statement · 20 mei 2026 · Tweede Kamer
Herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren
Brontekst
Minister Heerma: Dank u, voorzitter. Een gemeentelijke herindeling is geen doel op zich, maar wel een manier voor gemeenten om zich beter toe te rusten op de maatschappelijke opgaven. Dit is uiteraard meestal niet de eerste stap die een gemeente zet richting het versterken van de bestuurskracht, maar het is wel een effectieve stap op het moment dat andere interventies onvoldoende bleken te werken. Ik heb geconstateerd dat de gemeenteraad in Wijdemeren verschillende alternatieven heeft gewogen, maar dat zij een bestuurlijke fusie als de enige houdbare optie zagen die zou leiden tot het behoud van voorzieningen binnen deze landelijke gemeente. Het feit dat eerdere fervente tegenstanders van een dergelijke fusie en voorstanders van zelfstandigheid van Wijdemeren uiteindelijk unaniem vóór deze herindeling hebben gestemd, illustreert voor mij dat de gemeenteraden de noodzaak van deze stap inzagen en daarbij dus hun verantwoordelijkheid hebben genomen. Laten we dit democratisch beginsel, lokaal bestuur in de lead, ook koesteren. Het is een hoeksteen van ons democratisch proces en van het huis van Thorbecke, dat werd aangehaald in de eerste termijn. De betrokken raden zijn van mening dat opschaling nodig is om het dorpse karakter van de dorpen voor de toekomst veilig te stellen. Bij een herindeling is altijd een afweging te maken tussen de noodzaak om de bestuurs- en slagkracht van het bestuur te behouden en de wens om de nabijheid van het bestuur ook te behouden. Mensen willen een toegankelijk bestuur dat tegelijkertijd complexe opgaven met vertrouwen tegemoet treedt, voorzieningen op peil houdt en de lasten voor burgers tot een acceptabel niveau beperkt. Dit onderhavige herindelingsvoorstel is tot stand gekomen onder het Beleidskader gemeentelijke herindeling 2018 en vloeit voort uit een initiatief van de betrokken gemeenten zelf. Dat blijkt uit het herindelingsadvies dat zij hebben opgesteld. Daarmee is dit een herindeling zoals is voorzien in de aanpassing van het beleidskader, en ook zoals de regering en een groot deel van dit parlement het graag ziet, namelijk een herindeling van onderop, om te komen tot een gemeente die is toegerust voor de huidige en nieuwe opgaven met voldoende draagvlak onder de bevolking in de regio. Het ingediende herindelingsadvies en de positieve zienswijze van de provincie Noord-Holland heb ik getoetst aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling. Het voorstel is daarmee beoordeeld op zorgvuldigheid, het doorlopen van het proces en een aantal inhoudelijke criteria. De regering is van mening dat het doorlopen proces, dat van onderop tot stand is gekomen, past binnen het Beleidskader gemeentelijke herindeling en voldoet aan de uitgangspunten van de Wet ARHI. In de nota naar aanleiding van het verslag ben ik inhoudelijk ingegaan op tal van vragen die hierover gesteld zijn. Ik wil vanaf deze plek graag nogmaals benadrukken dat het aan de gemeenteraden is voorbehouden om maatschappelijk draagvlak te beoordelen en te vergroten en om uit de verschillende mogelijkheden voor het versterken van de bestuurskracht de beste optie te kiezen, zoals dat hier ook is gedaan. Dit vind ik logisch en goed uitlegbaar. Ik vertrouw op de afweging die de gekozen lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers daarin hebben gemaakt. Daarmee is de rol die wij als landelijke politiek en ik als minister hebben geen afvinklijstje, maar het zit dus wel in de gelaagdheid van het proces zoals dat in de wet en in het beleidskader is neergelegd. Diverse sprekers in de Kamer hebben ook aangegeven dat ons als landelijke politiek daarin dus enige terughoudendheid past. Ik vond dat de heer Flach op dat punt een mooie integere afweging maakte. Hij heeft zijn twijfels over de vormgeving, maar het proces is wel binnen die vormgeving doorlopen. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om een lokaal passende invulling te kiezen. Zij worden geacht het beste in staat te zijn om hier invulling aan te geven. Wat ik dus niet doe, is het werk van het gemeentebestuur en het provinciebestuur daarna overdoen. Dit betekent dat ik dus niet zelf elke individuele zienswijze of andere stukken ga zitten doornemen als daar geen duidelijke aanleiding voor is. Hetzelfde geldt voor individuele straatinterviews. Wat betreft de consultatie die de Kamer zelf heeft gedaan: die keuze heeft de Kamer gemaakt. Ik heb in de nota naar aanleiding van het verslag al aangegeven dat ik ervan uitga dat wat de Kamer daarin opgehaald heeft, in het verslag zijn beslag heeft gekregen en daarmee in de vragen die het parlement daar en hier stelt, terecht is gekomen. De heer Van Houwelingen, maar ook de heer Clemminck en anderen stelden de vraag of het vanuit democratisch oogpunt wenselijk is dat er een referendum wordt gehouden. De heer Vermeer van BBB heeft een amendement ingediend. Daar heb ik al een oordeel over gegeven in de nota naar aanleiding van het verslag, maar straks aan het einde van de termijn zal ik daar nog op terugkomen. Conform het huidige beleid is het aan gemeentes zelf om invulling te geven aan de manier waarop zij maatschappelijk draagvlak voor een herindeling vaststellen. Dat kan via een referendum, maar dat is geen verplichting. De afweging of het wenselijk is om een referendum te houden, laten we bewust over aan de gemeenten zelf. Gemeenteraden hebben in de representatieve democratie natuurlijk democratische legitimiteit. Dit betekent dat wij als Rijk vertrouwen op de bestuurders en de volksvertegenwoordigers en dat wij erop vertrouwen dat zij weloverwogen keuzes maken voor hun gemeentes en dus ook voor hun inwoners. Verder heeft het lid Clemminck mij expliciet gevraagd of ik een oproep wil doen aan de lokale bestuurders in Best en Oirschot en hun wil zeggen dat zij een referendum zouden moeten houden. Om de reden die ik zojuist aangaf, ga ik dat dus niet doen. De heer Vermeer vroeg of de minister ziet dat er een verschil is tussen informeren en raadplegen. Erkent de minister dat het achteraf ophalen van zorgen anders is dan inwoners vragen of ze de fusie wel willen? Ik ben het met de heer Vermeer eens dat er een verschil is tussen informeren en raadplegen. In een meerjarig en complex herindelingsproces, waarvan hier sprake is, komen beide elementen op verschillende momenten aan bod. Uit het logboek dat de gemeenten hebben opgesteld, blijkt dat in beide gemeenten inspanningen hebben plaatsgevonden om de bewoners zowel te informeren als te consulteren, maar niet met de expliciete of-vraag in de vorm van een referendum. Tot slot merk ik op dat, ook als er helemaal niks aan te merken zou zijn op een proces en je het maximale doet om maatschappelijk draagvlak te krijgen, het nooit zo is dat het draagvlak 100% wordt. Ook binnen het beleidskader geldt dat het draagvlak drie elementen kent: lokaal bestuurlijk, maatschappelijk en regionaal. In die balans is dat in het beleidskader opgenomen. Door Forum voor Democratie werd net gevraagd naar het mandaat. Partijen hebben iets anders gedaan dan wellicht in campagnes naar voren is gebracht. De heer Vermeer vroeg of de minister heeft onderzocht of de lokale partijen middels hun verkiezingsprogramma mandaat is gegeven voor deze fusie. Zoals ik heb aangegeven: in een representatieve democratie geven kiezers hun stem aan kandidaten. Eenmaal gekozen tot volksvertegenwoordigers, hebben zij een vrij mandaat om te bepalen en te wegen wat de beste koers is voor hun gemeente. Het is dan ook niet aan mij of aan welke minister dan ook om hier vast te stellen of lokale volksvertegenwoordigers hun verkiezingsbeloften zijn nagekomen of niet. De heer Vermeer vroeg ook: wanneer vindt de minister het wel genoeg om te zeggen dat draagvlak onvoldoende is? Wat is er nodig voor de minister om te zeggen dat het toch geen goed idee is? Zo was zijn vraag. Ik heb al eerder aangegeven: er is geen eenduidig antwoord te geven op de vraag wanneer maatschappelijk draagvlak voldoende is. Betrokken gemeenteraden hebben afzonderlijk en gezamenlijk gesproken over de manier waarop zij maatschappelijk draagvlak meten en organiseren. Mijn beeld is dat zij dat op een gedegen transparante manier hebben gedaan. Als je in het logboek kijkt, zie je dat er heel veel acties zijn ondernomen. Daarnaast is draagvlak niet enkel het maatschappelijke draagvlak. Maatschappelijk draagvlak is ook niet bovengeschikt aan bestuurlijk draagvlak of regionaal draagvlak, in ieder geval niet zoals we het nu vormgeven. De gemeenteraden hebben integraal een besluit genomen, bij herhaling met unanimiteit in Wijdemeren, waarbij ze alle belangen hebben meegenomen en gewogen. Diverse sprekers in de Kamer, waaronder mevrouw Tseggai en de heer Meulenkamp, hebben vragen gesteld over het behoud van de lokale identiteit en het dorpse karakter. Ik deel het belang van het behoud van de lokale identiteit, zowel het stadse karakter van een gemeente als Hilversum, alsook het landelijke en meer dorpse karakter van Wijdemeren. Ik denk dat deze herindeling juist kansen biedt om dat karakter te behouden en te versterken. De verschillen in karakter tussen gemeenten worden ook door de gemeenten zelf gezien en als waardevol betiteld. Dat kan juist een kracht zijn voor de nieuwe gemeente. Met betrekking tot de afstand tot het bestuur wil ik benadrukken dat lokale democratie in mijn ogen niet alleen sterk is wanneer een burgemeester of wethouder alle inwoners bij naam kent. Het organiseren van het juiste debat binnen een gemeente, maar zeker ook met inwoners, vraagt een zekere beleidscapaciteit en slagkracht. Datzelfde geldt voor het organiseren en op peil houden van voorzieningen. De ervaren spagaat tussen enerzijds de wens van bestuurlijke zelfstandigheid om behoud van identiteit en nabijheid van bestuur te waarborgen en anderzijds de noodzaak om voldoende slagkracht te ontwikkelen, is er een die we vaker terugzien, maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Ook van grotere gemeentes en fusiegemeentes mag nabijheid verwacht worden. Dat gaf ik eerder ook al aan. De heer Vermeer vroeg specifiek naar lokale kennis. Hij vroeg of de stem van de mensen in Wijdemeren niet weg zou vallen als Wijdemeren onderdeel zou worden van Hilversum. Binnen het herindelingstraject is er juist expliciet aandacht voor de dorpen en de dorpsidentiteit. Binnen de gemeente Wijdemeren zullen dorps-cv's worden gemaakt, ook na de fusie. Deze dorps-cv's worden samen met bewoners opgesteld om de historie, verhalen en ambities van de kernen in Wijdemeren vast te leggen en aan een nieuwe gemeenteraad mee te geven. De stem van de dorpen krijgt dus wel degelijk aandacht. Het is belangrijk dat de nieuwe gemeenteraad die straks in het lokale beleid zal meenemen. De heer Vermeer gaf ook aan dat mensen in een gemeente wonen die straks niet meer bestaat. Maar ik wil ook benadrukken dat de dorpen en de kernen binnen die gemeente wel blijven bestaan. De inwoners blijven ook na de herindeling inwoners van hun dorp. Dat was na een vorige herindeling zo en dat is nu nog steeds zo. Mevrouw Bikker gaf aan dat dorpsgericht beleid nog geen volwaardige vervanger is van democratische zeggenschap. Democratische zeggenschap blijft er natuurlijk in een grotere gemeente ook. Ik wil ook niet zeggen dat dorpsgericht beleid een doel op zich is, maar het is wel een middel. Het is een manier om maatwerk te kunnen bieden binnen het vormgeven van beleid. De brug tussen wensen van inwoners en het lokale bestuur wordt hier concreet gelegd bij dorpscoördinatoren en binnen het stedelijke gebied bij wijkcoördinatoren. Het is voor mij duidelijk dat het behoud van het dorpse karakter vanaf het begin voor de beide betrokken gemeenten een zeer belangrijk aandachtspunt is geweest. Voorzitter. Ik zou door willen gaan naar het meer algemene beeld van herindelingen. Ik heb dat deels al aangeraakt.
Versie b47ab7c99b99015852d1bf9f6d48d7c89c1541f9ad18aa3cf6d7d16ad62c54d8 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.