statement · 23 jun 2026 · Tweede Kamer
Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau 36917
Brontekst
De heer Mohandis (PRO): Voorzitter, dank u wel. Hoe zorgen we ervoor dat in een veranderend medialandschap ook de lokale media toegankelijk, zichtbaar en relevant blijven? Verantwoordelijke politiek vereist namelijk stevige democratische controle, ook op lokaal niveau. Voor onze fractie is het van belang dat ook gewone mensen kunnen rekenen op toegankelijke en hoogwaardige journalistiek, ook zonder betaalmuur als het gefinancierd wordt uit publieke middelen. Voorzitter. Aan onderzoeken geen gebrek. Wij hebben als Kamer al tig onderzoeken gehad naar het belang van het versterken van lokale media. Ik ga al die onderzoeken niet voorlezen — dat heeft niks met mijn spreektijd te maken — maar ik wil een paar onderzoeken aanhalen. Een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een later onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur en een onderzoek van de Raad voor Cultuur zeggen eigenlijk eensluidend: vooral in kleinere gemeenten is het heel lastig om er als lokale omroep voor te zorgen dat de democratie wordt gecontroleerd en dat politici worden gecontroleerd. Dat vinden wij een hele slechte zaak, om nog maar niet te spreken over de afhankelijkheid van lokale omroepen van vaak gemeentelijke financiering. We willen juist een sterke lokale omroep, die onafhankelijk journalistiek bedrijft. Vandaar dat we in ieder geval de richting van dit wetsvoorstel, om dit nu landelijk te organiseren en de koepel van lokale omroepen landelijk te borgen, goed vinden. De oprichting van een koepel van de dertien regionale omroepen — daar hebben we het nu dus niet over — is in 2016 geregeld. Ik heb dat debat meegemaakt, en het is interessant dat het kabinet aangeeft dat het veel van hoe dat toen is gegaan, nu ook probeert te regelen in de wet. Dan is één punt heel belangrijk. Ook toen ging het hier in de Kamer over het volgende. Ik deed dat debat, samen met collega Elias van de VVD. Ik weet dat ook andere leden bij dat debat aanwezig waren. Ik weet dat de heer Bosma daarbij vertegenwoordigd was. Het ging toen heel erg over het punt dat we, als we de regionale publieke omroepen een wettelijke basis geven, ook goed moeten kijken naar hoe zij die taken kunnen vervullen op een manier waarbij de dertien regionale omroepen kunnen floreren met de taakopdracht. Toen heeft ene Mohandis samen met de heer Elias een motie ingediend en gezegd: om deze operatie, de transitie en de overgang te laten slagen, willen wij eenmalig 17 miljoen euro uittrekken. De Kamer nam dat aan. Waarom maak ik deze opmerking? Onze grootste zorg wat betreft dit wetsvoorstel heeft te maken met de ingangsdatum van eind dit jaar, met als feitelijke omschakeling naar het nieuwe systeem 1 januari 2028. Volgens mij heeft de heer Ceder daar ook goede dingen over gezegd. De weg daarnaartoe kan heel veel onzekerheden met zich meebrengen, maar zal ook laten zien dat sommige lokale omroepen nu bijvoorbeeld rekenen met incidentele middelen en daarvoor journalisten in dienst hebben. Als straks alle plussen en minnen tegen elkaar worden weggestreept, kan het niet zo zijn dat sommige lokale omroepen eerder mensen moeten ontslaan dan aannemen omdat deze wet ingaat. Ik ben heel erg benieuwd hoe de minister reflecteert op deze zorg. Deze zorg komt niet alleen van mij. Ik haalde al de ervaringen uit 2016 aan. Ook vandaag komen die zorgen vanuit bijvoorbeeld de VNG. Volgens mij heeft ook de Raad van State er wat over gezegd. Wat mij betreft is dit dus een belangrijk punt waarop de minister moet reflecteren. Dan maak ik een sprongetje naar de ingediende voorstellen. Ik heb nog een vraag over de vergelijking met de regionale publieke omroepen. Er wordt door de minister beweerd dat veel overgenomen is van hoe het in 2016 is gegaan, maar er wordt gekozen voor een rechtspersoon met een wettelijke taak. De Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen wordt geen zbo, oftewel een zelfstandig bestuursorgaan in het kader van de Kaderwet zbo. Ik ben benieuwd waarom daarvoor gekozen is en wat hierachter zit. Dan maak ik een sprongetje naar de voorstellen. De heer Ceder heeft er al het nodige over gezegd, dus ik ga proberen niet alles opnieuw voor te lezen. Er ligt dus een voorstel, samen met de ChristenUnie, om gemeenten na de aanwijzingsprocedure de mogelijkheid te geven bij te dragen aan de lokale omroep. Wij horen graag van de minister hoe zij daarnaar kijkt. Ik ben ook benieuwd hoe de minister dit gaat borgen. Er zijn heel veel goede voorbeelden te noemen van samenwerkingen tussen lokale omroepen, landelijke omroepen en regionale omroepen. Dat zijn allerlei dwarsverbanden die nu gewoon staande praktijk zijn. Wij zijn benieuwd of de minister met deze operatie in het vooruitzicht ervoor gaat zorgen dat dit type samenwerking — ik noem maar even de samenwerking tussen FunX en de G4-gemeenten — een jongere populatie beter gaat bereiken. Ik kan nog veel meer voorbeelden noemen; die zijn er echt. Hoe gaan we dat borgen? Hoe zorgen we ervoor dat in de transitie niet alles wat is opgebouwd door lokale omroepen aan samenwerking tussen de drie bekende lagen, gaat sneuvelen? Ik zou dat heel zonde vinden. Ik ben heel erg benieuwd hoe de minister daarop reflecteert. Voorzitter. Een belangrijk punt bij dit debat is de streekindeling, ofwel de vraag hoe we omgaan met de bekende 80 streekomroepen. Voordat ik daarnaartoe ga, wil ik het hebben over de kerntaken. Voor ons is van belang dat als omroepen de krachten gaan bundelen, dat ook leidt tot een verbetering en niet tot een verslechtering. We zien prachtige voorbeelden. Toevallig is het voorbeeld van WOS in Westland, Maassluis en Midden-Delfland, al door Ceder genoemd; we hadden onze spreekteksten niet op elkaar afgestemd. Ik ben daar op werkbezoek geweest. Door deze krachtenbundeling zie je dat alle gemeenteraden die onder dit verzorgingsgebied vallen, met een betaalde kracht worden gecontroleerd. Ze zijn door samenwerking en de aanschaf van een autootje dat tussen deze gemeenten rijdt, veel beter in staat om grote evenementen te brengen en te verslaan. Wij zien dus echt wel prachtige voorbeelden van streekvorming. Het is ook niet gek dat best veel lokale omroepen al over zijn gegaan naar de voorbereiding hierop als de wet zes jaar geleden al is aangekondigd. Ik kan me voorstellen dat het overgrote deel zoiets heeft van: politiek, maak dan een keer die keuze. Maar als we die keuze maken, laten we die dan ook goed maken en deze wet in één keer goed inrichten. Vandaar dat er heel veel amendementen zijn, waar ik straks wat sneller doorheen zal gaan; ik weet dat ik de voorzitter daar heel blij mee maak. Voorzitter. Dan kom ik op de verbeteringen die wij zien als we dit goed zouden doen. Dat zien we in ieder geval aan de voorbeelden waarbij men al vooruitloopt op de wet, om het maar even zo te zeggen. Onderzoek laat ook zien dat het 24/7-bereik kan worden versterkt, dat er naast vrijwilligers meer betaalde krachten kunnen komen om elkaar te versterken en dat medewerkers onder een cao kunnen vallen. Ik ben heel erg benieuwd of de minister dit soort verbeteringen ook ziet en hoe ze daarop gaat sturen, zodat het daadwerkelijk iets gaat doen zoals het is bedacht. Dat is vaker zo: we bedenken iets en hopen dat het zo uitpakt. Daarom dienen wij de volgende amendementen in. Samen met de ChristenUnie dienen we het amendement op stuk nr. 21 in, om het aantal van 80 niet in de wet vast te leggen, maar bij algemene maatregel van bestuur. Het richtsnoer van 80 kan worden aangehouden, maar als je het in de wet regelt, dan breek je alle flexibiliteit. Dat zouden wij een hele slechte zaak vinden, omdat Nederland continu verandert, ook als het gaat om de verzorgingsgebieden, gemeentelijke fusies enzovoorts, enzovoorts. Het amendement op stuk nr. 20 …
Versie 0917299e025453e6a085a77933085fc1168d4c36af878be1ba0d4c7f7af2f658 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.