KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 14 mei 2025 · Tweede Kamer

het rapport van Mario Draghi over het concurrentievermogen van Europa

Brontekst

Minister Heinen: Voorzitter. Ik was even bezig om de administratie op orde te brengen. Goed dat we dit debat hebben. Laat mij een paar inleidende woorden zeggen. Het debat in de Kamer gaat vaak over hoe we het geld uitgeven. Ik vind het heel goed dat we nu ook een debat hebben over hoe we het geld verdienen. Daar begint het in de eerste plaats mee: je moet het eerst verdienen voordat je het kunt uitgeven. Toen het rapport-Draghi uitkwam, heb ik iets heel spannends gedaan. De pers stond mij op te wachten om te vragen wat ik van het rapport vond. Ik had daar stoere quotes kunnen afgeven. Dat zag ik ook mijn collega in Duitsland doen. Hij zei: het Italiaans zal wel niet deugen en ik hoor iets over eurobonds, dus het zal wel niet kloppen. Ik heb gezegd: laat ik het rapport eerst eens gaan lezen en laten we er een goed debat met elkaar over hebben. Het was een goed rapport en ik ben blij dat we er in de Kamer zo uitgebreid over kunnen spreken. Het vraagstuk van economische groei is echt urgenter geworden na de verkiezingen in de Verenigde Staten. De keuzes die de Amerikanen — ze blijven uiteraard onze bondgenoot — maken, het dreigingsbeeld dat zij zien in de wereld en de verantwoordelijkheid waarmee zij naar de Europeanen kijken, stelt ons Europeanen voor ongelofelijk grote vraagstukken. Hetzelfde geldt voor de opstelling van Rusland en onze andere adversaries, zoals we die noemen. Die dwingt ons in Europa om meer te investeren in onze veiligheid. Maar het leidt ook tot grote vraagstukken over onze welvaart. Die gaan wel samen op, want zonder welvaart hebben we geen veiligheid en zonder die beide hebben we geen vrijheid. Het moet toch onze hoogste en grootste inzet zijn om de vrijheid van ieder individu zo groot mogelijk te maken. Met dit Draghi-rapport in de hand hebben wij hier nu een goed debat over. Wat de Amerikanen inmiddels als economisch beleid hebben ingezet — en dan kijk ik voornamelijk naar de handelstarieven — leidt tot forse debatten en discussies in Europa. Het antwoord daarop kan niet alleen een Nederlands antwoord zijn. Ons antwoord op economische groei is niet alleen een Nederlands vraagstuk; het is een Europees vraagstuk. Dat is echt mijn overtuiging. Wij moeten dit als continent samen doen. Wij hebben natuurlijk goede discussies met de Amerikanen over het feit dat hun handelstarievenbeleid onverstandig is en dat dit hun problemen niet zal oplossen. Sterker nog, in mijn overtuiging zal dit de problemen versterken, doordat de prijzen worden opgedreven, wat het uiteindelijk moeilijker maakt om begrotingstekorten in de hand te houden, doordat de groei gedrukt wordt. Maar als we even heel kritisch naar elkaar kijken, moeten we, als wij ons zorgen maken over handelstarieven van 10% tot 25%, er ook eerlijk over zijn dat er nog steeds handelsverdragen liggen die niet geratificeerd zijn. Dan heb ik het over CETA en ook over EU-Mercosur, waar ook in dit parlement vrij negatief over wordt gesproken. Dan heb ik het wel over de Canadezen en over Latijns-Amerika. Vooral de Canadezen zijn onze vrienden. Als we dat soort handelsverdragen niet eens kunnen ratificeren met elkaar, wie zijn wij dan om de Amerikanen erop te wijzen dat het heel slecht is dat we handelstarieven hebben? Als ik dan kijk naar de interne markt in Europa, dan wijs ik de Kamer graag op een goed IMF-rapport van circa een halfjaar geleden, waarin ons eigenlijk een spiegel wordt voorgehouden. In dat rapport wordt het volgende gezegd. "Als we kijken naar de interne markt en de handelsbarrières die wij zien, dan komt dat overeen met handelstarieven op goederen van 45%, en als we dat vergelijken met diensten, komt dat overeen met 110%. Dus als wij hier een discussie hebben over vrijhandel, open markten en economische groei, laten we dan dat vraagstuk Europees aanpakken en kijken naar onze interne markt en vrijhandelsverdragen, en naar hoe wij kunnen investeren in onze economische groei." Die investeringen moeten we dus vooral ook Europees bekijken. Daarom is het ook goed om te spreken over de bankenunie en de kapitaalmarktunie. Ik denk dat voornamelijk bij de kapitaalmarktunie de sleutel ligt voor groei op dit Europese continent. Dit even als inleiding op waar ik sta in dit vraagstuk. In het verlengde hiervan zijn er specifieke vragen gesteld. Het zijn veel verschillende vragen, die ik allemaal zal langslopen. In de eerste plaats zijn het voornamelijk vragen rond de financiering. Dan gaat het om het MFK, de Europese Investeringsbank en de eurobonds. Met de eurobonds zal ik zo meteen beginnen. Ook zijn er een aantal vragen gesteld over de kapitaalmarktunie en specifiek over de Investeringsbank. Ik vind het goed om daar ook specifiek bij stil te staan. Daarnaast zijn er nog wat overige vragen, die ik uiteraard ook uitgebreid zal beantwoorden. Laat mij beginnen met de discussie rond eurobonds. Het valt mij op dat die discussie bijna een identiteitsdiscussie begint te worden. "Ben je voor of tegen eurobonds?" is bijna hetzelfde als "Ben je voor of tegen Europa?". Ik vind dat jammer, want dat leidt af van de inhoudelijke discussie die daaronder ligt. Laat helder zijn dat het kabinet geen voorstander is van eurobonds. In het parlement is daarvoor al langjarig geen meerderheid, om goede redenen. In het hoofdlijnenakkoord wordt erover gesproken dat we geen voorstander zijn van eurobonds. In mijn debatten heb ik dat ook vaak benadrukt. Ik herhaal dat ook bij mijn Europese collega's. Toch hecht de Kamer eraan om daar af en toe moties over in te dienen om dat nog eens herbevestigd te zien. Uiteraard herbevestig ik dat graag. Als we het gesprek over eurobonds aangaan, moeten we wel weten waar we het dan over hebben. De heer Eerdmans — hij verwees al naar zijn motie — verbond dat met het SAFE-instrument. Maar SAFE ging helemaal niet over eurobonds. SAFE ging over de Europese Investeringsbank, over cohesiemiddelen, over de begrotingsregels en inderdaad ook over leningen, maar puur over de leningen die de Europese Commissie zelf kan doen vanuit de headroom die ontstaat door het verschil tussen het MFK en het Eigenmiddelenbesluit dat de Kamer al had geratificeerd. Maar dat weet de heer Eerdmans natuurlijk tot in detail. Als we kijken naar de discussie over eurobonds op het Europese toneel, dan zien we dat die inderdaad wat meer langs klassieke lijnen loopt. Maar dan moet je ook de vraag stellen: waarom is een land voor eurobonds of daartegen? De landen die daar traditioneel voor zijn, zoeken naar lagere financieringslasten om de rente te drukken. Die rente is daar hoger en dat komt voort uit hogere risico's. Die risico's komen weer voort uit te weinig hervormingen in het verleden. Dat is ook de reden waarom ik geen voorstander ben van eurobonds, want het leidt weer tot hogere financieringslasten en het op onze schouders nemen van die risico's. Ik vind dat een omgekeerde discussie, want als je de analyse maakt dat de financieringslasten te hoog zijn en dat risico's moeilijk te dragen zijn voor een lidstaat, dan moet je de oorzaak van het probleem oplossen. Dan moet je dus gaan hervormen en dan moet je niet naar andere lasten gaan kijken en zeggen: neem die lasten maar op je schouders. Daarnaast wordt de discussie over eurobonds ook vaak gevoerd om de investeringscapaciteit te vergroten. Dat vind ik ook een verkeerde discussie. De investeringen waarnaar wordt verwezen, zijn op zichzelf goed, maar de oplossing niet zit in meer schulden maken. De oplossing zit in keuzes maken. Ik vind het ook te makkelijk om dan tegen andere landen te zeggen: wees maar solidair zodat wij meer schulden kunnen maken. Daarom wijs ik erop dat je echt eigen keuzes moet maken. Dat is niet om flauw te doen, maar ik geloof erin dat als je hervormt en je nationale economie sterker wordt, elk land in Europa daarvan profiteert. Daar hebben we positieve spill-overs van en dan worden we als Europees continent welvarender. Dat lukt niet als je zegt: we gaan risico's delen en we gaan meer schulden maken. Want dat drukt uiteindelijk de groei en maakt ons niet welvarender; daar ben ik van overtuigd. Dit is de reden waarom ik niet voor eurobonds ben. Het wordt echter vaak zo gebracht, dat als je tegen eurobonds bent, je ook tegen Europa bent. Dat is ook de reden dat ik mijn inleidende woorden heb gekozen zoals ik ze heb gekozen, omdat ik zie dat de oplossing voor onze toekomstige welvaart wel in Europa ligt. Het was een uitgebreid antwoord op de vraag over eurobonds. Het makkelijkste antwoord was geweest als ik had gezegd: Eerdmans heeft gelijk, wij zijn niet voor eurobonds.

Versie c5315285e02b2a19bce37ddeb64f5a62cc68d79e60adb9b657d1364a41d724d3 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 93b59cac384090ad

13 okt 2026 · a279d58a4a320dbc

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.