JBZ-Raad (Luxemburg)
JBZ-Raad (Luxemburg)
statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer
Minister Van den Brink: Ja. Ik kom bij het laatste inhoudelijke blok, met vragen over de terugkeerhubs. Mevrouw Westerveld heeft daarover de meeste vragen gesteld. Ook ik las vanochtend de krant, en ik kan me heel goed voorstellen dat u denkt: ik ben parlementariër, dus ik zou het best een aardig idee vinden als er gewoon een Kamerbrief ligt als er iets gebeurt. Ik kan u in die zin verzekeren dat er niet iets nieuws is gebeurd. Wij hebben nog steeds gewoon het overleg dat al een paar maanden loopt. Ik ben voornemens u te informeren op het moment dat wij met de groep waarin wij dat gesprek voeren tot een besluit komen om te communiceren dan wel een afspraak te maken met een land waarin allerlei dingen zijn vastgelegd. Er heeft onlangs natuurlijk wel een vertrouwelijke briefing plaatsgevonden, waarin heel veel aspecten van het fenomeen terugkeerhub aan de orde zijn geweest. We proberen u dus in die zin zo goed mogelijk te bedienen, maar er was in de kopgroep geen afspraak dat er vandaag in het AD vanuit Griekenland gecommuniceerd ging worden. Laat ik daarover zeggen dat ik dat natuurlijk ook niet wenselijk vind, omdat het daardoor lijkt alsof er iets gaande is. Wij voeren het gesprek nog steeds wel heel intensief. Ik kan wel meer vertellen, ook in reactie op mevrouw Westerveld, over wat uiteindelijk het idee achter die terugkeerhub is en blijft, en wat wij aan het verankeren zijn in de afspraken, als we die weten te maken. Uiteindelijk gaat het om de vraag hoe we ons terugkeerproces kunnen verbeteren. De terugkeer vanuit Europa is te laag — die is inmiddels 20% tot 30% — en dus werken we al lange tijd aan de innovatieve oplossing van de terugkeerhub. Ik blijf dat overigens de beste benaming vinden, maar daar ga ik dan zo meteen misschien nog wat dieper op in. Je wilt de terugkeer realiseren van mensen die hier niet mogen blijven, en je wilt dat ze uiteindelijk teruggaan naar het land van herkomst. Als dat niet kan, biedt de Europese verordening nu de ruimte om die terugkeerhub te realiseren. Dat is een hub omdat het een plek kan zijn waar iemand voor een tijd verblijft, maar vanwaaruit hij uiteindelijk misschien toch weer teruggaat naar zijn land van herkomst. Ik zal beschrijven hoe ik het voor me zie. Er is een open faciliteit in een derde land waarin wij een terugkeerhub realiseren. Wij gaan daar mensen naartoe brengen die uitgeprocedeerd zijn. Dat zullen bij de start geen kwetsbare mensen en geen mensen met kinderen zijn, want we willen eerst een proof of concept. Op die plek kunnen mensen gewoon verblijven. Ze worden daar een onderdeel van de samenleving doordat ze er kunnen werken, en we voeren gesprekken over de vraag onder welke verblijfstitel ze daar verblijven. Zo'n open faciliteit wordt het liefst gerund door bijvoorbeeld de IOM. Dat is een organisatie die veel ervaring heeft, ook met het re-integreren van mensen in het land waar zij vandaan komen of het integreren van mensen in een ander land. Zij kunnen vanuit die plek meewerken aan terugkeer naar het land van herkomst. We zijn ook in gesprek over voldoende monitoring. Er moet een goede organisatie zijn die de monitoring kan doen van zo'n terugkeerhub, want we snappen heel goed dat er vragen zijn over hoe dat wordt gegarandeerd. Daar zit, denk ik, ook gelijk de vraag in van de heer Van Asten over de brief die ik heb gekregen van de Raad van Europa, dus de Commissarissen aldaar. Ik denk dat wij in die zin de aspecten die hij noemt allemaal meenemen in de wijze waarop we het gaan vormgeven, maar niet apart ten opzichte van de juridische verankering die er al is. Er zit dus een juridische verankering in de Europese verordening. Als wij met een land komen waarmee we deze afspraken gaan maken, dan zullen die natuurlijk op basis van een overeenkomst met dat land zijn. In die overeenkomst moet geborgd zijn dat dit kan volgens het internationaal recht en volgens de verdragen die hiervoor zijn en alle aspecten die daarbij horen. Als er bijvoorbeeld overdrachten plaatsvinden vanuit Nederland, zullen die altijd geborgd moeten worden binnen de rechtsstaat Nederland. Stel dat er een terugkeerbesluit is. Stel dat het dan gaat om een jonge man, die gezond is en die gekwalificeerd is om ergens naartoe terug te kunnen gaan. Dan zal daar een individueel besluit over worden genomen en komt daar in Nederland ook weer rechterlijke toetsing op. Ook op basis van wat wij in die brief lazen, is er volgens mij dus voldoende juridische borging voorhanden om dit vorm te geven. Dan hoeft er niet via een aparte body of entiteit nog weer een toets bovenop te komen. Het nationaal recht is voldoende om daarover uitspraken te doen. Dit is volgens mij alles wat ik er nu over kan zeggen. Het land is nog niet bekend, want het land is er nog niet, in de zin dat we nog niet een afspraak met een land hebben.
Versie 2e53c3d65063049bf4ddedb2e6854db100de8c8fd9741a0227428c519890f963 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
JBZ-Raad (Luxemburg)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.