KamerkringInloggen
Uitspraak

de hoge inflatie in Nederland

24 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d98c5659f0616cdd · officiële bron

Minister Heinen: Hier heeft de heer Vijlbrief een goed punt. Ik heb precies deze analyse gemaakt in de brief, de inflatiebrief, die we volgens mij in maart van dit jaar hebben gestuurd, ook naar aanleiding van moties die waren ingediend. Je kan kijken naar de omvang van een begroting, maar ook de samenstelling van de begroting is relevant voor dit vraagstuk. In die brief hebben we daar een uiteenzetting over gegeven. De heer Vijlbrief heeft natuurlijk gelijk: hoe meer dat consumptief gericht is, hoe meer dat aan de vraagzijde van de economie tot uiting komt. En hoe meer je dat richt op investeringen, hoe meer dat ten goede komt aan de aanbodzijde van de economie, wat in dit geval, bij een opwaartse druk op prijzen, natuurlijk veel verstandiger is. Daar zijn wij het over eens. Dan wil ik naar het onderwerp internationaal, met een aantal vragen over het monetaire beleid en de ECB. Ik zeg daar in algemene zin direct aan de voorkant bij dat de centrale bank natuurlijk onafhankelijk is in het bepalen van zijn beleid. Dat erkennen we hier ook met elkaar, maar ik snap de vragen die hierover zijn gesteld. Ik ga dit echter nog een paar keer herhalen, omdat de onafhankelijkheid van instituties een ontzettend groot goed is, ook in het licht van de inflatie. Als instituties niet meer onafhankelijk zijn, zal je ook een inflatoire druk gaan zien. Het enige wat centrale banken hebben, is hun reputatie. Als daaraan getwijfeld wordt, heeft dat ook direct effect op de prijsstabiliteit; dat zien we ook in de Verenigde Staten. Ik weet dat de Kamer dit ook vindt, maar ik kan dit niet vaak genoeg benadrukken. De heer Grinwis had een vraag over negatieve rentes. Hij zei: die zou een centrale bank nooit meer mogen hanteren. Ik wijs hierbij op de disclaimer die de heer Grinwis ook in zijn bijdrage maakte: het is goed dat de ECB onafhankelijk is. Eigenlijk wou ik het daar ook bij laten. Ik vind hier van alles van, maar in mijn rol als minister van Financiën siert het mij niet om daar stimulerende opmerkingen over te maken — laat ik het zo zeggen — maar het is natuurlijk een vrij exceptionele periode geweest met de negatieve rentes die we hebben gezien. Daar hebben we ook vele debatten met elkaar over gevoerd. De heer Vermeer had ook een vraag. Hij vroeg wat het gebrek aan begrotingsdiscipline in de eurozone op de lange termijn voor de inflatie betekent. Wat betreft de eurozone en de begrotingsdiscipline denk ik dat het niet zozeer gaat om de omvang van de begroting en het feit dat daar een opwaartse druk op de prijzen van uitgaat. Ik denk dat het een uiting is van het gebrek aan het maken van juiste keuzes in de nationale economieën waardoor productiviteit achterblijft, in het licht van dezelfde discussie over consumptief versus investeringen. Er wordt in Europa onvoldoende hervormd om de productiviteit te verhogen. Uiteindelijk is het verhogen van de productiviteit, en dus de productiecapaciteit van de economie, de beste garantie dat extra vraag geabsorbeerd kan worden in de economie en geen opwaartse druk heeft op de prijzen. Ik ben het in die zin dus eens dat het gebrek aan begrotingsdiscipline niet bijdraagt aan de kracht van de economie, als ik het even in algemene termen mag samenvatten. Maar ik denk dat de omvang minder effect heeft dan het feit dat er onvoldoende hervormd wordt, wat gevolgen heeft voor de productiviteit. Dat is op zichzelf niet goed voor de inflatie. Ik kijk even de heer Vermeer aan om te zien of hij deze analyse kan volgen. Ik zie dat hij knikt. Wij filosoferen samen wat af over de economie. Dan had de heer Vermeer het ook over gemeenschappelijke schulden en de inzet daarvan. Hij verwees specifiek ook naar het TPI, het Transmission Protection Instrument, van de ECB. Hij vroeg of dat ook een risico is voor de begrotingsdiscipline, voor hogere inflatie. Zoals u weet is dit kabinet geen voorstander van het aangaan van nieuwe gemeenschappelijke schulden en van nieuwe instrumenten die dat stimuleren. TPI is van de ECB en is niet ongeclausuleerd, dus dat kan alleen ingezet worden wanneer rentestijgingen in lidstaten wanordelijk zijn, zoals ze dat zelf zeggen, of niet in lijn zijn met de financiële fundamenten. Maar als ze het gevolg zijn van het gebrek aan politieke keuzes, is dat geen rechtvaardiging om het TPI in te zetten, zoals de ECB zelf ook zegt. Ik denk wel dat het feit dat de ECB zich in het verleden vrij actief heeft ingezet voor het opkopen van schulden in die zin de verwachtingen wekt op de financiële markt dat ze dat weer zullen doen. Daardoor zie je risicopremies nu beperkt stijgen. Maar uiteindelijk zegt de ECB zelf ook: het TPI is niet opgericht om begrotingssteun te geven. Ook in de gesprekken die ik met de ECB zelf voer, zoals vorige week nog in Kopenhagen, is de president van de ECB daar heel duidelijk over. Hij zegt: de ECB is er niet om rentestijgingen op staatsleningen als gevolg van politieke schulden te compenseren. Daar is de ECB heel duidelijk in.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 9d0354acf5daaa85

13 okt 2026 · 3cbc23df7bba01a1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.