KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 20 mei 2026 · Tweede Kamer

Herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren

Brontekst

Minister Heerma: Ik heb al aangegeven dat dit beleidskader tot stand gekomen is vanuit de wens dat herindelingen plaatsvinden van onderop. Dat was een breed gedeelde wens in de politiek — dat zat aan de kant van het kabinet en aan de kant van de Kamer — waarbij draagvlak van onderop werd neergelegd bij de lokale gemeenteraden en bij het lokale bestuur. Daarbij zijn er kaders meegegeven, die ook vrij zijn in de keuzes die gemeentes maken over hoe ze dat doen. Dat is hier uitgevoerd. Ik zal zo … Eigenlijk geeft de heer Clemminck het perfecte bruggetje richting het blokje over de verbreding. Daarvoor geldt dat de Kamer hier een breder debat over kan voeren. Ik zie er overigens breed in de Kamer nog steeds draagvlak voor dat gemeenteraden hierin leidend zijn en dat zij dus ook de keuzes kunnen maken. Mevrouw Huizenga en de heer Meulenkamp, maar eigenlijk ook de heer Flach, stelden de vraag of er lessen te trekken zijn, omdat het beleidskader nu een jaar of acht bestaat en dit de negende herindeling onder dat beleidskader is. Dat is dus breder dan alleen deze herindeling. Ik merkte dat ik naar aanleiding van die vraag twijfelde over hoe daarmee om te gaan. Als je namelijk echt wilt kijken wat de lessen zijn, verdient het ook een echte bestudering. Ik wil antwoord geven en zeggen wat voor zaken wij in ieder geval zien, zonder de indruk te wekken dat dit een uitputtende analyse is van de lessen die uit acht herindelingen zijn getrokken. Dat was volgens mij ook niet de vraag die mevrouw Huizenga stelde. Tegelijkertijd vind ik het flauw om er geen enkel antwoord op te geven. Ik wil dus aan de voorkant aangeven dat er hier geen hele uitgebreide analyse heeft plaatsgevonden van wat alle lessen zijn, maar er zijn wel zaken die opvallen. Dit is dus ervaring en de rode draad. Om te beginnen: je ziet dat er onder het nieuwe beleidskader bij provincies — omdat het niet meer van bovenaf komt, maar van onderop, wat de norm is en ook de voorkeur heeft — sprake lijkt te zijn en kan zijn van terughoudendheid om hierin een rol te pakken. Een van mijn voorgangers heeft in 2021 al een brief gestuurd die ingaat op de rol van de provincies in herindelingsprocessen, het beperkte instrumentarium dat daarvoor beschikbaar is, en de beperkte rol die zij daar voor zichzelf mogelijk in zien, hoewel ze feitelijk wel een rol hebben. Een tweede beeld dat je ziet als je naar de recente herindelingen kijkt, is het volgende. De maatschappelijk-economische oriëntatie van verschillende kernen binnen één gemeente kan heel verschillend zijn. Toch zie je bij veel herindelingen dat de neiging van gemeenten in eerste instantie is om vanuit de entiteit "gemeente" naar een herindelingsproces te kijken, terwijl het van belang is dat gemeenten bij een herindeling goed motiveren waarom er gekozen wordt voor een gehele herindeling of bijvoorbeeld een gedeelde splitsing. De focus lijkt toch heel erg vaak op de gemeente als geheel te liggen. Het derde wat opvalt, gaat eigenlijk terug naar de vraag van de heer Clemminck en in ieder geval een deel van de Kamer, en mijn reflectie daarop in de eerste termijn. Wat valt op? In 2018 is gekozen voor een werkwijze waarin van onderop echt de verantwoordelijkheid bij de gemeenteraad werd neergelegd, dus ook de verantwoordelijkheid om als lokaal bestuur met dat draagvlak aan zet te zijn. Echter, bij de debatten over gemeentelijke herindeling zie je dat het belang dat wordt toegekend aan maatschappelijk draagvlak, aan gewicht heeft gewonnen. Als dat criterium hier in het debat aan gewicht wint, zal het relatieve gewicht van andere criteria juist afnemen. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het is wel een constatering die ziet op het volgende. Er bestaat vrij brede consensus over het idee dat herindeling een zaak is waar de lokale gemeenten aan zet zijn. Je ziet dat in het debat hier in dit huis het belang van maatschappelijk draagvlak zwaarder wordt gewogen. Diverse fracties zeiden: we zouden best met elkaar kunnen overwegen om in het licht van deze ontwikkelingen het Beleidskader gemeentelijke herindeling eens tegen het licht te houden. Voor mij geldt dat ik de uitgangspunten van het beleidskader uit 2018 nog steeds goed vind. Hetzelfde geldt voor de keuzes die daarin gemaakt zijn. Ik proef dit ook breed in de Kamer, maar ik hoor ook de vragen van diverse leden en de worsteling van de heer Flach. We zouden kunnen overwegen om het beleidskader tegen het licht te houden, waarbij voor mij geldt dat het lokale bestuur daarbij aan zet is. Dat vind ik het juiste uitgangspunt.

Versie b47ab7c99b99015852d1bf9f6d48d7c89c1541f9ad18aa3cf6d7d16ad62c54d8 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.