KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 23 apr 2025 · Tweede Kamer

Box 3 (CD d.d. 19/03)

Brontekst

Staatssecretaris Van Oostenbruggen: Het is complexe materie en het gebeurt in dit debat wel vaker dat er dingen herhaald worden, niet alleen van de zijde van de regering. Dan ga ik door naar de motie op stuk nr. 244, van de heer Vermeer. Hij spreekt over de heer Kavelaars, die tijdens de technische briefing heeft gezegd dat alleen 2022 een laag rendement heeft en er voor de andere jaren waarschijnlijk geen tegenbewijs is. De motie stelt dat er mogelijk minder geld nodig is voor rechtsherstel en vraagt welk bedrag uit de gereserveerde 11 miljard nodig is om het forfait op 5,88% te stellen in de jaren '26 en '27. De derving voor het verleden is al ingeboekt en gecertificeerd. De budgettaire gevolgen van de Wet tegenbewijsregeling box 3 zijn inmiddels ook gecertificeerd en komen dus deze week naar uw Kamer. Het is goed om te noemen dat alles tot 2024 per definitie in het saldo loopt en dus niet gedekt is. Wij laten het geld over het verleden dus sowieso in het saldo lopen. In die zin is dat dus ook geen dekkingsbron voor latere jaren. Een tweede punt dat ik daarbij nog graag even wil benoemen, is dat '22 weliswaar een lager rendement heeft, maar voor zowel positieve als negatieve jaren geldt dat in het verleden behaalde winsten of verliezen geen garantie bieden voor de toekomst. Op basis daarvan kan ik niet anders dan mij houden aan de ramingen. Om die reden moet ik de motie ontraden. Ik vervolg met de motie op stuk nr. 245, ook van de heer Vermeer. Het kabinet wordt verzocht om te onderzoeken wat de budgettaire aspecten en de uitvoeringsaspecten zijn van een eenmalige overgangsfaciliteit voor vastgoedbeleggers, waarmee hun bezit van box 3 naar box 2 kan worden overdragen tegen een overdrachtsbelasting van 2%. En de motie verzoekt de Kamer hierover voor het zomerreces te informeren. Deze motie moet ik helaas ontraden. De faciliteit waar de BBB om vraagt, zet aan tot boxhoppen, waarmee belastingontwijking zou worden gefaciliteerd. Dit is in mijn ogen ongewenst fiscaal beleid. De introductie van deze faciliteit binnen de overdrachtsbelasting vergt bovendien een structuurwijziging, waardoor de maatregel pas effect heeft in 2027, terwijl in 2028 het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement ingaat. Tot slot is een eerste inschatting dat hier sprake kan zijn van staatssteun. Dat komt doordat er aan een specifieke groep bedrijven of beleggers een voordeel wordt gegeven. Dat is dus iets wat wij moeten ontraden. Dan ben ik bij de motie op stuk nr. 246. Dat is de motie van mevrouw Van Dijk. Ik geef een korte omschrijving van de motie. Er zijn veel argumenten tegen de vermogenswinstbelasting, maar ook de mogelijkheden en voordelen moeten worden afgewogen voordat we een keuze maken. De motie roept om te leren van het buitenland, omdat vermogenswinstbelasting daar de standaard is en vraagt hoeveel sneller de vermogenswinstbelasting kan worden ingevoerd bij het loslaten van de voorlopig ingevulde aangifte. Hoe zit het met budgettaire werving en relevante onderzoeken, en kan dit meegestuurd worden bij het indienen van de wet, vraagt deze motie verder nog. Deze motie ontraad ik. De afgelopen jaren zijn in vele Kamerbrieven en debatten de voor- en nadelen van verschillende opties voor de vormgeving van een stelsel op basis van werkelijk rendement uiteengezet, door mij en door mijn voorganger, Marnix van Rij. Alle denkbare opties hebben naast voordelen ook nadelen. Dit is ook wat ik bij de motie op stuk nr. 240, van de PVV, zei. Ik denk dat we de afweging gemaakt hebben. We moeten uiteindelijk het gesprek met elkaar aan over de Wet werkelijk rendement box 3 bij de indiening daarvan. De motie op stuk nr. 247 is van de heren Grinwis en Stoffer en van mevrouw Van Dijk. De motie verzoekt de regering onafhankelijk te onderzoeken op welke wijze de leegwaarderatio tijdelijk geactualiseerd kan worden en de resultaten hiervan met de Kamer te delen. De leegwaarderatio betreft een objectieve waardebepaling en is geen beleidsmatige knop waaraan kan worden gedraaid. Onderzoek is niet vrijblijvend. Bij een nieuw onderzoek zullen we de uitkomsten moeten volgen. Dit kan twee kanten op gaan. Optie één is dat de leegwaarderatio daalt. Dit zou een groot risico opleveren voor de korting op het Herstel- en Veerkrachtplan vanwege het feit dat dit een reeds afgerond mijlpaal is. Tussentijdse aanpassing van de afspraken die in het HVP zijn gemaakt over de leegwaarderatio, leiden naar grote waarschijnlijkheid tot een korting van maximaal 600 miljoen euro. Optie twee is dat de leegwaarderatio toeneemt. Dan nemen de lasten voor verhuurders ook toe. Op mijn verzoek heeft de Belastingdienst recentelijk verkend of het actualiseren van de tabel met leegwaarderatiopercentages zinvol is. Deze verkenning is gebaseerd op iets meer dan 12.000 transacties in het jaar 2024. Uit deze verkenning volgt dat optie twee, de verhoging van de leegwaarderatio, meer waarschijnlijk is dan een verlaging. Het waardedrukkend effect van de verhuurde staat lijkt namelijk licht te zijn afgenomen, wat zou leiden tot een hogere leegwaarderatio.

Versie 9d3877f13b4cfd4d1dac76dcb709f52627bf93213d0fd469a02e76c957e0f49b · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.