Herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren
Herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren
statement · 20 mei 2026 · Tweede Kamer
Minister Heerma: Dank u wel, voorzitter. Ik dank de leden van de Kamer voor hun inbreng in de eerste termijn. Ik dank de leden ook dat deze voortzetting, na het schorsen van het debat vorige week woensdagavond, zo snel ingepland kon worden, omdat dit van groot belang is voor het tijdig kunnen afronden van dit wetstraject. We zijn hier vandaag om door te debatteren over de herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren. De afgelopen jaren zijn er relatief weinig gemeentelijke herindelingen geweest. Voor mij als verantwoordelijk minister is dit dus ook de eerste gemeentelijke herindeling. Ik heb de indruk dat dat voor diverse Kamerleden in dit huis ook het geval is. Ik zou in mijn eerste termijn de volgende structuur willen hanteren. In eerste instantie geef ik een beknopte beschouwing op ontwikkelingen binnen bestuurlijk Nederland, met name naar aanleiding van de vragen die zijn gesteld rondom bijvoorbeeld de schaalgrootte of de druk die kleine gemeenten zouden kunnen ervaren wat betreft de bestuurskracht. Ten tweede beantwoord ik de vragen die meer specifiek gaan over de herindeling van Hilversum en Wijdemeren. Daarnaast zijn er door verschillende fracties ook in algemene zin vragen gesteld over het beleidskader herindeling. Daarbij zie je dat er verschillende fracties in de Kamer zijn die met name het maatschappelijk draagvlak en het vraagstuk van een referendum heel belangrijk vinden. Er is ook een heel groot deel van de Kamer dat juist de opdracht die is neergelegd bij het lokale bestuur als uitgangspunt neemt en dat leidend laat zijn. Voor de heer Flach geldt dat hij een soort middenpositie inneemt. Hij is niet heel enthousiast over het beleidskader, al gaf hij wel aan dat de regels nu gelden, maar hij heeft ook vragen over de toekomst. Die vragen zal ik met name in het laatste blok meenemen. Dat geldt voor de vragen van anderen ook, maar de positie van de heer Flach van de SGP was zo bijzonder dat ik denk dat die veel aandacht in dat blok zal krijgen. Ik begin bij de beschouwing. De opgaven voor gemeenten zijn fors en stellen hoge eisen aan bestuurskracht en slagkracht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de jeugdzorg, de woonopgave, de energietransitie en het op peil houden van het voorzieningenniveau. Er wordt veel gevraagd van gemeenten. Gemeenten zijn een belangrijke schakel in de realisatie van maatschappelijke opgaven. Vaak zijn die complex en is er een breed veld met andere spelers. De bestuurs- en uitvoeringskracht van gemeenten wordt daarbij beproefd. Dit is ook een reden waarom een toenemend aantal gemeenten aan het nadenken is over de toekomst. Dat kan gaan over regionale samenwerking, maar ook over ambtelijke en bestuurlijke fusies. Ik zie, net als diverse sprekers van de Kamer in het debat van vorige week, dat met name kleinere gemeenten vaker worstelen met hun bestuurs- en uitvoeringskracht. Verschillende fracties hebben in hun inbreng ook gevraagd naar een visie op schaalgrootte. De heer Clemminck had het daar expliciet over. Mevrouw Bikker van de ChristenUnie stelde er ook vragen over of kleinere gemeentes zich daarmee impliciet gedwongen zouden kunnen voelen om tot een herindeling te besluiten. Nu geldt dat het primair aan het lokale bestuur is om hier verantwoordelijkheid in te nemen en tot afwegingen te komen. Maar ik ben het ook met de sprekers uit de Kamer eens dat de plek van het lokale bestuur in de bestuurlijke inrichting van Nederland ook onze aandacht vraagt, in het bijzonder van mij als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De overheid zal zich steeds vaker af moeten vragen wat de gewijzigde omstandigheden betekenen voor de manier waarop de overheid georganiseerd is en of de taaktoedeling aan gemeenten passend is. Onder andere met de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, maar ook met het aankomende beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur, dat binnenkort naar de Kamer toegestuurd zal worden, wordt geborgd dat er zorgvuldiger wordt omgegaan met de toedeling van nieuwe taken aan gemeenten en met nieuwe decentralisaties. Deze kaders en instrumenten moeten eraan bijdragen dat ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht beter in balans zijn en dat een herindeling van onderop daadwerkelijk een vrijwillige herindeling blijft. Mijn voorganger heeft medio vorig jaar in de voortgangsbrief goed bestuur toegezegd voor het einde van 2026 met een visie op de regionalisering van het openbaar bestuur te komen. Deze visie zal echter een bredere scope hebben en zal ook gaan over de veranderende positie van gemeenten en provincies, de bestuurs- en uitvoeringskracht en ook de schaalgrootte van gemeenten. Ik weet dat de heer Clemminck vroeg of ik die visie voor de zomer zou kunnen sturen. Dat gaat mij niet lukken, maar ik hoop dat ik met de toezegging om in de visie op regionalisering hier specifiek op in te gaan, toch tegemoet kan komen aan het verzoek. Ik verwacht die visie voor het einde van het jaar te sturen. Mevrouw Bikker van de ChristenUnie vroeg nog of er meer gemeentes zijn waar de bestuurskrachtproblematiek speelt. Uit gesprekken, maar ook uit een media-analyse, blijkt dat er bij meerdere, met name kleinere, gemeentes zorgen zijn over de bestuurs- en slagkracht. Op een aantal plekken in het land spelen er gesprekken over een mogelijke herindeling, tegen de achtergrond dat het er in de afgelopen jaren relatief weinig zijn geweest. Ook de heer Flach verwees hier al naar. Sowieso geldt het in Best en Oirschot, zoals door verschillende sprekers ook is aangehaald, maar het speelt ook in Wormerland, Oostzaan en Landsmeer, in Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo, in Brummen en Rheden, en in de regio De Liemers, met Doesburg, Duiven, Westervoort en Zevenaar. In Best en Oirschot speelt het echt concreet: er wordt gewerkt aan een plan voor een herindeling in 2028. Wat er op die andere plekken gebeurt, is afwachten, maar daar speelt de discussie in ieder geval wel. De heer Bosma vroeg expliciet van wie de lokale democratie is. Hij verwees volgens mij naar minister Bruins Slot, die aangaf dat gemeentes meer zijn dan een uitvoeringsloket. Laat ik daarover het volgende aangeven. Op heel veel terreinen zijn gemeenten de eerste overheid, het meest nabije bestuur. Zij zijn van groot belang voor het functioneren van de overheid. Gemeenten voeren ook taken uit in medebewind, maar het zijn autonome overheden. In de lokale democratie worden besluiten genomen in het belang van de inwoners. Gemeentes zijn heel veel meer dan een uitvoeringsloket, en dat moeten we ook koesteren. Dan ga ik naar de vragen over de specifieke herindeling van Hilversum en Wijdemeren en over de wijze waarop de kaders zijn toegepast.
Versie b47ab7c99b99015852d1bf9f6d48d7c89c1541f9ad18aa3cf6d7d16ad62c54d8 · Officiële bron.
Herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.