KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 23 jun 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau 36917

Brontekst

Mevrouw Nanninga (JA21): Dank, voorzitter. Ik kan me grotendeels ook vinden in het betoog van de heer Bosma, afgezien van het gebruik van het woord "stropdas". Ik heb echt liever dat mensen dat gewoon een "das" noemen, zoals het de Kamer betaamd. Trouwens, over die anekdote over die lokale Omroep ZWART in Amsterdam: het klopt inderdaad wat de heer Bosma zegt. Dat was een interessant verhaal. Dat is een heel activistisch, extreemlinks verhaal. Die moesten en zouden die concessie krijgen. Het scheelde ook maar heel weinig stemmen, totdat ik bij dat verhoor in de gemeenteraad de vraag stelde aan die mevrouw: wat is dan uw voordeel tegenover AT5, die al bestaat? Toen zei ze: "Ja, AT5 is veel te wit" — zoals die mensen dat dan noemen — "en heeft geen toegang tot bepaalde wijken." Toen zei ik: "Bedoelt mevrouw nou echt te zeggen dat blanke verslaggevers in Amsterdam no-goarea's kennen?" Toen zei ze: ja. Toen was het pleit beslecht en kon zelfs de extreemlinkse Amsterdamse gemeenteraad niet meer instemmen met dat gekke plan. Maar het scheelde maar een haar. JA21 kijkt naar dit wetsvoorstel, want daar gaat het vandaag over, vanuit een bredere visie op de verhouding tussen markt, Staat en gemeenschap. In een vrije samenleving komen informatievoorziening en maatschappelijke verbinding in de eerste plaats uit mensen zelf, uit ondernemers, redacties, verenigingen, vrijwilligers, lokale gemeenschappen en commerciële media. De Staat heeft in de eerste plaats een faciliterende rol en pas in de tweede plaats een aanvullende rol. Staatsoptreden of staatscontrole vraagt altijd een duidelijke rechtvaardiging. Waar markt en gemeenschap een publieke behoefte onvoldoende kunnen dragen, kan de overheid gericht bijspringen, beperkt, sober en met een scherpe taakafbakening. Voorzitter. Dat is ook onze benadering van de publieke omroep. Die moet zich richten op functies die door commercieel of maatschappelijk initiatief onvoldoende worden opgepakt. Op landelijk niveau is dat niet snel nodig, wat ons betreft. Daar bestaat een grote commerciële markt, met veel aanbieders, veel bereik en veel alternatieven. De NPO kan wat JA21 betreft dan ook nagenoeg verdwijnen. Op lokaal niveau ligt dat wat genuanceerder. Daar zijn gebieden waar de lokale journalistiek kwetsbaar is, waar gemeenteraadsverslaglegging verdwijnt, waar commerciële media onder druk staan vanwege een te kleine markt en waar vrijwilligersorganisaties alleen het niet kunnen dragen. Daar kan wat JA21 betreft een publieke rol best verdedigbaar zijn. Voorzitter. Vanuit die gedachte beoordelen wij deze Wijziging van de Mediawet. JA21 erkent het belang van lokale journalistiek. Inwoners moeten weten wat er speelt in hun gemeente, in hun wijk, in hun dorp. Gemeenteraden, colleges, woningbouwcorporaties, veiligheidsregio's en lokale instellingen verdienen journalistieke controle. Een lokale publieke omroep kan daarin een rol spelen zolang de publieke taak scherp blijft en de organisatie dienstbaar blijft aan de journalistiek. Dit wetsvoorstel brengt een grote stelselwijziging. De bestaande lokale omroepen worden omgeschaald naar maximaal 80 verzorgingsgebieden. De financiering verschuift naar het Rijk. De NLPO krijgt een wettelijke positie als samenwerkings- en coördinatieorgaan. Gemeenteraden krijgen een formele adviesrol bij de aanwijzing. En het Commissariaat voor de Media beslist uiteindelijk. Voorzitter. Wij zien daarbij wel een aantal risico's. De opschaling zorgt niet vanzelf voor lokale binding. De praktijk laat nu al zien dat nieuwe verzorgingsgebieden tot spanningen kunnen leiden. In Maastricht-Heuvelland is bijvoorbeeld een discussie ontstaan tussen verschillende lokale partijen over de toekomstige streekomroep. Die aanwijzingsprocedures kunnen dus lokaal heel gevoelig worden. Daarom vraag ik de minister hoe zij voorkomt dat de aanwijzingsprocedure leidt tot lokale politieke druk, strategische blokvorming tussen gemeenten of langdurige ruzies tussen bestaande omroepen. Gemeenteraden adviseren straks over lokale verankering, vrijwilligers, partners en het Programmabeleid bepalend orgaan. In het geval van meerdere gemeenten worden die adviezen gewogen aan de hand van het aantal raadsleden. Hoe blijft de journalistieke onafhankelijkheid overeind wanneer de omroep later verslag moet doen over dezelfde lokale politiek die eerder over haar aanvraag heeft geadviseerd? Het Commissariaat voor de Media, dat uiteindelijk moet beslissen, heeft — de heer Bosma noemde het al — een radicale extreemlinkse activist aan het roer. Hoe denkt de minister dat dit tot een eerlijk en ongekleurd proces kan leiden, zonder de in onze staatsmedia toch al alomtegenwoordige ideologische vooringenomenheid? Voorzitter. Dan de financiering. Voor JA21 is de verhoging van 31 miljoen de absolute bovengrens; daar mag niet nog meer geld bij. Als er tekorten ontstaan, moeten oplossingen eerst worden gezocht in samenwerking: gedeelde techniek, gezamenlijke huisvesting, een gezamenlijke backoffice, samenwerking met regionale en commerciële media, en het schrappen van overhead. Elke euro die in bestuurslagen en overlegstructuren verdwijnt, komt niet terecht bij lokale journalistiek. Daarom zijn wij ook kritisch op het risico van bureaucratisering: omdat de financiering via het Rijk gaat lopen, ontstaat al snel een zwaardere laag van aanvragen, concessies, beleidsplannen, evaluaties et cetera. Wij willen voorkomen dat lokale omroepen vooral bezig raken met systeemvereisten en dezelfde fouten gaan maken als de landelijke NPO. Voorzitter. Een ander punt is reclame. Dit wetsvoorstel versterkt de positie van lokale publieke omroepen; er komen minder omroepen, grotere verzorgingsgebieden, meer professionaliteit en hogere inkomsten. Daardoor wordt hun concurrentiepositie richting lokale commerciële media sterker dan in de oude situatie met honderden kleine omroepjes. Daarmee kan ook het marktverstorende effect toenemen. Lokale kranten, huis-aan-huisbladen en nieuwswebsites zijn vaak afhankelijk van advertentie-inkomsten. Was dit wetsvoorstel daarom niet het aangewezen moment om reclame bij lokale publieke omroepen scherper te begrenzen? Is de minister bereid een plafond, een aangescherpte reclamebeperking of een markttoets uit te werken? Kan zij garanderen dat publieke bekostiging niet leidt tot verdringing van commerciële lokale media? Wij overwegen op dit punt een motie. Voorts kijken wij uit naar de beantwoording van onze vragen door de minister. Tot zover. Dank u wel.

Versie 0917299e025453e6a085a77933085fc1168d4c36af878be1ba0d4c7f7af2f658 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

12 okt 2026 · e891dc7d1f5fcb49

12 okt 2026 · 54047cd7e23a0c5c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.