statement · 7 sep 2026 · Tweede Kamer
Wetsvoorstel Wet proactieve dienstverlening SZW
Brontekst
Minister Aartsen: Dank, voorzitter. Ik zal kort even algemeen wat zeggen over de wet. Daarna wat over de reikwijdte en de doelstellingen van de wet en alles wat daarbij hoort; in dat blok zit dus ook de vereenvoudigingsambitie van dit kabinet, alsmede het automatisch toekennen. Daarna ga ik iets zeggen over de discretionaire bevoegdheid. Het derde kopje is privacy. Daarna financiële situaties en tot slot uitvoering, en dan heb ik nog een mapje varia. Ik heb nog een paar subkopjes gemaakt, maar dat gaat u mij wel toestaan, voorzitter. Dank. Laat ik gelijk beginnen met kort mijn dank uit te spreken dat we hier vandaag over dit wetsvoorstel kunnen spreken. De heer Ceder plaatste een heel mooie tweet vandaag, zag ik: het is eindelijk zover, wat fijn dat we weer een hele dag over wetgeving kunnen spreken. Ik dank hem voor die tweet, want die dank is wederzijds vanuit het kabinet. Er liggen veel wetsvoorstellen; het kabinet heeft een grote ambitie en wil ook graag samenwerken met de Kamer om de wetgeving veel te bespreken en te kijken of we stappen verder kunnen zetten op de initiatieven die er liggen. Aan de ene kant ga ik vandaag proberen om de ambitie die de Kamer heeft — mevrouw Biekman sprak al over een soort Utopia, een wereld zonder formulieren waarin alles automatisch gaat — te omarmen. Aan de andere kant is helaas mijn lot als minister soms om ook de realiteit en de dagdagelijkse uitvoering een beetje te bewaken. Dat is een beetje tegennatuurlijk, want ik hou wel van die ambitie en ook van de ambitie om iets te gaan doen; daarom zit ik ook op deze stoel. Dat is dus een beetje tegenstrijdig, maar ik ga het vandaag toch proberen. We spreken denk ik over een belangrijk wetsvoorstel. Ik hoorde al een aantal doelen voorbijkomen in het debat. Enerzijds is er natuurlijk het doel om mensen te helpen die gewoon recht hebben op een bepaalde regeling die we met een bepaald doel en voor een bepaalde doelgroep hebben gemaakt. Het is natuurlijk erg zonde als mensen wel in een probleemsituatie zitten, maar geen gebruik kunnen maken van de oplossing die we daarvoor hebben bedacht. Ik zeg er ook bij dat het niet zo is — dat werd een beetje de karikatuur — dat de overheid nu gaat bellen om te vragen: hallo, wilt u een bijstandsuitkering? Nee, het doel van de overheid is natuurlijk tweeledig. We proberen aan de ene kant inkomensondersteuning te bieden, maar aan de andere kant — de heer De Beer zei dat wel mooi — willen we mensen natuurlijk ook gewoon helpen. We willen vragen: "Waarmee kunnen we u helpen? U zit nu in een situatie waarin u niet zelf in uw inkomen kunt voorzien; kunnen we u aan het werk helpen? Kunnen we u helpen met een opleiding? Kunnen we u helpen met begeleiding naar werk of met andere vormen van hulp?" Denk aan schuldhulpverlening, waar we nog over komen te spreken en wat ook nadrukkelijk onderdeel is van dit wetsvoorstel. Het is dus ook een brede filosofie; het is niet de bedoeling om mensen niet alleen maar op te bellen en te zeggen: hallo, hier heeft u een uitkering. Het is ook echt de bedoeling om mensen te helpen en te ondersteunen en te begeleiden naar werk. Dat doen we met de SUWI-partners, de SVB, het UWV en de gemeenten. Er was net ook al een discussie over de vraag om welke partijen het dan nog meer gaat. Het is denk ik juist ook verstandig om in de omgeving te kijken welke partij een belangrijke rol speelt. Een mooi voorbeeld vind ik de samenwerking die we hiermee mogelijk gaan maken, in het besluit zo meteen, om bijvoorbeeld met curatoren van bedrijven te kunnen spreken. Als een bedrijf failliet gaat, hebben werknemers recht op faillissements-WW. Ik weet niet of u daar eerder van had gehoord, maar ik wist vóór mijn ambtsperiode als minister nog niet zo goed wat faillissements-WW is, en ik denk dat dat voor heel veel mensen geldt. Het is dus een heel mooie samenwerking dat, als een curator het faillissement uitspreekt van een bedrijf waar mensen werken met een gezin, met een hypotheek of met een huur die moet worden betaald, vervolgens de melding van dat faillissement in combinatie met de namen van die medewerkers ook gemeld kan worden aan het UWV en dat het UWV vervolgens ook proactief de medewerkers van dat bedrijf kan berichten dat ze in aanmerking komen voor faillissements-WW. Dat is goed omdat we daarmee zorgen dat er geen inkomensterugval is voor die gezinnen. Dat is ook goed omdat WW natuurlijk meer is dan alleen geld. WW is ook hulp bij het vinden van een nieuwe baan en is ook ondersteuning bij het starten met een nieuwe opleiding of misschien naar een andere sector. We helpen die mensen ook daadwerkelijk. Ik denk daarom dus ook dat de tegenstelling tussen niet-gebruik en uitkering aan de ene kant, en ondersteuning en hulp aan de andere kant er niet is. Ik denk juist dat het heel mooi is dat we met dit wetsvoorstel voor een goede, proactieve dienstverlening zorgen. Voorzitter. Ook bij de reikwijdte gaat het daar uiteindelijk om. Het is niet zo dat we de aanvraagprocedure veranderen in dit wetsvoorstel. Ook als mensen zich zonder dienstverlening melden, hebben ze evenveel kans om wel of niet een uitkering te ontvangen. Het is ook niet zo dat we het makkelijker of minder makkelijk maken ten aanzien van handhaving. Het gaat echt puur en alleen over de dienstverlening die de overheid kan en mag plegen naar mensen die het mogelijk nodig hebben. Er zijn dus geen nieuwe mogelijkheden voor de automatische uitkering. Ik zal daarover zo wel wat zeggen, omdat we daarmee natuurlijk wel een stip op de horizon zetten. In de praktijk is dat op dit moment inderdaad ingewikkeld, maar we helpen wel op plekken waar automatische uitkering wel zou mogen, bijvoorbeeld op lokaal niveau bij het kwijtschelden van belastingen. Voorzitter. Ik zal wat verder ingaan op het punt van de reikwijdte. Er zijn mij wat vragen gesteld over wat we nou verwachten van dit wetsvoorstel, wat dit nou in de praktijk gaat betekenen, of we hier niet ook andere partijen bij moeten betrekken en of we bij dit besluit niet bepaalde vormen erin of eruit moeten laten. We hebben nu echt gekozen voor een eerste stap, voor een wat eenvoudige invulling. Er is ook een debat geweest over de vraag of je hierbij nou niet ook de Belastingdienst moet betrekken. Hoort die niet ook bij dit wetsvoorstel? De reden waarom — hierover is misschien wat opgeschreven in allerlei media — is vrij simpel: er zijn hier gewoon goede afwegingen gemaakt door ambtelijk Fin en ambtelijk SZW. Aan de ene kant wil je proactieve dienstverlening, maar aan de andere kant heb je ook, terecht, fiscale geheimhouding. Dat is een groot goed. We leven niet in een land als Amerika, waarin iedere politicus zijn belastingaangifte openbaar moet maken. Als jij je belastingaangifte doet, dan is dat gewoon jouw eigen levenssfeer, je eigen privédomein en dan hoeft die niet zomaar aan een ander te worden gegeven. Het is best ingewikkeld om dat te organiseren, want je moet daarbij wel heel strikt kijken naar wat je wel of niet mag delen als je de Belastingdienst eraan koppelt. Dat is de reden waarom het kabinet nu eerst en vooral de focus heeft gelegd op de onderdelen die tot het domein van SZW behoren. Dat zijn de SUWI-partners: de SVB, het UWV en de gemeenten. Dan zouden we op een later moment over kunnen gaan tot het uitbreiden daarvan. Er is een amendement ingediend ten aanzien van de grondslagbepaling in dit wetsvoorstel. Dat kan ik oordeel Kamer geven. Ik zal de appreciatie zo even gestructureerd aan het einde doen, voorzitter. Dan kan iedereen de administratie netjes bijhouden. Maar ik kan u wel verklappen dat we dat amendement van de heer Ceder oordeel Kamer kunnen geven. Dat amendement levert namelijk een grondslag voor uitbreiding naar de Belastingdienst in het wetsvoorstel. Ik zal over de andere onderdelen straks ook wat zeggen, maar we moeten dat nog wel uitwerken in het besluit. Daarin zit wel de ingewikkeldheid. Dat gaan we dus doen, maar ik zeg u wel dat we daar wat tijd voor nodig hebben. Dat komt doordat je dan wel weer op dat specifieke punt aanbelandt van hoe het delen van bepaalde gegevens naar bepaalde partijen zich verhoudt tot de fiscale geheimhouding. Ik zag dat media-artikel waarin er allemaal kwade intenties achter werden gezocht. Zo erg is het niet. Het is ook gewoon praktisch. De ene kant bestaat uit een belangrijk principe en de andere kant ook. Hoe zorg je er nou voor dat je dat op een goede manier vorm weet te geven binnen het gevoelige domein van gegevensdeling? Je moet namelijk doelbinding hebben, je moet het waarborgen en er is een minimalisatieverplichting. Maar dat geldt eigenlijk voor alle ambities die uw Kamer heeft aangedragen. Dit wetsvoorstel is echt een eerste stap. We hopen het besluit dan ook op korte termijn gewoon in werking te laten treden. Dan kunnen we daar alvast mee beginnen. Dat is ook belangrijk, omdat allerlei partners er gewoon ervaring mee op kunnen doen over hoe dit dan gaat. Hoe reageren burgers op een brief die zij van hun gemeente, van het UWV of van het SVB ontvangen? Als we dat weten, is er vervolgens ook de "groeiwet", zoals de heer Bolhuis hem noemde. Dan kunnen we ook de volgende stap zetten. In het wetsvoorstel regelen we dus de grondslag en het besluit doen we op een andere plek. De heer Ceulemans vroeg mij hoe we zijn meegenomen in de maatschappelijke baten. We proberen als kabinet altijd zo veel mogelijk maatschappelijke baten in beeld te brengen, omdat we natuurlijk ook gewoon zien dat op het moment dat iemand financiële problemen heeft de stap naar werk, naar meedoen of naar een opleiding groot is. We zien dat als jij bezig bent met het aflossen van schulden en je je brieven niet meer opent, de kans dat je in één keer aan het werk gaat, klein is. Je probeert een tweesporenbeleid te volgen, dus dat je er aan de ene kant voor zorgt dat je de problemen van mensen oplost en aan de andere kant dat er wel gerichtheid op werk blijft en niet op een uitkering. Dat blijft altijd het doel van beleid. Maar in de memorie van toelichting zetten we wel zo breed mogelijk de maatschappelijke baten uiteen om dat inzichtelijk te maken. Daar ging ook de vraag van de heer Bolhuis over: waarom kost dit wetsvoorstel geld en levert het geen geld op, want ik zie al die maatschappelijke baten? Met de maatschappelijke baten kunnen we natuurlijk niet gewoon de daadwerkelijke rekeningen betalen; zo werkt het natuurlijk ook weer niet. Daarom zeggen we aan de ene kant dat er, ja, sprake is van maatschappelijke baten en proberen we die inzichtelijk te maken, maar aan de andere kant moeten we ons gewoon netjes aan de spelregels van de begroting houden. Het is niet zo dat omdat er maatschappelijke baten zijn voorzien, we die kunnen gebruiken om dit wetsvoorstel te betalen. Dat moeten we echt gewoon netjes met echt belastinggeld doen. De heer Ceulemans vroeg mij: leidt dit wetsvoorstel nou tot meer ondersteuning voor mensen met een taalachterstand? Er wordt in principe niks geregeld in dit wetsvoorstel ten aanzien van de taaleis of de communicatie. We zien natuurlijk wel dat we hiermee mensen helpen die moeilijker de weg naar de overheid weten te vinden. Ik ben ook minister van Integratie. Ik zeg dan: het uitgangspunt is wel dat de Nederlandse overheid in het Nederlands communiceert, en daar waar nodig soms in het Engels. Dat is wel het uitgangspunt van het beleid dat ik als minister daarop voer.
Versie 1f033b3ea23b92416cd774272decd648fe455343caa6ffeacf82d1153ac84cc3 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.