Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)
Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)
statement · 9 mrt 2026 · Tweede Kamer
Minister Aartsen: U wilt eerst de blokken, meneer de voorzitter. Ik heb eerst een algemene intro van een uurtje of drie, denk ik. Daarna ga ik iets algemeens zeggen over het inburgeringsstelsel. Er zijn wat vragen gesteld over taal — dat hangt daarmee samen — en over integratie. Daar zitten een aantal kleinere blokjes bij. Ik moet even kijken of dat aparte blokken worden of niet, maar laten we het even op integratie houden. Daarin zitten dialoog, ongewenste buitenlandse beïnvloeding, radicalisering en moslimdiscriminatie, en dan is er het kopje varia. Ik ben hier vrij nieuw vandaag. Het is mijn eerste debat, dus ik heb meerdere blokjes gedaan. Maar dat is natuurlijk uitlokking tot interrupties in uw systeem, dus we moeten even kijken hoe we het gaan doen. Voorzitter. Nogmaals, het is inderdaad fijn om hier vandaag te zijn. Het is mijn eerste debat als minister van Werk en Participatie. Ik heb veel zin om met dit onderwerp aan de gang te gaan. Laat ik gewoon beginnen met de stelling dat Nederland eigenlijk een fantastisch mooi land is. Waarom is Nederland nou zo'n fantastisch mooi land? Ik denk dat de meesten van ons nergens anders zouden willen wonen. Dat heeft ermee te maken dat wij in Nederland een ongekende welvaart en een ongekende vrijheid kennen. Vooral die combinatie is vrij uniek in de wereld, kunnen we wel stellen. In de kern is dat wat mij betreft waar integratie en inburgering om gaan. We hebben die welvaart namelijk met elkaar, omdat iedereen die in Nederland is, of hij nou nieuw is of hier al 100 jaar woont, een bijdrage levert aan ons land, omdat hij meedoet in ons land door te werken, door te ondernemen, door vrijwilligerswerk te doen, door te zorgen voor een ander. Dat is uiteindelijk in de kern waar die ongekende welvaart vandaan komt: bijdragen aan het werk en meedoen. Daarnaast — ik zei het al — zijn wij een van de meest open en vrije samenlevingen ter wereld. Mensen die hier wonen, kunnen hier zijn wie ze zijn, kunnen hier zeggen wat ze willen zeggen, kunnen hier doen wat ze willen doen, kunnen worden wat ze willen worden, kunnen geloven wat ze geloven, kunnen samen zijn met degene waarop ze verliefd zijn geworden. Die ongekende vrijheid moeten we wat mij betreft niet alleen koesteren, maar ook beschermen. Dat moeten we met elkaar doen. We vragen dan ook aan iedereen die hier welkom is in Nederland niet zozeer dat ze die vrije samenleving willen respecteren en uitdragen, maar ook dat ze samen met ons die vrijheden tegen onvrijheid en onverdraagzaamheid willen beschermen, om op te staan tegen onverdraagzaamheid en discriminatie, op welke grond dan ook. Het coalitieakkoord van dit kabinet heet Aan de slag. Dat is wat mij betreft een goed uitgangspunt, ook voor deze twee belangrijke onderwerpen. In het akkoord staan grote ambities om ervoor te zorgen dat iedereen die in Nederland is, dus ook statushouders en nieuwkomers, zijn of haar steentje bijdraagt, aan het werk gaat en meedoet. Wat mij betreft is betaald werk daarbij wel het uitgangspunt. Daar staat dan tegenover dat we vol inzetten op een goede integratie in onze open vrije samenleving. We beschermen mensen die hier zijn tegen ongewenste buitenlandse inmenging en we zorgen ervoor dat iedereen die dat wil, kan meedoen en zich welkom voelt. Dat betekent ook dat we discriminatie, specifiek op de arbeidsmarkt, zullen tegengaan. Dit kabinet gaat dus aan de slag met deze ambities. Het voordeel van een minderheidskabinet is dat we dat doen samen met andere partijen in deze Kamer en samen met maatschappelijke partners. Dat betekent ook dat ik de komende tijd mij zal gaan beraden op de koers van het kabinet als het gaat om de onderwerpen inburgering en integratie. Ik heb u dat ook laten weten in een aantal brieven die ik de afgelopen week al naar u heb mogen sturen, maar ik kan u toezeggen dat het kabinet, in ieder geval de beide ministers van Sociale Zaken, met een 100 dagenbrief komt zoals we dat noemen. Meedoen, werk, integratie en inburgering zullen daar zeker een belangrijke rol in spelen. Dit kabinet zit er op dit moment exact veertien dagen. Er zijn heel veel vragen gesteld over van alles en nog wat. Ik ga die zo goed mogelijk beantwoorden, maar ik ga wel al aan de voorkant excuses aanbieden dat ik nog niet op alles antwoord kan geven, ook vanwege het simpele feit dat ik het verstandig vind bij een onderwerp als dit om mij even te bezinnen op een koers, om mij even te beraden op wat verstandig is. Waar leggen we nou de focus? Hoe doen we dat financieel? Wat geven we prioriteit? Wat willen we als eerste aanpakken? Ik beloof uw Kamer dat ik daar zeker op terug zal komen in de 100 dagenbrief. Wat mij betreft is de nieuwe koers er een van pragmatisme, nuchterheid en oplossingsgerichtheid. Ik denk dat dat in de kern belangrijk is voor dit onderwerp. Voorzitter. Dat was mijn algemene intro. Ik wil nu beginnen met het kopje inburgering. Er zijn veel vragen gesteld over de doelen die dit kabinet ten aanzien van inburgering heeft, en dan specifiek het inburgeringsstelsel. Ik zei het al, voor mij begint inburgering met meedoen. Meedoen begint bij werk en werk begint bij taal. Werk is uiteindelijk wel de snelste en effectiefste route naar volwaardig meedoen in onze samenleving. Op de werkvloer leer je namelijk Nederlands en ontmoet je mensen die je kunnen helpen bij problemen die je tegenkomt. Uiteindelijk is de bedrijfskantine niet alleen een plek waar je je boterhammetje eet, maar ook een plek waar je samen met je collega's dingen viert als het meezit en lief en leed deelt als het tegenzit. Dat is in de kern waarom het zo belangrijk is om te werken en mee te doen. Als je werkt, bouw je immers aan de toekomst en kun je ook bijdragen aan dit land. Ik geloof dat niemand een beter mens wordt door jaren thuis te zitten. De cijfers over het inburgeringsstelsel doen mij dan ook pijn. Iedereen beschikt immers over talenten, over dromen, over passies. Iedereen kan wat. Als we mensen langs de kant laten staan, laten we mensen niet alleen niet tot bloei komen, maar laten we ook ongekend veel talent en waarde onbenut. Heel eerlijk, een sterk en mooi land als Nederland kan zich dat simpelweg niet permitteren. Als wij de welvaart die we hebben willen behouden, dan zullen wij ook een beroep moeten doen op iedereen om mee te doen. Dat betekent ook dat we een andere koers moeten gaan varen als het gaat om het verbeteren van ons inburgeringsstelsel. Ik denk — dat blijkt ook uit alle evaluaties — dat de verandering van het inburgeringsstelsel op zichzelf positief is geweest. We zien dat met name taal, namelijk de mogelijkheid om deel te nemen aan taallessen en de kwaliteit van de taallessen, in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de verandering van het stelsel. Tegelijkertijd zien we ook dat er echt nog wel een aantal verbeteringen mogelijk zijn. Dat blijkt ook uit het Algemene Rekenkamerrapport. Daar wil ik de komende periode de focus op leggen. Werken en meedoen moeten wat mij betreft de norm gaan worden en niet de uitzondering. Werken en meedoen zijn de basis. Je wilt zo snel mogelijk meedoen. Een aantal onnodige belemmeringen, die ook in verschillende bijdragen terugkwamen, moeten uit de weg worden geruimd. De conclusies van de Algemene Rekenkamer over het inburgeringsstelsel raken de kern. De tijdigheid is een probleem. Dat heeft te maken met de huidige context, de doorstroming, de vertraging in huisvesting. In de kern klikt het bedachte stelsel niet helemaal lekker op het stelsel in de praktijk. We hebben mensen als asielzoeker in een azc zitten. Daarnaast hebben we mensen die als statushouder nog steeds in een azc zitten. Formeel gezien zouden ze moeten starten met hun PIP en hun inburgering. Dat is heel ingewikkeld als je in een azc zit. Pas als je qua huisvesting gelinkt bent aan een gemeente, ga je de stap maken naar je PIP en je inburgering. Dat klikt niet helemaal lekker op elkaar. Dat is een van de punten waarmee ik aan de slag wil. Hoe zorgen we ervoor dat we de juiste dienstverlening aanbieden aan asielzoekers, aan mensen die nog geen status hebben? Hoe kun je hen zo veel mogelijk laten meedoen? #Meedoen-balies zijn een mooi voorbeeld. Het kabinet heeft een taskforce ingericht. Daarin ga ik samen met de minister van AenM kijken hoe we die #Meedoen-balies goed kunnen inzetten om mensen niet alleen mee te laten doen, maar ook te laten werken, om ze de juiste vaktaal te laten leren. Daar kan al een kiem worden gelegd voor meedoen, voor werken. We gaan kijken wat we nou doen in die fase waarin iemand formeel wel een status heeft en formeel gezien inburgeringsplichtig is, maar nog niet uit de huisvesting is. Dat is iets wat we met die tijdigheid willen doen. In het verlengde daarvan ligt de dualiteit. Ik vind in de kern dat werk de basis is van inburgering. Er werd hier een aantal keer een soort van schijntegenstelling neergezet, zo van: als mensen nou een baan nemen als tomatenplukker of wat dan ook, de pizzakoerier van de heer Tijs van den Brink, die misschien niet helemaal matcht omdat die in het thuisland in de zorg heeft gewerkt, belemmert dat misschien wel duurzaam werk, dus is dat nou verstandig? Mijn antwoord daarop is eigenlijk tweeledig: ja en nee. Ik denk namelijk dat het echt wel verstandig is, want je kunt beter pizzakoerier zijn dan dat je thuis op de bank zit. Ik vind dat dus een stap vooruit. Tegelijkertijd, als je in het thuisland inderdaad een medische opleiding hebt gedaan, is het misschien ook wel heel erg zonde als je je hele leven lang pizza's blijft rondbrengen. Als je dat leuk vindt, moet je dat vooral doen. Daarom denk ik dat we moeten kijken naar verschillende fases. Dit laat zich natuurlijk niet in een exact hokje uittekenen. Ik denk dat we moeten zeggen: we beginnen met een startbaan; iedereen die binnenkomt gaat ergens aan de slag in een startbaan. Daar moeten natuurlijk wel een aantal voorwaarden aan worden gesteld. Aan een startbaan waarbij je op de werkvloer Pools of Roemeens spreekt, heb je niet zo veel als je doel is om mee te doen in het Nederlandse inburgeringsstelsel. Ik wil daar ook afspraken over gaan maken met werkgevers. Een. Laten we zorgen dat dan ook de begeleiding goed is, dat je Nederlands leert op de werkvloer en dat je ook de juiste cursussen krijgt om aan die startbaan te kunnen voldoen: vaktaal, veiligheidstaal et cetera. Maar er moeten ook afspraken worden gemaakt over doorstroming, dus dat je ook zegt: oké, als iemand echt wat meer kan, dan gaan we die doorbegeleiden naar een volgende baan, een tweede fase. De laatste is natuurlijk een volwaardige carrière. Hier zeg ik alleen wel weer het volgende bij. Ik hoorde een aantal keer het voorbeeld van cardiologie voorbijkomen. Laten we ook proberen de banen uit te kiezen die misschien het eenvoudigst zijn. Om iemand die uit een ander land is gevlucht, hier gelijk cardioloog te maken is wel moeilijkheidsfactor 13, zeg maar. Laten we dus ook praktisch kijken wat werkt. Dat wil ik graag gaan doen, ook in die stappen. Daar hoort vervolgens wel bij dat je ook iets mag vragen van mensen zelf. Ik vind dat ook mensen zelf hun verantwoordelijkheid hebben. Je komt naar Nederland toe en je hebt een eigen verantwoordelijkheid om bij te dragen. Dan vind ik ook dat als je kunt werken, je ook moet werken. Mevrouw Michon vroeg of we mensen dan ook gaan korten. Als mensen systematisch blijven weigeren om een baan te accepteren terwijl ze dat wel zouden kunnen, hoort daar ook wel een sanctie bij. Dat is niet uitgangspunt één van het beleid, maar het is uiteindelijk wel het sluitstuk van het beleid. Dat vind ik er ook bij horen. Die balans zou ik de komende tijd graag gaan vinden. Dat wil ik graag samen met gemeenten doen. We hebben op dit moment een bekostigingsonderzoek lopen. Nee, sorry, dat is inmiddels afgerond. Daaruit blijkt dat er gewoon spanning staat op het budget. Dat weten we. Maar ik heb ook gezegd dat ik eerst met gemeentes in gesprek wil. Ik wil meer dan alleen maar het gesprek "Den Haag kunt u meer geld overmaken?" voeren. Ik wil ook het gesprek voeren over de vraag: zijn we nou tevreden met de uitkomsten van dit stelsel? Ik denk dat we hier met elkaar kunnen zeggen dat dat voor 50% zo is. We mogen, denk ik, trots zijn op de taaldoelen die zijn gesteld, maar er zijn echt wel een aantal verbeteringen mogelijk als het gaat om werk, om meedoen, om onnodige belemmeringen eruit halen en om sneller meedoen. In antwoord op mevrouw Lahlah zeg ik daarom: ja, ik zie het probleem oprecht en denk ook na over hoe ik dat financieel kan oplossen, maar ik wil dat wel echt even in samenspraak met gemeenten zelf doen. Daarbij kijk ik ook naar gemeenten en zeg: oké, ik zie jullie financiële probleem, maar zien we dan ook het probleem dat we hebben met de uitkomsten van het stelsel? Als we namelijk zien dat na drie jaar nog geen 25% uitgestroomd is naar werk, is dat gewoon te weinig. Drie jaar is lang! Moet je zelf eens terugdenken aan wat je drie jaar geleden deed. Dat je drie jaar lang niet meedoet in onze samenleving, in ieder geval niet betaald, terwijl je dat wel zou kunnen, is lang. Ik vind dus dat we daarin echt wel een verantwoordelijkheid hebben. Daarom ga ik daarmee aan de slag. Voorzitter. Ik behandel misschien nog een paar korte vragen en dan zal ik dit puntje afronden. Er zijn een aantal vragen gesteld over het uitwerken van de streefwaarden. Dat is inderdaad ook iets wat ik de komende tijd wil gaan doen, want ik herken wel de vragen van de heer Van den Brink of dit nou de enige punten zijn waaraan we succes afmeten. Nee, zeker niet. Ik denk dat het goed is dat we in dit gesprek als het gaat om prestatiebekostiging en targets ook met gemeentes bespreken wat dan vervolgens de streefcijfers zouden moeten zijn. Als het gaat om de vragen naar de oorzaken van de vertraging, heb ik volgens mij al het een en ander gezegd. Dat zit met name op de doorstroom vanuit de opvang naar gemeenten. Uiteindelijk klikt dat stelsel niet helemaal lekker op hoe het op dit moment in de praktijk is geregeld. Om de #Meedoen-balies wat structureler in te bedden ga ik dus in gesprek met mijn collega van AenM. Dat geldt eigenlijk ook voor de vragen van mevrouw Michon-Derkzen over de startbanen. Die wil ik echt structureler gaan inbedden in ons stelsel, op een juiste plek en op een juiste manier, zodat we uiteindelijk het doel hebben om zo snel als mogelijk aan de gang te gaan. De heer Van den Brink vroeg of het een idee is om de arbeidsmarktinfrastructuur, de Werkcentra, daarbij te betrekken. Mijn antwoord daarop is ja. Ik denk dat dat verstandig is. Ik hoop op zeer korte termijn iets meer bekend te kunnen maken over de Werkcentra. Die vormen natuurlijk een mooi instrument om ook voor dit soort zaken in te zetten. Ik kreeg nog de vraag of het mogelijk is om een verplichting aan te gaan. Nee, sorry, dat is een andere. Volgens mij heb ik alle belangrijkste vragen in dit blokje beantwoord.
Versie 6b7c262e8601fbf159cc9c3d8880318e514a8e6b0eb3cf3bac72674e8a8bb347 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.