KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

JBZ-Raad (Luxemburg)

Brontekst

Minister Van den Brink: Dan kom ik bij de vragen over het pact, het tweede grote onderwerp bij de JBZ-Raad: wat is de inzet van Nederland daarin? Wij gaan natuurlijk absoluut aandringen op uitvoering van het pact zoals we het hebben afgesproken. Dat ziet natuurlijk met name op de vraag die verschillende partijen hier hebben gesteld — de heer Boomsma, mevrouw Straatman maar ook mevrouw Vondeling, eigenlijk iedereen — over de werking van "Dublin", zoals we dat vroeger noemden. We moeten nog een beetje wennen aan de nieuwe afkorting daarvan. Dat gaan we dus absoluut inbrengen, want dat is de hele gedachte achter solidariteit en verantwoordelijkheid. Dat is wat het pact weer zou gaan herstellen. Dus zullen we dat stevig bepleiten en ook de Commissie erop aanspreken dat zij daar als hoeder van de verdragen en de toepassing daarvan scherp op toeziet. We zijn in afwachting van de Commissierapportage van half oktober. Daar gaan we dus zien welk oordeel de Commissie geeft over die verschillende lidstaten. De rechterlijke uitspraken inzake Dublin en Italië zijn deels natuurlijk al in het debat op 10 september besproken. We hebben daar hoger beroep tegen ingesteld, zodat we ook het oordeel van de Raad van State krijgen. We gaan de jurisprudentie in andere landen, specifiek met betrekking tot de overdracht aan Italië, in beeld brengen. Daar zal ik u nog over rapporteren. We zijn daarover ook in gesprek, zeg ik tegen de heer Asten, met de Commissie. In de tussentijd heb ik nog weer met mijn ambtsgenoten in Italië gesproken. Laat ik het zo zeggen: je komt weer voorzichtig optimistisch uit zo'n gesprek, maar daarna moet het in de praktijk worden toegepast en moeten de claims niet alleen geaccepteerd maar ook opgestart worden. Dat is dus een precair proces, maar we hebben het wel alweer opgestart. Tegelijkertijd heb je dan natuurlijk ook nog te maken met die hogerberoepszaak die speelt. Beide zaken lopen met elkaar op. Het is wel waar wat mevrouw Straatman zegt: indien er op geen enkele manier beweging zou ontstaan bij Italië, dan kan van solidariteit de andere kant op natuurlijk geen sprake zijn. Wij hebben dus afgesproken dat wij ook het komende jaar dat solidariteitsmechanisme gebruiken om dat financieel in te vullen, maar wij gaan in die zin in die hele discussie over het solidariteitsmechanisme niet betalen voor iets wat niet werkt. Dat is even de simpele samenvatting. Dan vroeg mevrouw Markuszower ... Nee, dat klopt niet! U bent wel van de partij van de heer Markuszower, maar die heeft inmiddels ook een politieke naam. Overwegen wij om het pact echt naast ons neer te leggen? Nee, dat doen wij niet. Ik ben ervan overtuigd dat het in werking treden van het pact een grote stap is voor Nederland en voor de EU. We moeten er aan alle kanten aan blijven werken om dat in alle lidstaten aan de praat te krijgen en om daar uitvoering aan te geven zoals met elkaar is afgesproken. De heer Ellian hield mij de exacte data voor van een zaak en hoe die dan afliep. U schatte al best goed in hoe ik dat moet gaan verwoorden, want uiteindelijk gaat het over een rechtszaak. In zijn algemeenheid wil ik er wel iets over zeggen, want het raakt wel aan een ander punt. In algemene zin wil je gewoon dat de uitvoeringspraktijk zo dicht mogelijk ligt bij hoe de wetgever het heeft bedacht. In die situatie zitten we nu. De wetgever heeft gesproken, we hebben de wet ingevoerd en dus wil je in de uitvoeringspraktijk terugzien wat je als wetgever hebt bedacht. Daarbij wil je dubbelingen voorkomen. Dat is ook wel een reactie op de volgende vraag, ook van de heer Asten: ja, ik ben groot voorstander van het Duitse initiatief, waar ik afgelopen weekend over gesproken heb in Duitsland, om tot een versimpeling van het pact over te gaan. Dat zeg ik niet omdat het pact in zichzelf niet de goede keuzes heeft gemaakt, maar bij al die keuzes — dat hebben we in de brief al duidelijk gemaakt die over de Clingendaelrapportage, de EVRM-toepassing en de Chișinauverklaring ging — zien we telkens weer dat bij ieder aspect van het asielproces, bijvoorbeeld over non-refoulement, de terugkeerverordening, is een heel debat geweest of het non-refoulement opnieuw moest worden getoetst bij het terugkeerbesluit. Daarvan heeft Nederland gezegd: dat hoeft niet, want dat non-refoulement heeft al plaatsgevonden op het moment dat het asielbesluit heeft gespeeld. Je ziet dus telkens dat in allerlei aspecten van het asielproces meerdere dingen worden gedubbeld. Dat moeten we denk ik niet willen, want daarmee lokken we uit dat in de rechtspraak en op andere plekken die toets ook weer wordt gedaan. Daarmee wordt het een stroperig proces, terwijl initieel … We kennen allemaal die gedachte van non-refoulement: dat is de basis van het hele asielrecht. Daar is ook helemaal geen discussie over. Niemand wil iemand terugsturen naar een land waar die moet vrezen voor vervolging. Alleen, dat aspect in iedere stap van het asielproces opnemen, maakt het gewoon een onuitvoerbaar proces. Daarom ben ik echt voorstander van die versimpeling. Ik ben er namelijk van overtuigd — dat is natuurlijk een debat dat we natuurlijk hier in de Kamer verschillende keren hebben gevoerd — dat protocollen aanpassen een hele lange weg is. Versimpelingen van Europese wetgeving op dit onderdeel vormen een snellere weg. Ik geloof dus dat we moeten zoeken naar de snelste route. Dit zou dus mijn reactie zijn, ook op de vraag van de heer Ellian. Ik ben dus voorstander van die versimpeling — de Europese Commissie is dat zelf overigens ook — niet om het pact, in mijn woorden, overhoop te trekken, maar om de bedoeling van het pact zo rechtstreeks mogelijk in de uitvoeringspraktijk te kunnen garanderen. Dat is mijn bedoeling hiermee.

Versie 2e53c3d65063049bf4ddedb2e6854db100de8c8fd9741a0227428c519890f963 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.