KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 sep 2025 · Tweede Kamer

Academische vrijheid

Brontekst

Minister Moes: Dank u wel, voorzitter. En ook dank aan de fracties voor de vragen. We spreken met elkaar vandaag over een belangrijk onderwerp, namelijk dat medewerkers en wetenschappelijke instellingen vrij en veilig onderwijs moeten kunnen geven, hun onderzoek moeten kunnen doen en dat ook met elkaar moeten kunnen delen. Oftewel, we spreken met elkaar over academische vrijheid. We hebben hier onlangs rapporten over ontvangen van de KNAW, rectoren, de Vereniging Hogescholen, Universiteiten van Nederland en UNESCO. Ik wil hen daarvoor bedanken. Zij zeggen allemaal dat er continu aandacht en inzet nodig is, om ervoor te zorgen dat we onze veiligheid en vrijheid op de campus hooghouden. Dat is ook nodig, want academische vrijheid is een keiharde randvoorwaarde voor een goed functionerende samenleving en een van de pijlers onder onze democratische rechtsstaat. We moeten in tijden van nepnieuws en polarisatie onbelemmerd kunnen blijven onderzoeken wat waar is en wat niet waar is. Academische vrijheid zorgt ervoor dat onze industrie weet wat werkt en wat niet werkt. Het zorgt ervoor dat wij onze maatschappelijke problemen kunnen herkennen en oplossen. Academische vrijheid schijnt licht op blinde vlekken. Dat gaat niet vanzelf; dat schuurt soms. Ik hoor de zorgen in uw Kamer. Ik denk dat we allemaal zien dat academische vrijheid en veiligheid wereldwijd onder druk staan. Dat moet beter. Daar zijn we samen verantwoordelijk voor. We moeten zorgen voor een cultuur waarin ruimte is voor open dialoog en vrij debat, ook als het scherp, kritisch of hard is. Docenten en hoogleraren moeten zich bewust zijn van hun voorbeeldrol. Zij moeten hun petten als onderzoeker en als burger kunnen scheiden. Dit hoort thuis in een gezonde academische omgeving. Dit kan alleen als het veilig is en als iedereen zich houdt aan de regels, zoals huisregels en gedragscodes. Dat gaat niet altijd goed. Uw Kamer heeft vragen gesteld over de protesten op de universiteiten. Voor de zomer zagen we het aantal protesten weer toenemen. Ook vorige week bij de opening van het academisch jaar werd mensen het spreken onmogelijk gemaakt. Dat kan echt niet. Als je elkaar monddood maakt, is dat een directe bedreiging van de academische vrijheid. Natuurlijk moet er ruimte zijn en blijven voor demonstraties, ook op de onderwijsinstellingen. Dat spreekt voor zich in een democratie. Maar dat moet wel binnen de grenzen van de wet en de huis- en gedragsregels van de instellingen. Geweld, vernielingen, discriminatie en haatzaaiingen zijn strafbare feiten en hebben geen plek bij protesten. Dit is ontoelaatbaar. Dat gaat bovendien ten koste van anderen die hun protest- of demonstratiegeluid op een vreedzame en respectvolle manier willen laten horen en van degenen die willen studeren, onderwijzen en onderzoeken. Ook raakt het studenten en docenten, in het bijzonder de Joodse gemeenschap, die zich niet meer veilig of welkom weten op hun instelling. Al deze situaties van onveiligheid zijn volstrekt onacceptabel. De instellingsbesturen hebben de belangrijke maar ook ingewikkelde taak om zowel de academische vrijheid, de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht alsook de veiligheid op de campus te waarborgen. Zij zijn hierop aanspreekbaar door de raden van toezicht en de medezeggenschap. De inspectie houdt toezicht. In het uiterste geval kan ik ingrijpen richting de raden van toezicht. Dit is hoe ons stelsel werkt. Ik weet dat de besturen hier elke dag hard mee bezig zijn. Het is belangrijk dat keuzes voor het borgen van veiligheid zo veel mogelijk lokaal worden genomen door de instellingsbestuurders, in nauwe samenspraak en samenwerking met de lokale driehoek van burgemeester, OM en politie. Ter plekke kan de situatie het beste worden ingeschat en kan worden ingeschat hoe hiermee moet worden omgegaan. Ik heb de afgelopen weken met diverse bestuurders gesproken. Dat zal ik ook blijven doen. Ik heb respect voor de lastige afwegingen die zij moeten maken. We hebben gezien dat de instellingen dit wel steeds beter afgaat. Men is lerende. De weerbaarheid van instellingen tegen verstoringen is het afgelopen jaar verhoogd, bijvoorbeeld door het stellen van heldere regels en richtlijnen, de inzet van risicogericht toegangsbeleid en de inzet op verbetering van de informatiedeling tussen de instellingen en de lokale driehoek van burgemeester, Openbaar Ministerie en politie, zodat de politie ook sneller kan optreden als het echt mis is. Het borgen van de veiligheid en de academische vrijheid is echter nooit af. Ik doe hierbij dan ook een dringende oproep aan uw Kamer en aan de samenleving om samen de vrijheid en veiligheid van de wetenschap te koesteren en te bewaken. Ik heb het hierbij niet alleen over de orde en de fysieke veiligheid, maar ook over de sociale veiligheid. Hierbij moeten we met elkaar de norm stellen. Zeker bij dit onderwerp is een gedeelde verantwoordelijkheid voor ons allemaal cruciaal. Voorzitter. Ik heb daarmee volgens mij al een aantal vragen geadresseerd, maar ik wil ook graag nog even specifiek de vragen langsgaan. Ik doe dat in vier blokjes. Ik begin met de vragen over de academische vrijheid. Een vraag van GroenLinks-PvdA: sta ik voor de academische vrijheid? Ja. Dat heb ik net volgens mij ook duidelijk aangegeven.

Versie 52601864835033727af972b77d86326941ff05a9c6dfc97afdebcbcffadbfcab · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 1ab862a1d343d5e8

13 okt 2026 · c48649056a6d490b

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.