KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 22 okt 2024 · Tweede Kamer

Voortgang en evaluatie missies

Brontekst

De heer Olger van Dijk (NSC): Dank u wel, voorzitter. Met een grootvader die zijn carrière begon bij de Koninklijke Marechaussee en een vader die in zijn diensttijd commandant was op een Centuriontank — de grootste in de Nederlandse geschiedenis, heb ik me laten vertellen — is het een voorrecht voor mij om hier als woordvoerder Defensie deze debatten te doen. Ik ben dan ook bijzonder trots op de mannen en vrouwen van onze krijgsmacht, die zich inzetten voor vrede en veiligheid in deze wereld en van ons land. Voorzitter. Met de huidige dreiging in de wereld is het noodzaak dat we zo veel en zo snel mogelijk investeren in de veiligheid van ons eigen grondgebied en dat van de NAVO-partnerlanden, onze eerste hoofdtaak. De nadruk van de defensie-inzet ligt daarmee niet meer op hoofdtaak twee, zoals de vredesmissies van de laatste decennia. De missies die we vandaag bespreken vallen overigens in beide categorieën. Kan de minister van Defensie aangeven wat de verhouding wordt tussen hoofdtaak één en hoofdtaak twee bij de inzet van personeel? Hoe beoordelen we in de toekomst aan welke vredesmissies we nog deelnemen? Dat sluit denk ik aan bij de vraag van mevrouw Van der Wal over de visie op missies. Is daar een afwegingskader voor te ontwikkelen waarbij ook Nederlandse belangen een rol spelen? Denk bijvoorbeeld aan handelsverkeer en stabiliteit aan de randen van de EU. Voorzitter. Daar speelt de beschikbare personeelscapaciteit ook een belangrijke rol in. Met de personeelstekorten waarmee Defensie op dit moment kampt, is het de vraag of onze krijgsmacht wel in staat is om alle lopende en geplande missies te bemensen. Graag hoor ik een reflectie van minister Brekelmans op dit punt. In hoeverre beperkt personeelskrapte onze inzet bij het aantal missies dat tegelijkertijd kan worden uitgevoerd? Hoeveel ruimte is er überhaupt nog voor vredesmissies — hoofdtaak twee — in relatie tot de steeds belangrijker wordende landsverdediging en afschrikkingstaak? Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal vragen bij de diverse missies. De Nederlandse bijdrage aan de missie EUFOR Althea dient een belangrijk doel: aan de poort van de EU de politieke en sociale stabiliteit in Bosnië en Herzegovina en de Balkanregio bevorderen. Hoe duidt de minister van Buitenlandse Zaken de politieke ontwikkelingen in Bosnië en de risico's voor de veiligheidssituatie ter plaatse? Van beide bewindspersonen wil ik graag weten hoe zij de verlenging van de missie zien ten opzichte van de politieke ontwikkelingen en risico's. En hoe zien zij de capaciteitsinzet die dit zal vergen? Voorzitter. Eerder dit jaar hebben we middels de artikel 100-briefprocedure onze goedkeuring gegeven aan een maritieme bijdrage van de Karel Doorman aan de Europees geleide missie ASPIDES, want het is belangrijk om het commerciële scheepsverkeer op deze cruciale route beschermen. Naast de inzet van het marineschip zijn twee stafofficieren voor ASPIDES werkzaam. Inmiddels zijn we een halfjaar verder. De Karel Doorman ligt weer in onze haven, maar het gevaar in het Rode Zeegebied is alleen maar geïntensiveerd door de geweldsescalatie in het Midden-Oosten. Kan de minister aangeven hoelang en in welke vorm Nederland gaat bijdragen aan ASPIDES? Is het kabinet van plan met de toename van dreigingen vanuit de Houthi's de inzet vanuit Nederland uit te breiden? Voorzitter. De oorlog op de oostflank raakt onze buitengrenzen, waardoor het samenwerken met de Baltische staten essentieel is voor onze veiligheid. In de beslisnota van de voortgangsrapportage oostflank worden lessons learned genoemd. Een daarvan is de beperkte beschikbaarheid van het oefenterrein in Rukla, waardoor de Nederlandse eenheden gehinderd worden in de mogelijkheden voor training. Kan de minister van Defensie deze inschattingsfout duiden? Welke les wordt hieruit getrokken voor andere missies? Moet de aanwezigheid van voldoende trainingsmogelijkheden bijvoorbeeld structureler in de voorbereiding van missies worden bekeken? Voorzitter. Tot slot de voorgenomen inzet in Estland voor onder andere air policing. Vanaf december 2024 zal Nederland bijdragen met een flexibele inzet van drie tot tien F-35 toestellen. Dat is belangrijk, maar het vraagt een mogelijk fors aantal van onze inzetbare F-35's. Hoe wordt die range tussen drie en tien bepaald? Wat betekent dit voor de mogelijke inzet van onze F-35's elders, om te beginnen die met een surveillancetaak boven het Nederlandse grondgebied? Dank u wel.

Versie 619ba68648f9d60dd3e3c49f1744f62157910f1165fb157ee930cf9459ca9c7b · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 5e635376f862f00d

13 okt 2026 · 61fe535fe7e481c3

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.