Mbo
Mbo
statement · 1 okt 2025 · Tweede Kamer
De heer Uppelschoten (PVV): Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Op het gevaar af dat er wordt gezegd "daar komt weer een liefdesverklaring voor het mbo", wil ik toch een aantal dingen over het mbo zeggen. Voor de PVV is het mbo ontzettend belangrijk. Een beetje in antwoord op de vraag van de heer Paternotte: bij alle bezuinigingen op het onderwijs is het mbo erg ontzien. De bezuinigingen hebben vooral plaatsgevonden bij de universiteiten en het hbo. Dat is al een antwoord dat laat zien dat wij, en ook de BBB, het mbo erg belangrijk vinden. Het mbo is voor ons het fundament van Nederland. Zonder mbo-studenten staat de zorg stil, worden er geen huizen gebouwd, loopt de techniek vast en ontbreekt de veiligheid op straat. Het zijn de vakmensen die dit land dragen. Tegelijkertijd zien we een groeiend tekort aan deze vakmensen, terwijl er juist een overvloed is aan functies die vooral bezig zijn met papier en vergaderen in plaats van te werken aan echte oplossingen. De PVV zegt helder: Nederland moet structureel en krachtig kiezen voor het mbo. Geen tijdelijke lapmiddelen. Geen vrijblijvende regioplannen, maar duidelijke, nationale keuzes. Elke regio moet binnen een redelijke reistijd toegang hebben tot kleinschalige en sterke opleidingen. Wat zien we nu? In krimpregio's verdwijnen opleidingen. Het antwoord van het kabinet is: nog meer plannen, nog meer overleg, nog meer papieren constructies. Maar voor een student die dagelijks uren onderweg is, verandert er weinig. Daarom vraag ik de staatssecretaris wanneer hij vastlegt dat er in elke regio een minimum aan opleidingen beschikbaar moet zijn, vooral mbo-opleidingen die gebonden zijn aan de regio, zodat jongeren daadwerkelijk kunnen kiezen voor een vakopleiding. Voorzitter. Er moeten duidelijke afspraken komen met werkgevers. Bedrijven die draaien op goedopgeleide vakmensen moeten laten zien dat ze zelf bijdragen aan leerplekken en ook willen betalen voor stageplaatsen, praktijkvoorzieningen en begeleiding op de stageplaatsen. Welke concrete instrumenten ziet de staatssecretaris om werkgevers hun verantwoordelijkheid te laten nemen, vooral in sectoren waar nijpende tekorten zijn? Voorzitter. De PVV stelt dat geld veel slimmer moet worden ingezet. Er vloeien jaarlijks miljarden naar flauwekulstudies in het onderwijs, opleidingen die nauwelijks waarde toevoegen en instellingen die meer bezig zijn met een eigen ideologische schijnwereld dan met de toekomst van dit land. Dat is een grote verspilling. Dat geld moet gaan naar opleidingen waar echte maatschappelijke waarde wordt toegevoegd. De PVV verwacht veel van het pact "opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst", dat met de werkgevers wordt afgesloten. Daarin moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over welke opleidingen we belangrijk vinden, waar we op gaan inzetten, en welke opleidingen minder belangrijk zijn. Dan iets over het mbo zelf. Ik heb zelf lang in het mbo gewerkt. Het wordt hoog tijd dat het mbo niet meer gezien wordt als niet-avo-onderwijs dat daardoor van mindere kwaliteit is. Volgens de PVV moet na de basisschool gekozen worden uit de stroom avo-onderwijs, havo en vwo, de stroom beroepsonderwijs, vmbo, en de stroom praktijkonderwijs, de praktijkscholen. Vindt de minister ook dat uitstel van de keuze na de basisschool leidt tot geen passend onderwijs voor een grote groep leerlingen, namelijk de leerlingen die minder cognitief bezig willen zijn? De beroepskolom is een volwaardige kolom, met als top het hbo als leverancier van theoretisch hoogwaardige beroepsmensen en het mbo als leverancier van alle praktische beroepsmensen die nodig zijn in Nederland. Het vmbo is de voorbereiding om naar het mbo te gaan en niet een verkapte havo-opleiding. Is de minister dat met de PVV eens? Naar het vmbo, en later naar het mbo, gaan juist de leerlingen die leren door te doen, die een houding aangeleerd krijgen om te durven doen en om niet bang te zijn om fouten te maken. Dat is een hele andere manier van kijken naar de kwaliteit van het onderwijs. Er wordt in het mbo niet gefocust op cognitieve vaardigheden, maar op praktische intelligentie. Dit vergt ook in het mbo een trotse houding. Het onderwijs en de studenten zijn niet minder, maar anders. Er is juist grote behoefte aan praktische intelligentie en aan mensen die praktische problemen kunnen oplossen door te kijken naar wat een probleem is en naar wat er fout is gegaan, zodat het de volgende keer beter kan. Dan de basisvaardigheden. Taal en rekenen zijn geen bijzaak, maar een fundament. Een diploma moet altijd garant staan voor kwaliteit en vakbekwaamheid. Kan de staatssecretaris hier bevestigen dat de eisen voor taal en rekenen overeind blijven, zodat een mbo-diploma altijd staat voor inzetbaarheid en trots vakmanschap? Tot slot. Wij vinden het mbo heel belangrijk en we hopen dat ook in de nieuwe periode duidelijk te maken. We willen structurele keuzes voor het mbo, met sterke opleidingen in elke regio, geen papieren overlegcultuur, maar een focus op opleidingen die het land vooruithelpen, in de sectoren die Nederland draaiende houden, zoals de techniek, de zorg, de bouw, veiligheid en onderwijs. Werkgevers moeten niet alleen profiteren, maar ook opleiden en begeleiden. De diploma's moeten staan voor kennis, vaardigheden en vooral trots vakmanschap en trotse mensen die gewerkt hebben en opgeleid zijn in het mbo. Dank u.
Versie 185dee6810496141b7df6adfd6f9ea3b6926afd5d73d963dd7fef53b00681eea · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Mbo
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.