafide aanbieder, maar die kennis niet kan delen met andere partijen. Met de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg ligt er een wettelijke basis om dat wel te doen, namelijk via het Waarschuwingsregister, maar in de praktijk is dat register nog niet operationeel. Welke stappen zet de minister om ervoor te zorgen dat dit register zo snel mogelijk goed gebruikt kan worden? Hoe ondersteunt zij gemeenten daar actief bij? Ook de politie kan maar zeer beperkt of geen informatie delen, terwijl zij wel een belangrijke signalerende rol hebben bij vermoedens van zorgfraude en zorgcriminaliteit. Wanneer wordt de wettelijke mogelijkheid geregeld om politie-informatie bij vermoedens van zorgfraude te delen met de gemeente, de IGJ en de zorgkantoren? Tot slot nog een aantal vragen uit de praktijk. Verschillende partijen komen met goede inhoudelijke verbeterpunten. Zo geeft het CIZ aan dat een bredere bevoegdheid kan helpen bij het intrekken van een Wlz-indicatie op het moment dat er sprake is van fraude. De VNG geeft aan dat de wettelijke grondslag voor toezicht anders is geregeld in de Jeugdwet dan in de Wmo, en dat dat het voor toezichthouders in de praktijk heel moeilijk maakt. Rechercheurs bij de inspecties geven aan dat meer ruimte in het verschoningsrecht veel bureaucratie scheelt, waardoor ze meer zaken kunnen behandelen. Mijn vraag aan de minister is: op welke plek worden al dit soort signalen uit het veld besproken en opgepakt? Er komt de komende tijd namelijk veel wetgeving naar de Kamer op allerlei verschillende onderdelen. Mogelijk kan een aantal zaken hiervan meteen meegenomen worden, zodat we ook de snelheid kunnen behouden. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tijmstra (CDA): We vinden het heel interessant om ernaar te kijken. We hebben er ook vragen over gesteld bij de schriftelijke inbreng. Op het moment dat je handhaaft, moet je natuurlijk ook wel gewoon een stok achter de deur hebben. Tegelijkertijd ben ik onvoldoende bekend met het veld van JenV, dus het vraagt bij ons in de fractie ook nog wel wat afstemming. Maar het is absoluut interessant om ernaar te kijken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tijmstra (CDA): Wij vinden ook gegevensdeling echt een van de pijlers van de aanpak van zorgfraude. Kan de minister mij misschien meenemen in wat zo'n wetswijziging dan behelst? Als ik namelijk denk aan gegevensdeling, is het vaak alleen een grondslag die opgenomen moet worden. Is er niet op die manier een quick fix te maken, zodat het langs de Kamer kan? Kan de minister mij misschien iets meer meenemen? Er zal ongetwijfeld een complexiteit achter zitten die ik gewoon niet zo goed begrijp. Misschien kan de minister dat toelichten.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tijmstra (CDA): Wij hebben vooral teruggekregen dat de implementatie van dat register in de praktijk heel weerbarstig is. Als ik een klein beetje uitzoom — misschien komt het straks nog langs — vraag ik me het volgende af. We willen het allemaal, maar als de uitvoering vastloopt of als er voor de uitvoering goede ideeën zijn, waar komen die dan samen en hoe wordt het verder gebracht? Ik denk namelijk dat het geen onwil is van gemeenten. Ze doen een appel op ons en zeggen: het kan nu wel, maar het werkt nog niet; help ons daarbij. Ik ben dus een beetje op zoek naar … Ik snap de formele verantwoordelijkheden, hoor, laat dat duidelijk zijn, maar ik ben op zoek naar hoe we het met elkaar werkend krijgen en verder kunnen brengen. Want weten dat iets niet klopt, en het niet tegen je buurgemeenten kunnen vertellen, waardoor je nog meer cliënten of patiënten de mist in ziet gaan, is verschrikkelijk.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tijmstra (CDA): Ik ga snel door mijn interrupties heen. Het antwoord van de minister gaat heel erg over de uitvoering van het delen van zorgen, volgens mij. Mijn vraag is meer de volgende. Wij zijn als Kamerleden benaderd door heel veel partijen, die allemaal goede ideeën hebben om met een kleine wijziging actiever iets te kunnen doen aan de aanpak van zorgfraude. Het CIZ zegt bijvoorbeeld: als we weten dat er fraude is, willen we een indicatie kunnen intrekken, en dat kan nu niet. We hebben heel veel verschillende voorbeelden gezien, waarvan ik denk: allemaal goede ideeën, dus daar zouden we wat mee moeten doen. Waar komen die terecht, zodat daar actief naar gehandeld kan worden en ze op het netvlies blijven? Mocht er een keer wetgeving langskomen, dan kunnen die daarin meteen meegenomen worden, zodat we snelheid houden.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tijmstra (CDA): Ik had nog een vraag gesteld die niet beantwoord is. Het CDA heeft aandacht gevraagd voor goed bestuur op het moment dat je als zorgaanbieder besluit om te stoppen. Daar hoort dan ook een zorgvuldige overdracht van cliënten bij. We hebben heel recent twee casussen gezien waarbij dat gewoon niet goed is gegaan. We hebben dit punt vanuit het CDA al een aantal keer aangedragen, juist omdat de impact voor de mensen die zorg krijgen zo ontzettend groot is. We krijgen dan vaak een procesantwoord dat helemaal klopt: de IGJ kan wat, de zorgverzekeraar heeft een rol enzovoorts. Toch gaat het mis. Wij vragen ons af of we dat niet steviger in wet- en regelgeving moeten vastleggen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is zij ook bereid om te kijken of er niet meer nodig is op dat gebied?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tijmstra (CDA): Dank u wel, voorzitter. Ik wil de minister bedanken voor het beantwoorden van alle vragen. Ik zie ook dat er echt heel veel gebeurt in de aanpak van zorgfraude, maar ook aan het verdere regels stellen als het gaat om het goede bestuur. Voor het CDA zijn er bij de aanpak van zorgfraude twee prioriteiten. Dat is de voordeur meer dicht doen en inzetten op gegevensuitwisseling. Wat ons betreft staat dat vooraan. Het zijn ook twee onderwerpen waar we het volgens mij allemaal over eens zijn, hier in de Kamer, bij het ministerie, maar ook iedereen in het veld. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van Brenk over de geitenpaadjes. Ik snap de zorgvuldigheid, maar als de minister ergens een geitenpaadje ziet, gebruik het dan alsjeblieft.
Bron, video en gesprek →