KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 jul 2025 · Tweede Kamer

Internationale fiscaliteit

Brontekst

Staatssecretaris Van Oostenbruggen: Ik ga natuurlijk niet over de politieke keuzes van de Kamer. Ik heb volgens mij al een stuk of drie, vier internetconsultaties meegemaakt in mijn termijn als staatssecretaris, waarbij we op een gegeven moment ook gewoon zeggen: nou jongens, we kunnen nu zelf kiezen. Het is ook goed om even langs de maatschappij te gaan om te kijken of we alle invalshoeken gehad hebben. Ik vind dat in ieder geval een vorm van zorgvuldig besturen. Laten we het daarop houden. Als u die politieke keuze maakt, ben ik natuurlijk als was in uw handen; dat is heel simpel. Ik wou in ieder geval zeggen: we zitten niet stil als het gaat om het aanpakken van dividendstrippen. We kennen allang maatregelen tegen dividendstripping. Vorig jaar zijn ook nog aanvullende maatregelen tegen dividendstripping genomen en in werking getreden. Daarnaast is de aanpak van dividendstripping door de Belastingdienst sinds eind 2023 geïntensiveerd, en met succes. De inzet van specialistische kennis en extra mensen heeft in de afgelopen jaren tot resultaten geleid. De huidige bestrijding vergt echter wel schaarse en kostbare toezichtcapaciteit. Vorige week heb ik aan uw Kamer gerapporteerd over het onderzoek naar aanvullende maatregelen. Dividendstripping is complexe materie. Ik wil misbruik bestrijden, maar zonder dat dit leidt tot overkill en verstoring van reële economische transacties. Ook goede uitvoerbaarheid voor zowel de Belastingdienst als marktpartijen is van groot belang bij de nieuwe maatregelen. Uiteindelijk is zo'n internetconsultatie er ook voor bedoeld om, waar het complexe materie betreft, een goed beeld te krijgen van de casus en de situatie. Ik heb dat ook in mijn hoorzitting gezegd, weet ik nog: eerst moet je smoel op het terrein krijgen en dan pas besluiten. Met een compleet beeld kunnen we in ieder geval zien welke gevolgen eventuele wetswijzigingen hebben voor de praktijk en welke maatregelen het meest passend zijn. Dan gaan wij naar ons vestigingsklimaat. Mevrouw Van Eijk constateerde dat directe buitenlandse investeringen met 25% zijn gedaald sinds 2015, gecorrigeerd voor inflatie, en ze noemde ook het recente rapport van EY. Ze vroeg of dit te maken heeft met het invoeren van nationale koppen, waar deze investeringen nu wel naartoe gaan en of het afschaffen van koppen leidt tot meer investeringen. Dat is een mooie vraag. Het klopt dat de directe buitenlandse investeringen in Nederland, gecorrigeerd voor inflatie, met een kwart zijn afgenomen. Het gaat om ongeveer — hou je vast — 900 miljard euro. Anderzijds zijn ook Nederlandse directe investeringen in het buitenland met ongeveer een kwart afgenomen. Dat betreft ook ongeveer 900 miljard euro. Dat is dus geen daling van reële investeringen in Nederland. Het is vooral een daling van doorstroomactiviteiten, waarbij investeringen vanuit het buitenland via Nederland in een ander land worden gedaan. Deze daling is het gevolg van een succesvolle nationale en internationale aanpak van belastingontwijking en dus geen indicatie van een verslechtering van ons vestigingsklimaat. Dat neemt niet weg dat ik ook het rapport van EY gezien heb. Het kabinet neemt de zorgen omtrent het investeringsklimaat serieus. Op fiscaal terrein zet het kabinet in op stabiel en voorspelbaar fiscaal beleid en volgens mij ziet u dat ook van mij in het afgelopen jaar. Ook zet het kabinet geen nationale koppen op Europees beleid. Mevrouw Van Eijk heeft nog enkele vragen gesteld over het onderzoek naar innovatiekredieten. Ze heeft de indruk dat onderzoek suggereert dat geen enkel land hiermee bezig is. Ze vroeg of dat klopt. Verder vroeg ze of ik meer kan zeggen over Zwitserland en Singapore. Ook vroeg ze of andere lidstaten, zoals Frankrijk, fiscale regelingen aan het aanpassen zijn. Laat ik vooropstellen dat ik in het onderzoek dat ik met u gedeeld heb, zeker niet de indruk heb willen wekken dat geen enkel land bezig is met innovatiekredieten. Ik heb in mijn onderzoek juist willen bezien in hoeverre een systeem van innovatiekredieten van meerwaarde kan zijn voor Nederland. Een fiscale maatregel om innovatie te stimuleren, is heel landspecifiek. De vraag of een belastingtegoed doelmatig en doeltreffend is, is afhankelijk van de nadere invulling van een dergelijk belastingtegoed in het betreffende land en van de internationale economische context waarin dit wordt verstrekt. Daarom is het alleen nuttig om te kijken naar landen met een soortgelijke economische context als Nederland. Ook in evaluaties van innovatie-instrumenten wordt daarom gekeken naar een selectie van landen. In beginsel heb ik net als in de evaluatie van de Innovatiebox België, Ierland, Singapore en het Verenigd Koninkrijk als uitgangspunt genomen. Duitsland is daarin niet meegenomen, omdat dat geen innovatieboxregime kent, maar Duitsland is economisch goed vergelijkbaar met Nederland en daarom toegevoegd aan dit specifieke onderzoek. Voor belastinginstrumenten zijn we gebonden aan EU-wetgeving. Ik heb vervolgens uitsluitend de EU-lidstaten België, Duitsland en Ierland geselecteerd. Tot slot heb ik besloten om specifiek te focussen op Duitsland en België, vanwege hun vergelijkbaarheid qua vpb-tarief. Ierland hanteert een vpb-tarief van 12,5%, dat minder vergelijkbaar is met Nederland. Dit heeft natuurlijk sterke gevolgen voor de wenselijkheid van een eventueel belastingtegoed. Dat wilde ik dus daarover zeggen. Mevrouw Van Eijk verwees naar de gisteren gepubliceerde aanbevelingen van de Europese Commissie voor verrekenbare belastingkredieten in het kader van de Clean Industrial Deal. Ze vroeg of ik bereid ben om nog een slag te maken en vervolgonderzoek uit te voeren. Nou, gisteren zat ik hier. Ik heb de aanbevelingen nog niet tot mij kunnen nemen en zal deze nader bestuderen. We hebben natuurlijk al wel heel veel onderzocht, zowel in de eerdere brief, van 25 oktober 2024, als in de brief die u maandag ontvangen heeft. Om belastingen goed in te voeren, zijn er een aantal factoren waar je naar moet kijken. Wat is het beleidsdoel? Welke innovaties wil je stimuleren? Maar ook staatssteunkaders, uitvoeringsaspecten en budgettaire aspecten zijn van belang. Dit zijn allemaal politieke vragen, waarbij ik ook een grote rol zie voor uw Kamer. De doelmatigheid en doeltreffendheid van een belastingtegoed in plaats van of naast de reeds bestaande subsidies en fiscale faciliteiten ten aanzien van innovatie zijn echt afhankelijk van de nadere invulling van een dergelijk belastingtegoed in het betreffende land en de internationale economische context waarin dit wordt verstrekt. In mijn brief van 30 juni heb ik nader onderzoek gedaan en ben ik ingegaan op de volgende aspecten. Ten eerste de minimumbelasting. Doordat in Nederland groepen vrijwel altijd reguliere winst hebben die hier tegen 25,8% wordt belast, heeft de minimumbelasting een zeer beperkte invloed op de effectiviteit van fiscale regelingen. Hierdoor vormt de invoering van een minimumbelasting momenteel geen aanleiding om de fiscale regelingen in Nederland aan te passen. We kijken ook naar het bestaand fiscaal instrumentarium. We hebben al veel verschillende instrumenten en besteden ten opzichte van andere OESO-landen bovengemiddeld veel van ons bbp aan het stimuleren van innovatie. Deze bestaande instrumenten worden als positief ervaren en zijn grotendeels doeltreffend en doelmatig. Voorts verstrekt Nederland een scala aan subsidies, waarmee het innovatie-ecosysteem in Nederland wordt ondersteund. Ook volgt later dit jaar een periodieke rapportage over het totale innovatiebeleid van Nederland. Dan vroeg mevrouw Van Eijk: wat zijn volgens de SEO-methodologie …

Versie b3feaf8a15cae622c91778df42635ecd3663e5f4986ce70014edbdb2493efe8a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.