statement · 14 mei 2025 · Tweede Kamer
het rapport van Mario Draghi over het concurrentievermogen van Europa
Brontekst
Minister Beljaarts: Dank. De heer Vermeer stelde mij een vraag over het ontbreken in het rapport van een prioriteitsstelling voor landbouw en voedselproductie. Ik begrijp de vraag. De Europese Commissie heeft recent meerdere opdrachten gegeven en initiatieven genomen om bepaalde onderwerpen verder uit te diepen. De onderwerpen landbouw en voedselproductie kwamen specifiek aan bod in het rapport over de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw, dat op 4 september 2024 is gepubliceerd. Dit rapport heeft vervolgens als basis gediend voor de visie voor landbouw en voedsel, die in februari 2025 door de Europese Commissie is gepresenteerd. In die visie benadrukt de Commissie onder meer dat de mondiale voedselzekerheid en de Europese voedselsoevereiniteit een wezenlijk deel zullen blijven uitmaken van de algemene agenda van de EU voor veiligheid, concurrentievermogen en duurzaamheid. De Commissie doet hiervoor concrete voorstellen en het kabinet vindt daarom ook dat de Commissie voor deze onderwerpen voldoende aandacht heeft. De heer El Abassi vroeg hoe wij ons ervoor gaan inzetten dat de EU minder afhankelijk wordt van China, maar er ook minder sprake is van de oude afhankelijkheden die leiden tot uitbuiting. Het kabinet zet zich ervoor in om risicovolle strategische afhankelijkheden te voorkomen en te verminderen. Nederland hanteert hierbij de risicogebaseerde landenneutrale aanpak. Uw Kamer is hierover op 31 oktober 2024 geïnformeerd. Het kabinet en de EU hechten groot belang aan het zo goed mogelijk borgen van de principes van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen als het gaat om derde landen en zaken als mensenrechten. Het zorgen voor eerlijke handel, waarbij geen plaats is voor uitbuiting, blijft essentieel en van belang voor deze handelsrelaties. Dan ben ik aangekomen bij het blokje regeldruk, te beginnen met de beantwoording van de vraag van de heer Flach over de reactie van het kabinet op de uitkomst van de ATR-verkenning naar de regeldruk van EU-regelgeving. Op 9 december 2024 heb ik namens het kabinet het Actieprogramma Minder Druk Met Regels gepresenteerd. Daarin worden ook de diverse acties genoemd die gericht zijn op EU-regelgeving. Het kabinet gaat dus zeker de strijd aan. De aanbevelingen van het ATR beschouw ik dan ook als steun voor de kabinetsinzet, want ze sporen met de inhoud van het actieprogramma. Ik kom voor de zomer bij u terug over deze aanbevelingen. Als het gaat om het overzicht van de regeldruk, is het heel belangrijk dat de Europese Commissie heeft aangekondigd alle bestaande EU-regelgeving systematisch tegen het licht te houden. Op die manier komt er dus ook een overzicht van waar het knelt en waar regelgeving zou moeten wijzigen. De heer Eerdmans vroeg mij hoe ik kijk naar de rol van Nederland in deze regeldrift en of het kabinet ruimte in Brussel ziet voor deregulering op andere terreinen. Dank voor de vraag. Op diezelfde 9 december 2024 heb ik dus ook dat actieprogramma, Minder Druk Met Regels, gepresenteerd. Dat richt zich ook nadrukkelijk op de EU-regelgeving waar ik eerder aan refereerde. Een onderdeel van die inzet is het afnemen van die systematische impactassessments waar ik net aan refereerde. De Commissie gaat systematisch alle regelgeving doorlichten om te bekijken waar het knelt. Positief is dan ook dat in maart van dit jaar al tal van maatregelen door de Commissie zijn aangekondigd bij de totstandkoming van nieuwe voorstellen voor regelgeving, en de Commissie heeft aangekondigd meer stil te willen staan bij regeldruk. Ook heeft de Commissie veel voorstellen aangekondigd om op tal van terreinen bestaande regelgeving aan te passen, en ook dat is positief. Het belangrijkste dat Nederland zelf kan doen, is de regeldruk in de standpuntbepalingen en de onderhandelingen over regelgeving meer aandacht geven en zwaarder mee laten wegen. Dat zullen we ook doen. Voorzitter. Dan ben ik bij het blokje grondstoffen en energie aangekomen. Mevrouw Postma vroeg mij hoe ik ga voorkomen dat netcongestie en stikstofproblemen strategische bedrijven wegjagen. Allereerst wil ik graag benadrukken dat mijn collega-ministers van KGG en LVVN zich er dagelijks uiteraard volop voor inzetten om deze twee problemen aan te pakken. Als minister van EZ maak ik mij uiteraard sterk voor meer aandacht voor de impact van deze knelpunten op bedrijven. Ik heb daar ook veel gesprekken over. Ik praat met deze ondernemers en met de CEO's. Ook op de OndernemersTop in december kwam dit onderwerp veelvuldig voorbij. De CEO's benadrukken keer op keer hoe groot het probleem van de netcongestie is en daarom neem ik die zorgen mee in het Pact Ondernemersklimaat, dat nog voor de zomer met uw Kamer wordt gedeeld. Daarnaast laat het kabinet ook een onderzoek uitvoeren naar de economische effecten van de stikstofproblematiek. Dat onderzoek gaat voor deze zomer naar de Kamer. Daarbij kunt u erop rekenen dat ik erop inzet dat dit onderzoek goed wordt meegewogen bij onze besluiten om de stikstofproblematiek op te lossen. Dan kom ik bij de heer Van Houwelingen. Hij vroeg mij naar de industrie in de EU en of we de welvaart in de EU kunnen behouden in relatie tot de hoge energieprijzen. Dit is ook met het oog op het klimaatakkoord van Parijs en het gegeven dat de Verenigde Staten daar uitgestapt zijn. Ik deel de geuite zorgen over de hoge energieprijzen. Het kabinet hecht aan een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven. Daar zetten we ons elke dag weer voor in. Bedrijven nemen verschillende factoren mee bij hun vestigingskeuze, zoals de internationale markt, de beroepsbevolking en ook de logistiek. Door opschaling van de eigen duurzame energie en diversificatie van de import verkleinen we de impact van onvoorspelbare internationale marktprijzen en eventuele prijspieken die veroorzaakt worden door geopolitieke spanningen. De heer Flach vroeg mij ook naar de hoge energieprijzen, hoe schadelijk zij zijn voor de concurrentiekracht en hoe wij dit oppakken. De hoge elektriciteitskosten inclusief de nettarieven hebben onze volle aandacht. Ook in het hoofdlijnenakkoord hebben we dat opgenomen. Het verschil tussen de totale elektriciteitskosten en die in het buitenland is en blijft natuurlijk zorgelijk. De kosten spelen een belangrijke rol in de energietransitie en ook in de verduurzaming van de industrie, die vaak internationaal opereert. Er is de afgelopen maanden door verschillende ministeries gewerkt aan het zogenoemde interdepartementaal beleidsonderzoek naar de kosten en de financiering van het stroomnet. Het kabinet heeft in reactie op dit ibo een beleidsagenda neergelegd die bestaat uit betere benutting van het net, het verlagen van de energierekening, het anders verdelen van de netkosten en ook het stroomlijnen van de besluitvorming. Dan vroeg mevrouw Postma mij naar de aansluiting van ASML en of die al geregeld was. Een hele specifieke vraag. Voor de uitbreiding van ASML is aansluiting op het stroomnet noodzakelijk, zoals mevrouw Postma weet. Het kabinet zet zich volop in om tijdig voldoende elektrisch vermogen beschikbaar te laten zijn om de uitbreiding van ASML op de gewenste locatie zonder vertraging door te laten gaan. Hiervoor werken wij heel constructief in overleg met de ACM en de netbeheerders TenneT en Enexis momenteel verschillende opties uit. Dat gebeurt uiteraard in nauwe afstemming met het bedrijf zelf. Dat is dus nog in uitvoering.
Versie c5315285e02b2a19bce37ddeb64f5a62cc68d79e60adb9b657d1364a41d724d3 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.