KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 jul 2025 · Tweede Kamer

Internationale fiscaliteit

Brontekst

Staatssecretaris Van Oostenbruggen: Dan gaan we naar een ander onderwerp, belastingontwijking. Daarin neem ik ook direct even alles mee over dividendstrippen, verrekenprijzen, earningsstrippen, dat soort grappen. Als eerste heb ik hier de vraag van de heer Stultiens: waarom neemt het kabinet geen extra stappen om ervoor te zorgen dat Nederland niet meer voorkomt in lijstjes van landen waar belastingontwijking voorkomt? Allereerst is het standpunt van het kabinet: belastingontwijking is onwenselijk. Belastingontwijking ondermijnt de belastingmoraal en schaadt de Nederlandse reputatie. Nederland heeft de afgelopen jaren heel veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen, zowel internationaal als nationaal. Nederland doet het daardoor al veel beter op de foute lijstjes die de heer Stultiens noemt, ook die van Tax Justice. In het laatste State of Tax Justicerapport, uit 2024, zijn er zeventien landen verantwoordelijk voor een groter deel van de wereldwijde belastingontwijking. Nederland doet het in dat lijstje dan ook beter dan landen als Canada en Denemarken. We zien ook in onze eigen cijfers in de jaarlijkse monitoringsbrief dat de maatregelen tegen belastingontwijking effect hebben. We dalen dus in de lijstjes, en dat is goed. De aanpak gaat overigens onverminderd door. We focussen op een gecoördineerde internationale aanpak. Daarmee is internationale belastingontwijking namelijk het meest effectief aan te pakken. Ik ben ook bezig om nationaal constructies aan te pakken. Daarvoor moet wel nader onderzoek gedaan worden, zoals onderzoek naar dividendstripping en onderzoek naar een alternatief voor de antifragmentatieregel, die vorig jaar in het Belastingplan zat. Er lopen ook nog andere onderzoeken naar onder andere de aanpak van belastingconstructies, zoals ook in de bijlage van de Voorjaarsnota 2025 is gemeld. Om maar even wat voorbeelden te noemen: de dividend-, rente- en royaltystroom naar belastingparadijzen is gedaald van naar schatting 37 miljard in 2019 naar 7 miljard in 2023, which is a good thing and a good result. Het is niet zo dat je, als je in vijf jaar tijd van 37 naar 7 gaat, vervolgens in de volgende vijf jaar van 7 naar 0 kan, vanwege het feit dat we de grote klappers van oplossingen wel gemaakt hebben en we nu steeds meer naar de kleinere oplossinkjes gaan, die in aantallen euro's steeds minder gaan opleveren. Bedrijven die geraakt worden door de earningsstrippingmaatregel trekken circa 5 miljard minder aan rente af door de maatregel dan bedrijven die niet door de maatregel worden geraakt. Ook de cv- en bv-structuren zijn effectief aangepakt door de implementatie van ATAD 2, om maar even wat te noemen. Ik moet zeggen: ik ben zelf in ieder geval echt wel tevreden over alles wat er is gebeurd en wat er nog te doen staat. De heer Stultiens vroeg hoe lang het kabinet dan wacht met aanvullende nationale maatregelen tegen brievenbusmaatschappijen, omdat de EU-richtlijn Unshell stil lijkt te liggen. Het kabinet juicht het EU-richtlijnvoorstel Unshell toe, omdat enkel een gecoördineerde internationale aanpak effectief is. De lidstaten en de Europese Commissie zijn afgelopen maand overeengekomen dat de aanpak van brievenbusmaatschappijen via informatie-uitwisseling mogelijk is. De Commissie zal naar verwachting begin 2026 met een aangepast voorstel komen. Het kabinet wil geen nationale koppen op nieuw Europees beleid. Dat betekent dat het kabinet ook niet zal overgaan tot unilaterale maatregelen waar Europese initiatieven nog niet tot maatregelen hebben geleid. Daarom blijft het kabinet inzetten op een Europees akkoord. Dan een vraag van mevrouw Van Eijk. Een vermogensaftrek lijkt wenselijker dan earnings stripping. Wat zou het budgettaire effect kunnen zijn van een vermogensaftrek? Kan ontwijking worden voorkomen bij een zorgvuldig vormgegeven variant? Graag verwijs ik naar het onderzoek naar een meer gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen, dat in 2021 is uitgevoerd. Uit dat onderzoek blijkt dat de kosten van een vermogensaftrek zeer sterk afhangen van de vormgeving, bijvoorbeeld van het rentepercentage. Ook de manier waarop de aftrek wordt vormgegeven, als een volledige of als een incrementele vermogensaftrek, is van belang. Bij een volledige vermogensaftrek mag jaarlijks voor het gehele eigen vermogen vermogensaftrek geclaimd worden. Bij een incrementele vermogensaftrek mag dat alleen voor het deel van het eigen vermogen dat hoger is dan het jaar ervoor. De budgettaire derving van de laatste variant is logischerwijs beperkter. In dat onderzoek zijn de kosten van de laatste variant geschat op circa 1 miljard euro. Daarbij moet opgemerkt worden dat meer dan de helft van dit bedrag het gevolg is van planning door ondernemingen. De introductie van een vermogensaftrek biedt namelijk in potentie ook weer nieuwe mogelijkheden voor belastingontwijking. Om dit te voorkomen, zijn in zo'n wet dus ook flankerende maatregelen noodzakelijk. Door flankerende maatregelen neemt de complexiteit van de regeling dan weer toe. Bovendien lijken deze maatregelen op voorhand dus ook niet heel effectief. Het voorkomen van belastingontwijking is dus niet volledig mogelijk. Het bezwaar van ontwijking boet aan belang in als een vermogensaftrek in zo veel mogelijk landen tegelijk wordt ingevoerd, waarbij aandacht wordt besteed aan een gemeenschappelijke grondslag en een uniform tarief. Dan was er nog een vraag van mevrouw Van Eijk. In de resultaten die genoemd worden in de recente brief over earnings stripping, wordt het Finse model een interessante optie genoemd. Mevrouw Van Eijk vroeg of dit een verruiming van de drempel voor externe financiering naar 3 miljoen euro betekent, gecombineerd met een drempel van €500.000 voor leningen van verbonden partijen. Allereerst heeft Finland voorwaarden verbonden aan de toepassing van de drempel in de earningsstrippingmaatregel. Deze voorwaarden houden verband met de vraag of en in hoeverre de belastingplichtige is gefinancierd met vreemd vermogen dat is verstrekt door verbonden lichamen of door natuurlijke personen gelieerd aan de onderneming. Ik begrijp inderdaad dat dit op hoofdlijnen betekent dat de drempel in Finland €500.000 bedraagt en wordt verhoogd naar 3 miljoen voor leningen aan niet-verbonden partijen. Ik wil dus onder meer verder onderzoeken of een maatregel die onderscheid maakt tussen externe en interne financiering, conform het Finse model, bijdraagt aan het bestrijden van de belastingconstructies waarbij de earningsstrippingmaatregel wordt ontweken. In de brief heb ik uw Kamer toegezegd haar hier uiterlijk eind 2025 over te informeren. Ik heb nog een vraag van mevrouw Van Eijk. Zou een vrijstelling voor langlopende infrastructuurprojecten in de earningsstrippingmaatregel destijds wenselijk zijn geweest? De earningsstrippingmaatregel is in Nederland strenger geïmplementeerd dan de richtlijn vereist. Met deze strenge implementatie wordt niet alleen opgetreden tegen belastingontwijking, maar wordt ook een meer gelijke fiscale behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen nagestreefd. In algemene zin geldt dat het opnemen van een uitzonderingsmogelijkheid afbreuk doet aan het oogmerk om te komen tot een meer gelijke fiscale behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen. Zou een vrijstelling anders wenselijk geweest zijn? De onderbuik zegt dat dat niet het geval is.

Versie b3feaf8a15cae622c91778df42635ecd3663e5f4986ce70014edbdb2493efe8a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.