statement · 24 sep 2026 · Tweede Kamer
Duurzaam vervoer
Brontekst
De heer Bikkers (VVD): Voorzitter. Dat brengt mij bij de laadinfrastructuur. Het aantal laadpunten zegt niet genoeg. Een laadpunt zonder voldoende vermogen, op een verkeerde plek of zonder tijdige netaansluiting, helpt een ondernemer niet verder. Voor zwaar vervoer geldt dat nog sterker. Daarom is mijn vraag aan de staatssecretaris: kan zij voor het einde van het jaar inzicht geven in hoe we ervoor staan qua logistiek laden, concrete doelen voor laadvermogen, realisatietermijnen en dekkingen voor logistieke corridors en bedrijfsterreinen? Als het aan de VVD ligt, benutten we alle oplossingen: groepscapaciteitscontracten, batterijopslag, cable pooling, laden op het moment dat er minder wordt belast. Al dat soort zaken moeten wat mij betreft meegenomen worden. Je kunt de ondernemer immers niet eerst verplichten om te elektrificeren, maar vervolgens zeggen: maar uw aansluiting komt volgend jaar pas. Graag een reflectie van de staatssecretaris daarop. Voorzitter. Dat brengt mij op een heel ander thema: de RED III. Hierbij speelt de vraag hoe we de verduurzaming combineren met een sterke Nederlandse economie. De VVD hanteert daarbij een duidelijke lijn, en heeft die ook altijd gehanteerd: geen nationale koppen en geen ongelijk speelveld. Nederlandse bedrijven moeten verduurzamen, maar als wij strengere regels hebben dan buurlanden, dan heeft dat directe economische gevolgen voor brandstofleveranciers van binnenvaart en zeehavens. Dat is relevant voor Rotterdam en Amsterdam; dat zijn belangrijke schakels in de internationale bunkermarkt. Beleidsonzekerheid en verschillen tussen bunkerlocaties kunnen ertoe leiden dat bunkering, opslag, dienstverlening én de investeringen zich verplaatsen. Vanaf 2026 moeten Nederlandse brandstofleveranciers de inzet van hernieuwbare energie en emissiereductie in vervoer verhogen. Mijn zorg is dat Nederland daarmee sneller en anders loopt dan zijn buurlanden. De Kamer heeft de regering eerder, op initiatief van de VVD, gevraagd te onderzoeken hoe bio-lng via de massabalans kan worden toegepast. CE Delft concludeerde dat massabalans het beste scoort op de onderzochte criteria van beleid, duurzaamheid, markt en maatschappij. Tegelijkertijd stelt het kabinet dat de huidige Europese regels het niet toestaan om geïmporteerd fossiel lng via de massabalans te combineren met duurzaam gas dat in het Europese gasnet wordt ingevoed. Onze buurlanden doen dit echter wel. De Europese Commissie werkt, zoals ik begrijp, ook aan een herziening. Daar zit mijn probleem. Als andere landen bestaande infrastructuur en massabalans wel kunnen benutten, terwijl Nederlandse bedrijven die mogelijkheid niet hebben, ontstaat er een concurrentienadeel. Daarom vraag ik de staatssecretaris: waar zitten volgens het kabinet precies de juridische of praktische obstakels om Nederlandse ondernemers dezelfde mogelijkheden te bieden als ondernemers in Europese landen? Als de Europese Commissie de regels herziet, zet Nederland dan actief in op een oplossing waarmee bio-lng via bestaande infrastructuur kan worden ingezet zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de duurzaamheidseisen? Onze inzet is niet minder verduurzaming. Wij willen meer routes naar verduurzaming, zolang die aantoonbaar duurzaam zijn en er binnen Europa dezelfde spelregels gelden. Voorzitter. Tot slot.
Versie 2f5070cd8c992b84c078315ea5d364e90b055d9d9acc0e52a14593e5ba820da3 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Bart Bikkers