Brontekst
Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Kouwenhoven! Nu zeg ik het nog verkeerd, sorry. Maar dan nog: het is altijd mooi om een inkijkje te krijgen in de motivatie van mensen, waar ze vandaan komen en waarom ze doen wat ze doen. Dat helpt toch om ... We staan hier vaak tegenover elkaar, maar we zijn ook gewoon collega's. Dank voor deze openhartigheid.
Voorzitter. Stel dat ik een ondernemer ben met twee pandjes waarvan de huurinkomsten mijn pensioenvoorziening zijn. Ik vraag een nette huur. Ik doe regulier onderhoud om het pand in goede staat te houden: schilderwerk, dubbelglas, een nieuwe cv enzovoort. Natuurlijk betaal ik jaarlijks netjes box 3-belasting en ozb, want dat hoort er gewoon allemaal bij. Ik betaal dat uit de huurinkomsten. Per saldo houd ik in de portemonnee nog een leuk bedrag over voor mijn pensioen, als aanvulling op de AOW. We willen toch dat mensen hun oude dag fatsoenlijk op orde hebben?
Maar dan word ik in een paar jaar tijd geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. De Belastingdienst vindt ineens dat ik veel meer rendement behaal. Ik krijg geen afslag meer in box 3 op de waarde van mijn vastgoed in verhuurde staat. Dat terwijl ik mijn huurders er niet zomaar uit kan zetten. Dat wil ik ook helemaal niet. Maar het heeft wel gevolgen voor de waarde van mijn pand. Gevolg: de belasting stijgt fors en mijn pensioen is inmiddels wel heel krap geworden.
Dan komt het kerstarrest van de Hoge Raad. Dat voelt als een bevestiging van dat het inderdaad niet klopt. Fijn als ik wat geld terug kan krijgen en de panden gewoon kan aanhouden. Ik kan namelijk bewijzen dat ik veel minder op mijn rekening heb overgehouden dan de Belastingdienst beweert. Totdat ik lees hoe mijn werkelijk rendement wordt berekend. Huurinkomsten horen daarbij. Dat is logisch, want het geld staat op mijn rekening. Maar hé, dat is gek: ik mag mijn onderhoudskosten er niet van aftrekken. Nu moet het niet gekker worden: de waarde waarmee mijn pand in de oververhitte woningmarkt is gestegen, wordt ook meegeteld. Maar die heb ik niet in mijn portemonnee. Wie weet hoeveel daar over tien jaar nog van over is, als de markt hopelijk wat is afgekoeld? Ik kom van een koude kermis thuis.
Ik lees de berichten in de krant over dat het nieuwe stelsel met werkelijk rendement, waarin kosten wél aftrekbaar zijn en waardestijging pas na verkoop wordt belast, steeds later wordt ingevoerd. Daarom wordt de belasting volgend jaar nog hoger. De vraag is: heb ik nog vertrouwen dat het beter wordt? Nee. Dat vertrouwen in de overheid is helaas niet zo groot op dit moment. Dan ga ik maar verkopen nu de prijzen nog zo hoog zijn. Ik ga het geld maar op een andere manier investeren. Hopelijk houd ik dan genoeg over, want ik moet nog wel wat jaren vooruit. De Belastingdienst kan van mij een dik bezwaarschrift verwachten.
Voorzitter. Een bijzonder verhaal, zou je denken, maar dit is wel de werkelijkheid van de staatssecretaris op dit moment. Ik vind box 3 dan ook steeds ingewikkelder worden. De wet klopt niet. De herstelwet klopt vervolgens ook niet. Dan gaan we een systeem invoeren waar de uitvoeringstoets — een primeur! — het maximale aantal rode vlaggen aan toekent. Ondertussen gooien we de belasting nog verder omhoog, zonder dat er voor een grote groep belastingplichtigen een eerlijke kans is op tegenbewijs.
Veel adviezen van experts, wetenschappers en de praktijk worden door de staatssecretaris in de wind geslagen. Zorgen uit de Kamer worden niet serieus genomen. In de nota naar aanleiding van het verslag bij deze wet wordt vervolgens selectief aangesloten bij de kritiekpunten van de wetenschap en de praktijk. Het kabinet kiest de verdediging dat het puur de uitvoerder van de Hoge Raad is. Een wet hoeft volgens de staatssecretaris dus verder niet zuiver, rechtvaardig of uitvoerbaar te zijn. Moeten we niet ook kijken naar de maatschappelijke gevolgen? Want, zo schreef een hoogleraar van de Erasmus Universiteit vorige week nog in het FD: het uitponden gaat gewoon door. Op dit tempo begint het echt zorgelijk te worden.
Voorzitter. Het kabinet zet de Kamer met de rug tegen de muur. Elke optie om de wet beter te maken, heeft volgens het kabinet grote budgettaire gevolgen, die het ook niet gaat oplossen, leidt direct tot verder uitstel van de Wet werkelijk rendement of betekent een korting op het Herstel- en Veerkrachtplan. Dat wil in principe niemand. Het voelt dus toch wel een beetje als tekenen bij het kruisje. Dat terwijl we echt grote moeite hebben met de voorgestelde maatregelen om het forfait op overige bezittingen met nog 1,78% te verhogen. Dat is natuurlijk een ordinaire budgettaire beslissing. De staatssecretaris probeert het met wat ivorentorenlogica weg te poetsen: de Hoge Raad had toch gezegd dat huurinkomsten bij werkelijk rendement horen? Mooi, dan bouwen we huurinkomsten voortaan ook in het forfait in. Probleem opgelost! De staatssecretaris grijpt dus nogmaals die kromme redenering, dat huurinkomsten belastbaar zijn, maar gemaakte kosten niet aftrekbaar, aan als rechtvaardiging om ineens ook huurinkomsten mee te nemen in het forfait. Hoe onbetrouwbaar wil je als overheid zijn? Het is ook nogal kortzichtig. Een hoger forfait geeft namelijk meer aanleiding om van een tegenbewijsregeling gebruik te maken. De gevolgen daarvan zijn nog niet eens meegenomen in de uitvoeringstoets, die al desastreus was.
Wat ook opvalt aan de verschillende alternatieven die de staatssecretaris in kaart heeft gebracht, is dat daarbij steeds het zaadje van angst wordt geplant dat die tot meer juridische procedures zouden kunnen leiden. Maar dat is ook hier weer selectief, want de nu voorgestelde Wet tegenbewijsregeling box 3 gaat, in deze vorm, massaal tot procedures leiden — die zijn al aangekondigd — terwijl de uitvoeringstoets met een licht scenario rekening houdt. Ook de waarschuwing van voormalig advocaat-generaal Niessen — dat is niet de eerste de beste — om de massaalbezwaarplusprocedure af te wachten, wordt weggewuifd. Maakt de staatssecretaris zich dan echt geen zorgen?
Voorzitter. In een schriftelijke beantwoording zegt de staatssecretaris expliciet dat de invoering van het nieuwe stelsel per 1 januari 2028 uitvoerig is berekend en, naar huidige omstandigheden, haalbaar is. Maar hij schrijft ook dat er in de uitvoeringstoets geen uitkomsten van massaalbezwaarprocedures of andere arresten, of scenario's met hoge aantallen verzoek- en bezwaarschriften, zijn meegewogen. Als risico's zich dan wel manifesteren — wij denken dat dat aan de orde zal zijn — betekent dit dan dat het nieuwe stelsel nog verder naar achteren schuift? Kan de staatssecretaris een aanvullende inschatting maken als het gaat om dit scenario? Wij houden echt ons hart vast.
Voorzitter. Wat kan er nog wel? Wat ons betreft vier dingen. Ten eerste: aangezien Kamer en staatssecretaris in een andere werkelijkheid lijken te leven, zouden wij de staatssecretaris willen verzoeken een halfjaarlijkse rapportage naar de Kamer te sturen waarin hij rapporteert over een aantal ontwikkelingen. VVD en NSC stelden al een soortgelijke vraag. Hoe ontwikkelt de verdere uitponding van huurwoningen door box 3-beleggers zich? Wat betekent dit voor huurders? Hoe vaak wordt tegenbewijs ingediend en hoeveel wijkt dat af van wat er verwacht was? Hoe vaak wordt bezwaar gemaakt en hoeveel wijkt dit af van wat verwacht was? Welke werkelijke kosten worden er gemaakt ten opzichte van de geraamde kosten? Hoe gaat het met de uitvoerbaarheid van het voorstel? Worden termijnen gehaald en is er voldoende personeel? Wij verwachten te weinig mensen in de uitvoering, geen derving van 12 miljard, omdat de meeste mensen niet aan tegenbewijs gaan doen, en een stroom aan bezwaren.
Ten tweede. Zoals gezegd vinden wij dat het verhogen van het forfait gebaseerd is op een kromme redenering en dat het niet past bij het forfaitaire stelsel zoals dat altijd gehanteerd is. Ons voorstel zou dus zijn dat niet te doen. Dat lijkt ons ook prima mogelijk als uit de monitoring inderdaad blijkt dat de Wet tegenbewijsregeling veel minder kost dan verwacht. Zou het dan niet rechtvaardig zijn het forfait de komende twee jaar niet verder te verhogen?
Ten derde. Het vorige kabinet heeft aangegeven dat het de ontwikkelingen op de woningmarkt in het oog zal blijven houden en als dat nodig blijkt nader onderzoek zal doen of en in hoeverre de regeling leegwaarderatio nog actueel is. Onder het Herstel- en Veerkrachtplan mag de leegwaarderatio in ieder geval niet voor 2027 worden aangepast — de collega van de ChristenUnie wees daar ook al op — maar daarna lijkt het wel te kunnen. Kan de staatssecretaris het onderzoek naar de leegwaarderatio opstarten, zodat het meegenomen kan worden bij het Belastingplan 2027?
Voorzitter, ten vierde. Hier hebben we nu al een paar keer naar gevraagd, maar we krijgen er nooit antwoord op: waarom kijken we niet of we het nieuwe box 3-stelsel al eerder in kunnen voeren, als we in eerste instantie tijdelijk de vooringevulde aangifte loslaten? Want complex en arbeidsintensief wordt het toch wel. De staatssecretaris weigert pertinent antwoord te geven op deze vraag. Ik word er oprecht moedeloos van. Hoe kunnen we wel antwoord krijgen? Moeten we eerst een motie indienen? Twee fracties stellen een hele heldere en gedetailleerde feitelijke vraag hierover en de reactie is in de verste verte geen antwoord op de vraag, nog niet eens het begin van een antwoord. Of hebben we daarmee al ons antwoord, namelijk dat het dus sneller kan, maar dat het ministerie het niet wil? Graag alsnog een antwoord van de staatssecretaris. Want als dat bijvoorbeeld al wel kan per '27, maar volgens ICT de vooringevulde aangifte een probleem is, dan vinden wij dat we dat ook eerlijk moeten kunnen overwegen. Dat bespaart ook nog eens bijna 2 miljard in 2027 en alle 1.800 fte's kunnen daarvoor worden ingezet. Het is ook niet iets heel nieuws. Mkb-ondernemers vragen we ook hun hele aangifte zelf in te vullen, die de Belastingdienst vervolgens op basis van een steekproef controleert. En maakt het vanuit de belastingplichtige gezien veel verschil of we om het invullen van een tegenbewijsregeling vragen of om het invullen van een aangifte?
Voorzitter, tot slot. In het debat heeft het mij echt verbaasd hoe de minister van Wonen en de staatssecretaris Fiscaliteit weigeren hun verantwoordelijkheid te nemen. Er is nul komma nul erkenning of ownership van de maatschappelijke gevolgen van de stapeling van fiscale en niet-fiscale maatregelen voor de huurmarkt. Sterker nog, het kabinet was voornemens het probleem van te weinig betaalbare huurwoningen op te lossen door de investeringscapaciteit bij woningcorporaties en particuliere beleggers lam te leggen. Wie het nog snapt, mag het zeggen. Het kabinet legt daarmee zonder schaamte de rekening neer bij de verhuurder en de huurder. Het kabinet bepaalt en de samenleving betaalt.
Dank je wel, voorzitter.
Versie 9aa0b7a9418e086b5ca78b1cbb119f0d1093433718aa45a690fcdea177cb56a0 · Officiële bron.