Hernieuwbare energie
Brontekst
Versie 30cf44643c2aa2bd · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Oosterhuis (D66): Dank u, voorzitter. De oorlog in het Midden-Oosten, met de sluiting van de Straat van Hormuz, laat opnieuw zien hoe kwetsbaar een energiesysteem is dat gebaseerd is op olie en gas. Volgende week is er een plenair debat over hoe we met de acute gevolgen omgaan, maar de echte oplossing is natuurlijk het structureel verlagen van de vraag naar olie en gas. Dat betekent dat we vol moeten inzetten op verduurzaming, energiebesparing en hernieuwbare energie. We hebben al laten zien dat we dat kunnen. Nederland ging in vijf jaar van 40 miljard naar 30 miljard kuub gas. Dat kunnen we opnieuw. Met schone energie van eigen bodem maken we ons onafhankelijk, beschermen we mensen tegen prijsschokken en bouwen we aan een economie die klaar is voor de toekomst. Voorzitter. Ik wil beginnen met het geven van een compliment aan het kabinet, in navolging van mevrouw Van Oosterhout. Het is namelijk goed dat het budget voor wind op zee wordt verdubbeld en dat er nu 8 miljard beschikbaar is om de energietransitie te versnellen. Maar zoals net ook al aan de orde kwam, is aanbod alleen niet genoeg. Een succesvolle uitrol van wind op zee vraagt ook om een voldoende en voorspelbare vraag naar elektriciteit. Daar zit het knelpunt, want veel bedrijven willen wel elektrificeren, maar lopen vast op netcongestie, hoge netkosten en grote investeringskosten. Daardoor blijven projecten liggen, terwijl de potentie er wel is en die vraag ook nodig is. Dus daarom mijn volgende vraag. Heeft de minister ook gekeken naar instrumenten om die vraagkant te stimuleren, zoals contracts for difference voor afnemers? En is de minister bereid om te onderzoeken hoe deze of andere instrumenten kunnen bijdragen aan meer elektrificatie in de industrie? We zien ook dat bestaande instrumenten tekortschieten. De voorganger van deze minister schreef er ook over. In de SDE++ zitten regelingen voor elektrificatie van de industrie, maar die bieden in de praktijk nog te weinig zekerheid, bijvoorbeeld doordat veranderende nettarieven niet worden meegenomen. Dat maakt kosten onvoorspelbaar en remt investeringen. Dus hoe voorkomt deze minister nu dat onzekerheid die investeringen in de elektrificatie blijft remmen? En welke aanpassingen is de minister bereid te doen om dit te verbeteren? Tot slot. Een concreet knelpunt in de SDE++, zeg ik in navolging van mevrouw Van Oosterhout, betreft de e-boilers met hogetemperatuuropslag. Die zijn nu niet mogelijk door de grens van een netaansluiting van 3 megawatt. Is de minister bereid om deze grens te verlagen, zodat ook middelgrote bedrijven met een middenspanningsaansluiting gebruik kunnen maken van de SDE++? Voorzitter. Naast voldoende vraag naar elektriciteit is ook de businesscase van wind- en zonneprojecten zelf een groeiend aandachtspunt, want steeds vaker zijn er negatieve elektriciteitsprijzen en soms is er dus een overschot aan hernieuwbare elektriciteit. Tegelijkertijd ligt hier ook een kans. Door die elektriciteit op te slaan, kunnen we het systeem slimmer benutten en de waarde van duurzame opwek vergroten. Is de minister bereid om binnen de SDE++ ook te verkennen of uitgestelde levering kan worden gestimuleerd, zodat opslag en flexibiliteit beter worden beloond? Batterijen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Daarin kan technisch al heel veel, maar de businesscase komt nog moeilijk van de grond, ook omdat er onvoldoende stabiele inkomsten zijn voor flexibiliteit en opslag. De minister werkt aan een capaciteitsmechanisme voor de momenten dat er te weinig opwek is. Welke rol ziet de minister voor een capaciteitsmechanisme om de businesscase voor opslag en flexibiliteit ook te verbeteren? En hoe zorgt de minister ervoor dat er binnen zo'n mechanisme vooral ook naar duurzame oplossingen wordt gekeken en dat batterijen hier een volwaardige positie in krijgen en er niet alleen wordt gekeken naar het beschikbaar houden van fossiele centrales? Voorzitter. Tot slot energiebesparing, want energie die we besparen, hoeven we niet op te wekken, niet te importeren en niet te betalen. Dan kom ik vooral op de energiebesparingsplicht. Daar ligt nog een enorme kans, die we simpelweg niet mogen laten liggen. Het zijn besparingen die zichzelf terugverdienen en direct bijdragen aan lagere kosten en meer energiezekerheid. Bedrijven kunnen op een kosteneffectieve manier nog zo veel energie besparen als er op dit moment wordt opgewekt via wind op zee. Maar de cijfers zijn ook helder: slechts 31% van de bedrijven is gecontroleerd en maar 16% voldoet volledig. Kan de minister inzichtelijk maken waarom bedrijven investeringen die zich binnen vijf jaar terugverdienen toch niet doen? Is zij bereid om de handhaving te intensiveren? Ziet zij daarbij ook ruimte voor slimmer en actiever toezicht, zodat het niet alleen gaat om controleren maar bedrijven ook geholpen worden om sneller te besparen? Nu lopen we namelijk achter en raken de doelen uit het zicht. Welke concrete stappen zet de minister dus ook in de komende maanden om het gat te verkleinen en op koers te komen voor de doelen uit de Klimaat- en Energieverkenning? Dank u wel, voorzitter.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.