KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 jul 2025 · Tweede Kamer

Internationale fiscaliteit

Brontekst

Staatssecretaris Van Oostenbruggen: Laat ik het zo zeggen: dat onderzoek van gisteren moet ik echt nog tot mij nemen en nader bestuderen. Als dat aanleiding geeft om nog vervolgonderzoek te doen, dan doen we dat natuurlijk. Dat doen we ook als de Kamer dat niet vraagt, want we vinden het gewoon belangrijk om on top of our toes te blijven met betrekking tot de laatste inzichten op dit dossier. Maar om nu toe te zeggen dat ik dat dan ga doen … Ik hoop dat u mij er ook in vertrouwt dat we eerst even dat rapport goed gaan bestuderen. Dan kijken we daarna wat de handige en goede stappen naar aanleiding daarvan zijn. Als het nodig is, starten wij elk onderzoek dat wenselijk is. Dan nog een vraag. Wat zijn volgens de SEO-methodologie de budgettaire effecten van volledig herstel van de 30%-regeling voor de expats? SEO heeft niet berekend wat de budgettaire effecten zijn van volledig herstel van de regeling. SEO heeft een vergelijking gemaakt tussen de 30%-regeling en de 30-20-10-regeling voor één cohort. Dit is geen budgettaire raming geweest. SEO heeft twee berekeningen van de netto-opbrengst. In de eerste berekening is deze gelijk aan de opbrengsten van betaalde loonbelasting van alle 30%-gebruikers, minus de misgelopen loonbelasting van alle 30%-gebruikers. In de tweede berekening is deze gelijk aan de opbrengsten van de betaalde loonbelasting van alleen de 30%-gebruikers die door de regeling naar Nederland komen, minus de misgelopen loonbelasting van alle 30%-gebruikers. SEO gebruikt een elasticiteit van 0,4. Dat betekent een instroom van -13,3% bij gebruik van de 30-20-10-regeling ten opzichte van de 30%-regeling. In beide berekeningen van SEO is de opbrengst van de 30%-regeling hoger dan die van de 30-20-10-regeling, maar zijn de kosten ook hoger. De netto-opbrengsten van de 30-20-10-regeling uit het amendement-Omtzigt zijn in beide gevallen hoger dan die van de 30%-regeling. Daarmee concludeert SEO dat de 30-20-10-regeling van het amendement-Omtzigt budgettair doelmatiger is dan de 30%-regeling zoals we die kenden. Hoe wordt belastingregeldruk geëvalueerd? Dat was een vraag van mevrouw Van Eijk. In periodieke evaluaties van beleid wordt aandacht besteed aan regeldrukkosten. Vaak wordt informatie over regeldruk via enquêtes of interviews bij gebruikers uitgevraagd. De regeldrukkosten worden waar mogelijk, ook in evaluaties, kwantitatief in kaart gebracht aan de hand van het rijksbrede Standaard Kostenmodel. Evaluaties waarbij aandacht is besteed aan regeldruk zijn bijvoorbeeld de evaluatie van de Wbso, de evaluatie van de zorgkostenaftrek en de evaluatie van de EIA. De regeldruk is zogezegd een aspect waar we standaard naar kijken bij de evaluatie van beleid. Komt er een vereenvoudigingsagenda voor belastingwetgeving? Dit kabinet onderschrijft de noodzaak van vereenvoudiging van het fiscale stelsel. Zoals gezegd in de aanpak vereenvoudiging fiscaal stelsel kijk ik hierbij naar ondoelmatige en ondoeltreffende fiscale regelingen. Het aanpakken van fiscale regelingen leidt tot een minder complex en minder ondoenlijk belastingstelsel. Het ambtelijk rapport Kansen voor lagere tarieven en beter beleid, dat ik op 30 juni aan uw Kamer heb gestuurd, schetst hiervoor een aantal beleidsopties. Het is aan een volgend kabinet om verdere stappen hierin te zetten. Tegelijkertijd loopt er in Europa ook een vereenvoudigingsexercitie. Begin 2026 zal de Europese Commissie met een voorstel hierover komen. Als u vraagt wat we al vereenvoudigd hebben: neem bijvoorbeeld de bpm-vrijstelling voor ondernemers met een nieuwe bestelauto. Die is afgeschaft per 1 januari 2025. Om misbruik van de regeling te voorkomen, hanteerde de fiscus een andere definitie van "bestelbusje" dan de RDW. Door het afschaffen van de bpm-vrijstelling was het mogelijk om de voertuigdefinitie direct gelijk te trekken met die van de RDW. Met het Belastingplan 2025 is dit allemaal geregeld. Dat is even een voorbeeld van hoe we daarmee bezig zijn. Wat betreft goede vormen van het doelmatiger maken van regelingen en daarmee ook het afschaffen van ondoelmatige regelingen: we zijn speciaal voor start-ups nu de regeling voor medewerkersparticipatie aan het uitwerken. Daarvoor schaffen we de stakingsaftrek en de meewerkaftrek af. Dat is echt precies hoe ik vind dat het zou moeten. Draghi heeft een rapport geschreven waarin hij landen oproept om significant te investeren. Zoals u weet — dat heb ik gisteren ook in het debat over nationale fiscaliteit gezegd — is er natuurlijk altijd een tekort aan geld in dit land. Dan ga je dus kijken wat je kan doen met de middelen die je hebt. Als je dan ziet dat je tientallen miljarden niet doelmatig besteedt … Doe je ogen dicht en stel je voor wat je met tientallen miljarden kan doen als je het wél doelmatig zou besteden. Ik denk dat daar de uitdaging ligt. Dat is ook de inzet van dit kabinet en dat is ook precies de reden waarom er niet voor tientallen miljarden aan bezuinigingen is gefinancierd door deze regelingen af te schaffen. Dat is vanwege het feit dat dit geld uiteindelijk echt doelmatig besteed moet worden aan de zaken die we graag willen stimuleren als land. Dan kom ik bij de volgende vraag. Mevrouw Van Eijk vraagt of het mogelijk is om verplichtingen uit DAC-richtlijnen te verminderen. Allereerst: we zijn ook juist heel blij met DAC-richtlijnen, vanwege het feit dat ze ons enorm helpen in zaken rondom gegevensuitwisseling, waardoor we in het kader van belastingontwijking de afgelopen jaren hele goede en grote stappen gezet hebben. Het verminderen van verplichtingen uit de DAC-richtlijnen is in beginsel alleen mogelijk via aanpassing van de richtlijnen zelf. De Europese Commissie evalueert momenteel ook de DAC. Ervaringen van zowel overheden als het bedrijfsleven worden door er de Commissie bij betrokken om te bezien waar vereenvoudiging mogelijk is. Nederland heeft hier actief aan bijgedragen. Op basis van deze evaluatie wordt begin 2026 een voorstel tot herziening van de DAC-richtlijnen verwacht. Ik verwelkom dit proces. Nederland zet zich samen met onder andere Duitsland actief in voor vereenvoudiging van Europese fiscale regels, waaronder de DAC. Ik ben afgelopen week nog in Duitsland geweest. Een van de gevolgen van de NAVO-top was dat wij als bewindspersonen, en ook onze staf, bepaald niet welkom waren, dus zijn we op een werkbezoek naar Duitsland geweest. We hebben een goed gesprek gehad met de staatssecretaris van Fiscaliteit aldaar. Juist op dit punt hebben we de samenwerking met elkaar verder bekrachtigd. We zetten in op verduidelijken van bestaande regels zodat interpretatieverschillen tussen lidstaten afnemen, gestroomlijnde rapportageverplichtingen met minder overlap en betere afstemming en opschoning van overbodige lasten, zeker waar informatie geen meerwaarde heeft, waar informatie elders wordt verkregen of waar al specifieke antimisbruikmaatregelen voor gelden. Een voorbeeld — ik maak het voorbeeld even af, als u het goed vindt — van waar dit allemaal speelt, is DAC6. DAC6 verplicht intermediairs en belastingplichtigen om grensoverschrijdende structuren te melden. In de praktijk verschillen lidstaten sterk qua interpretatie en uitvoering, bijvoorbeeld rond het verschoningsrecht en de technische rapportage. Daarnaast leidt DAC6 tot dubbele rapportages. Meldingen gaan vaak over transacties die al door antimisbruikmaatregelen worden bestreden. Het kabinet pleit dan ook voor de herziening en vereenvoudiging van specifiek DAC6, maar dit vereist wel overeenstemming op EU-niveau, vanwege het feit dat het een EU-richtlijn is.

Versie b3feaf8a15cae622c91778df42635ecd3663e5f4986ce70014edbdb2493efe8a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · e1be5598c9783873

13 okt 2026 · 0e0eaf2d19eb4b7c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.