KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 5 jun 2025 · Tweede Kamer

Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om een tegenbewijsregeling te introduceren bij het bepalen van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (Wet tegenbewijsregeling box 3) (36706)

Brontekst

De heer Vermeer (BBB): Dank u wel, voorzitter. Ook namens mij de felicitaties voor de heer Kouwenhoven. Ik hoop elkaar nog heel lang te ontmoeten hier in de plenaire zaal en de degens te kruisen. Voorzitter. Het is zover. Vandaag bespreken we het wetsvoorstel Tegenbewijsregeling box 3. Dat is veelbesproken. Ik ben blij dat dit debat nog tijdig kon worden ingepland, ondanks alles. Box 3 is een belangrijk en niet onomstreden dossier. En dat is mild uitgedrukt. De afgelopen jaren is het verworden tot een immense puinhoop, gekenmerkt door gebrekkige wetgeving en een opeenstapeling van procedures. De Hoge Raad heeft in een aantal uitspraken beslist dat er niet langer sprake kan zijn van een fictieve rendementsheffing in box 3. De Wet werkelijk rendement moet dit probleem oplossen door de opgave van werkelijk rendement vanaf 2028 mogelijk te maken. Maar tot het zover is, hebben we de Wet tegenbewijsregeling, die we vandaag bespreken. Deze leidt eveneens tot heffing op basis van werkelijk rendement, mits dit lager is dan het forfaitair rendement. De Hoge Raad heeft door middel van haar uitspraken de kaders aangegeven waaraan deze wetten moeten voldoen. Voorzitter. Het is onze taak om te streven naar een eerlijke belastingheffing. Deze wet gaat ons hier niet dichterbij brengen. Onze inzet is altijd geweest dat we een box 3-stelsel willen op basis van daadwerkelijk gerealiseerd rendement en niet op basis van papieren winsten. Voorzitter. We hebben onlangs een inbrengronde gehad voor dit wetsvoorstel. Er zijn al heel veel zaken de revue gepasseerd. Ik wil wel stilstaan bij wat voor BBB de belangrijkste punten van kritiek zijn. Maar eerst wil ik nog iets anders herhalen dat ik in een eerder overleg ook gezegd heb. Volgens ons kan het vertrouwen in de overheid alleen hersteld worden door een eerlijk, eenvoudig en uitvoerbaar belastingstelsel, waarin mensen alleen betalen over wat ze daadwerkelijk verdienen. We gaan alle ambtenaren in Nederland ook niet belasten op basis van hun inkomen van vijf ton per jaar en ze maar met tegenbewijs laten komen als dat in werkelijkheid minder is. Voorzitter. Mensen die een huis verhuren, zijn geen schoften. Mensen die een huis verhuren, zijn geen woekeraars. Mensen die een huis verhuren, kunnen geen gratis onderhoud plegen. Mensen die een huis verhuren, doen dit meestal omdat ze geen of te weinig pensioen hebben opgebouwd. Mensen die een huis verhuren, hebben ook kosten. Mensen die een huis verhuren, willen zekerheid na hun pensioen. Voorzitter. Deze huiseigenaren hebben meestal al vennootschaps-, overdrachts- en dividendbelastingen betaald. Ze betalen ook nog successierechten bij overlijden. Sommigen hier vinden dat nog steeds niet genoeg en willen zelfs die weer verhogen. Vervolgens worden ze nu belast voor een inkomen dat ze nooit hebben ontvangen, mogen ze kosten die ze wel moeten betalen, niet aftrekken en hebben ze ook nog te maken met een torenhoge inflatie, die niet kan worden gecompenseerd door regels rond huurtarieven. Ze zitten aan alle kanten klem. Dit is echt het dossier waar ik de allermeeste mails over heb ontvangen, met schrijnende verhalen van mensen die niet weten wat ze moeten doen. Over het algemeen zijn dat mensen die een mkb-onderneming hebben gehad of nog steeds hebben, of die zzp'er zijn geweest of dat nog steeds zijn. Deze groep heeft geen pensioen geregeld via een werkgever, maar heeft daar andere dingen voor moeten verzinnen. Meestal is geadviseerd dat op deze manier te doen. Maar ja, helaas. Voorzitter. Het ontbreken van die kostenaftrek is echt een heikel punt. In het latere voorstel Wet werkelijk rendement, dat vanaf 2028 moet ingaan, is er wel mogelijkheid tot kostenaftrek. Verhuurders van onder andere woningen maken nu eenmaal heel veel kosten, bijvoorbeeld voor schilderwerk en verzekeringen, maar ook voor lokale lasten. De Wet tegenbewijsregeling biedt geen mogelijkheid om de kosten af te trekken van het brutorendement. Het is alsof je een bedrijf vennootschapsbelasting laat betalen over de omzet. Dat is natuurlijk ook krankzinnig. De staatssecretaris schrijft in de nota naar aanleiding van het verslag dat de Wet tegenbewijsregeling enkel voordelig kan uitpakken voor de belastingplichtigen ten opzichte van het forfaitaire stelsel. Er is namelijk de mogelijkheid om tegenbewijs te regelen als het werkelijk rendement lager is dan het forfait. Dat is niet verplicht als het hoger is. Maar het werkelijk rendement wordt niet eens in acht genomen. Die naam is dus al misleidend en niet correct, want de kostenaftrek ontbreekt. Hoe kan de staatssecretaris deze redenering dan volhouden? De Hoge Raad heeft weliswaar geoordeeld dat kostenaftrek niet hoeft te worden toegestaan in het licht van het doel en de strekking van de huidige box 3-heffing, maar we zijn het er allemaal over eens dat er dan nog steeds geen sprake is van werkelijk rendement. Om zaken nog erger te maken, is er gekozen voor een vermogensaanwasbelasting. Elk jaar wordt deze gebruikt om het werkelijk rendement te bepalen, zonder dat er sprake is van realisatie. Er is ook geen sprake van verliesverrekening. De Wet werkelijk rendement beschikt daarentegen wel over kostenaftrek en verliesverrekening. Bovendien ontbreekt in dat voorstel de vermogensaanwassystematiek op onroerende zaken. De uitgangspunten van de toekomstige Wet werkelijk rendement worden nu dus met voeten getreden in dit tussentijdse voorstel van de Wet tegenbewijsregeling. De reden laat zich raden: budgetneutraliteit. Oftewel, we moeten gewoon evenveel geld binnenhalen als we van tevoren hadden bepaald dat we wilden binnenhalen. Het doet blijkbaar niet ter zake of dat reëel is of niet; de Excelsheets zijn gewillig. We halen te weinig geld op als we beleggers de mogelijkheid bieden om kosten af te trekken of vermogenswinsten niet te belasten voor de jaren voor 2028. Nou ja, dat is in ieder geval de gedachte. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe dit überhaupt een legitieme redenering kan zijn als we de burger meer vertrouwen willen geven in ons belastingstelsel en in de politiek in het algemeen. Dingen doen die we op de lange termijn niet willen, maar op de korte termijn doen om op een onrechtvaardige manier geld op te halen, is niet hoe we bouwen aan een beter Nederland. Ondermijnt het niet ook de belastingmoraal als we wetgeving benaderen vanuit een soort taakstellende, gewenste opbrengst in plaats van dat we kijken naar wat een eerlijke belasting zou zijn? Is dit überhaupt budgettair wel nodig nu de gebudgetteerde 11 miljard voor herstel veel te veel lijkt? We hebben daar bij de onderhandelingen over de Voorjaarsnota nog intens over gesproken, kan ik zeggen. De specialisten geven aan dat deze rekening maximaal 2 miljard tot 3 miljard zal bedragen, maar het staat nu eenmaal in de overzichten en dus zal en moet het voor dat doel worden gereserveerd en mag het niet voor andere toepassingen aangemerkt worden. Ik vind dit onbegrijpelijk. We zitten hier beleid te voeren voor de modellen en niet voor de burgers in Nederland. Daarom de oproep aan de staatssecretaris: stop nou eens met beleid maken dat de bevolking dramatisch frustreert en de rechtspraak belast. Belasting dient te worden geheven over inkomen of winst. Belasting is niet een uit de lucht gegrepen bedrag dat je op voorhand dient te voldoen en waar je in een later stadium tegen mag procederen. Dat begint met dit box 3-stelsel wel de realiteit te worden. Dat is absurd. In het kader van de uitvoering heeft de Raad van State vernietigend geoordeeld over het voorstel. De uitvoering vraagt extreem veel capaciteit en de benodigde extra fte's zijn vanwege de arbeidsmarkt niet realistisch, en dan druk ik me zeer voorzichtig uit. Ook benoemt de Raad nog eens dat de uitvoeringstoets van de Belastingdienst vijf rode vlaggen geeft ten aanzien van het wetsvoorstel. De heer Stultiens noemde ze ook al. Dan gaat het over interactie met burgers en bedrijven: rode vlag. Maakbaarheid van systemen: rode vlag. Handhaafbaarheid: rode vlag. Fraudebestendigheid: rode vlag. Complexiteitsgevolgen: rode vlag. Nou ja, bij de formule 1 was de race allang afgelast. Belastingplichtigen zelf, de Belastingdienst, banken, verzekeraars en vermogensbeheerders hebben waarschijnlijk niet alle benodigde informatie die de complexe tegenbewijsregeling vereist. Het doenvermogen van de burger, de mogelijkheid om te anticiperen op deze regeling, is feitelijk niet beschikbaar. Hoe gaat de staatssecretaris, als het voorstel wordt aangenomen, deze uitvoeringsproblemen verminderen? Kan de staatssecretaris garanderen dat deze problemen te tackelen zijn? Hoe zit het met de uitvoerbaarheid van de handhaafbaarheid van het voorstel? Is de Belastingdienst hier voldoende voor toegerust? Voorzitter, tot slot. Ik heb een amendement laten maken om één specifiek probleem aan te pakken. Het is een doekje voor het bloeden, dat zal ik er eerlijk bij zeggen. Maar eigenlijk is het aannemen van dit amendement voor ons de enige reden om akkoord te kunnen gaan met dit wetsvoorstel. Burgers moeten een perspectief hebben. Ze moeten eronderuit kunnen komen als ze op dit moment meer aan de Belastingdienst moeten betalen dan dat er werkelijk rendement is. Ik heb weleens horen zeggen dat men ervan uitgaat dat iedereen met een extra woning ook een ton op de bank heeft staan. Ik kan u verzekeren: dat is niet waar. Dat is een aanname die kant noch wal raakt en die niet onderbouwd is met concrete cijfers. Verhuurders van onder andere woningen in box 3 hebben het vanwege de punten die ik eerder heb genoemd, de afgelopen jaren en de komende jaren erg zwaar. De buitensporige belastingdruk, naast een Wet betaalbare huur, drukt fors op het verdienmodel. Om hier verandering in te brengen, stelt mijn partij door middel van een amendement voor om woningverhuurders vanuit box 3 eenmalig de gelegenheid te bieden om de overstap te maken naar box 2, tegen een overdrachtsbelasting van 2%. Zodoende krijgen zij binnen de vennootschapsbelastingsystematiek de mogelijkheid om kosten af te trekken en verlies te verrekenen. En ja, ze krijgen dan ook extra kosten voor de accountant en dat soort zaken, maar dan hebben de mensen in ieder geval de keus in wat ze willen. Dan hebben mensen met veel oudere huizen, die geen monument zijn maar ook extreem hoge onderhoudskosten hebben, de mogelijkheid om daar iets anders mee te gaan doen. Dit is een noodzakelijke stap als we het aantal huurwoningen in Nederland nog enigszins op peil willen houden en mensen het idee willen geven dat het simpel is om daarin te investeren, ook in nieuwbouw. Ik heb hierover eerder een motie ingediend. Die heeft het toen net niet gehaald. Ik hoop echt dat partijen nog eens goed nadenken over dat ze zelfs een onderzoek, een op een rij zetten van de kosten en mogelijkheden, niet eens willen steunen. Dat wil ik zeker ook in het licht plaatsen van alle betogen hier. En dan snap ik eigenlijk niet wie tegen dit voorstel kan zijn. Ik hoop dus op steun van de collega's. Ik heb nog twee vragen aan de staatssecretaris. Maakt het voor de systemen van de Belastingdienst nog uit of de inbrengfaciliteit uitgaat van 2% overdrachtsbelasting of 0%? Anders maken we er 0% van. Welk percentage is beter uitvoerbaar? En acht de staatssecretaris 1 september uitvoerbaar als ingangsdatum van dit amendement? Zo nee, waarom niet? Welke datum in 2025 zou dan zijn voorkeur hebben, en waarom? Voorzitter, dank u wel.

Versie 9aa0b7a9418e086b5ca78b1cbb119f0d1093433718aa45a690fcdea177cb56a0 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.